ARVINDUS

Contemplationam

Seks: Menselijke Voortplanting, Mystieke Verlichting en Kosmische Creatie

SEKS: MENSELIJKE VOORTPLANTING, MYSTIEKE VERLICHTING EN KOSMISCHE CREATIE

Normaal wordt het woord ‘seks’ geassocieerd met de menselijke daad van het hebben van seksuele gemeenschap. Dit is waarschijnlijk zo omdat voor de meeste mensen dit type van seks het dichtst bij hun eigen ervaringen staat. Echter het principe van seks is zelf niet gelimiteerd tot enkel een seksuele gemeenschap van twee mensen. In deze contemplatie zullen twee andere velden verkend worden. Om dit principe in deze andere velden herkenbaar te maken moet het echter eerst expliciet gemaakt worden in het algemeen goed bekende veld van menselijke voortplanting. Na dit gedaan te hebben kan het principe van seks aangewezen worden in de andere twee velden, welke de velden betreffen van mystieke verlichting en van kosmische creatie.

Menselijke Voortplanting

Normaal gesproken vindt menselijke voortplanting plaats door middel van wat normaal gesproken geïndiceerd wordt met het woord ‘seks’. Vandaag de dag is seks natuurlijk niet absoluut noodzakelijk voor voortplanting van de menselijke soort. De wetenschap heeft kunstmatige manieren ontwikkeld om eicellen te bevruchten met spermatozoïden in laboratoria, zonder de noodzaak van fysiek contact tussen de man en de vrouw aan wie de geslachtscellen toebehoren. Niettemin vindt voortplanting natuurlijk, en niet kunstmatig, plaats door middel van seks. Tegelijkertijd is het ook niet het geval dat alle seks leidt tot voortplanting. Mannen vrouwen kunnen onvruchtbaar zijn, ze kunnen voorbehoedsmiddelen gebruiken, of ze kunnen seks hebben met hen die behoren tot hetzelfde geslacht als zijzelf. Seks is dan eenvoudigweg een middel om genot te ervaren. Het wordt hier beweerd dat seksueel genot geen waar doel in zichzelf is en dat het genot dat seks genereert in functie staat van het primaire doel van voortplanting. In een andere contemplatie kan deze bewering verhelderd worden. Dus de desbetreffende bewering volgend zullen we hier vooral focussen op seks als middel tot voortplanting.

Zoals gezegd wordt de term ‘seks’ in het dagelijks gebruik vooral gebruikt om te refereren aan seksuele gemeenschap.1 Het wordt gebruikt om te refereren aan de fysieke interactie tussen lichamen en hun genitaliën. Het noemen van de genitaliën is belangrijk omdat fysieke interactie tussen mensen waarbij de genitaliën niet betrokken zijn algemeen niet beschouwd wordt als seks. Nu werd in een andere contemplatie seks geïndiceerd als het type van aantrekking dat kan bestaan tussen fysieke lichamen.2 Dit laat ons dus achter met drie verschillende manieren van indiceren wat seks is. Deze indicaties zijn; ‘seks als middel tot voortplanting’, ‘seks als seksuele gemeenschap’, en ‘seks als de aantrekking die kan bestaan tussen fysieke lichamen’. Deze drie indicaties kunnen verschillend zijn, maar ze sluiten elkaar zeker niet uit. Ze kunnen zelfs gesynthetiseerd worden. Dit doende kan seks beschouwd worden als de aantrekking die kan bestaan tussen fysieke lichamen die leidt tot seksuele gemeenschap door middel waarvan de soort zich voortplant. Dus het gebruik van verschillende indicaties in verschillende contemplaties hoeft niet te leiden tot verwarring of verwerping.

