ARVINDUS

Dagboek van de Eeuwigheid

09 April 2006, Aarle-Rixtel

09 APRIL 2006, AARLE-RIXTEL

Nadat eergisteren in Nederland werd aangekomen na een bijna twaalf maanden lang verblijf in India was er gisterenavond een arriveren in het Heilig Bloed klooster in Aarle-Rixtel, alwaar overnacht zou worden.

Al vanaf het eerste aankomen in Nederland was er een vreemde gewaarwording. Een zekere stilte drong zich op aan het bewustzijn in de afwezigheid van de vele dynamische elementen die in India waargenomen werden. Auto’s hier reden georganiseerd en zonder te claxonneren. Mensen spraken ingetogen zachtjes met elkaar. Treinen ruisten bijna geluidloos over de rails. Straten waren glad, vlak, en haast zonder gaten en bobbels. De bomen ontbeerden bladeren. Zelfs kleuren waren ingetogen. En de zon, wanneer vanachter de dikke grijze wolken tevoorschijn komend, leek dit alles vanaf een verre afstand koel en bijna onbetrokken gade te slaan. De wereld van perceptie leek bedekt met een deken van stilte. Het was een vreemde stilte, welke ook het bewustzijn bekroop in de afwezigheid van zo vele zintuig stimulerende elementen.

Gezeten in het kloosterkamertje op het bed, met de blik rustend op de vlam van een theelichtje, intensiveerde deze stilte op een uitzonderlijke wijze. Het was als een bewegen in een oneindig vacuüm. Een spreken zonder toehoorder. Een aanwezig zijn zonder toeschouwer. Een absoluut en intrinsiek alleen zijn. Beweging, geluid en alle vormen van manifesteren werden opgeslokt in de grenzenloze leegte, in de grenzenloze stilte.

En de stilte werd een deur naar een bodemloze diepte. De magneet in het hart, die de oneindige leegte was, werd als een draaikolk die alle inhoud van bewustzijn leek te willen opslokken. De diepte van het hart, geopenbaard in de stilte, was een diepe intense heerlijkheid. Zo diep, zo intens, dat het bij vlagen zelfs heel werkelijk pijnlijk diep en intens was. Er was niets en er was niemand. In de diepe, diepe stilte van het hart was er slechts een ongedeeld en onverdeeld zijn.