Dus deze seksuele gemeenschap door middel waarvan de soort zich voortplant is primair een interactie tussen mannelijke en vrouwelijke genitaliën of voortplantingsorganen. Deze genitaliën zijn verschillend van elkaar, maar dit op zulk een manier dat ze tegelijkertijd complementair zijn aan elkaar. Ze zijn complementair omdat beide elkaar nodig hebben om hun gedeelde hoofdfunctie van voortplanting van de menselijke soort te vervullen. Het belangrijkste verschil tussen de mannelijke en de vrouwelijke genitaliën is dat de eerste vooral een extern orgaan van voortplanting betreft, terwijl de laatste vooral een intern orgaan is.3 Deze hoofkarakteristieken maken ze ook complementair aan elkaar. In de act van seksuele gemeenschap gaat het mannelijke externe voortplantingsorgaan het vrouwelijke interne voortplantingsorgaan binnen. De erecte penis bezoekt in de act van seksuele gemeenschap de vochtige vagina, en de laatste ontvangt de eerste. We zien hier dat het mannelijke voortplantingsorgaan een meer actieve rol speelt in seksuele gemeenschap dan het vrouwelijke, welk beschouwd kan worden als passiever. Dit geldt natuurlijk alleen voor zover bezoeken beschouwd wordt als actiever dan ontvangen. Niettemin is het een algemene gedachte dat het mannelijke principe het actieve is en dat het vrouwelijke principe het passieve is.4

Deze rollen van de mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen gedurende seksuele gemeenschap (en de rollen van mannen en vrouwen in hun seksuele interactie in het algemeen) zijn analoog aan de rollen die de mannelijke spermatozoïde en de vrouwelijke eicel spelen in het proces van conceptie. In dit proces bezoekt de spermatozoïde de eicel binnenin het vrouwelijke voortplantingsorgaan (in de eileiders om precies te zijn) en de eicel ontvangt daar de spermatozoïde. Net zoals de man de vrouw binnengaat voor een vereniging, en net zoals de penis de vagina binnengaat om hetzelfde te doen, zo gaat ook de spermatozoïde de eicel binnen voor een vereniging door middel van een fusie. Met deze fusie vindt de conceptie plaats en uiteindelijk zal een kind in de baarmoeder van de vrouw groeien. Het is het vrouwelijke systeem dat de foetus verder voedt en de man heeft geen biotische taak meer te vervullen.

Tot zover werd de kern van de biotische of fysieke relatie en interactie tussen mannen en vrouwen gecontempleerd, en hierin werd het mannelijke principe een actieve rol gegeven en het vrouwelijke principe werd een passieve rol gegeven. In deze contemplatie werd seks een plaats gegeven geïsoleerd van andere typen van aantrekking, zoals romantiek en liefde. Dit is niet volledig onterecht, want niet zelden is het alleen de aantrekking die kan bestaan tussen fysieke lichamen die in beschouwing wordt genomen wanneer een man en een vrouw beslissen om samen te komen. In zijn algemeen echter, in de hoofdstroom van seksueel engagement, speelt de aantrekking die kan bestaan tussen persoonlijkheden ook een belangrijke rol. Vaak wordt deze ‘romantiek’, door welke term deze aantrekking elders wordt geindiceerd,5 zelfs een sleutelrol gegeven. De rollen die de man en de vrouw spelen in deze aantrekking tussen persoonlijkheden is analoog aan de eerder genoemde rollen van de lichamen, de genitaliën en de geslachtscellen. In het spel van verleiding is in zijn algemeenheid de vrouw het passieve en de man het actieve principe. Wanneer een vrouw geïnteresseerd is in een man zal ze natuurlijkerwijs niet engageren in direct contact met hem. Ze zal ertoe neigen op haar plaats te blijven en hem haar ontvankelijkheid en openheid te tonen. Het is dan aan de man, wanneer ook geïnteresseerd, om op de vrouw af te stappen en in interactie te engageren. Het initiatief in de interactie op het persoonlijkheidsniveau ligt bij de man. Hij treedt, zogezegd, actief de aura van de vrouw binnen, welke zij ontvankelijk en gastvrij heeft gemaakt voor hem.

Mystieke Verlichting

In de paragraaf hierboven werden de mannelijke en vrouwelijke principes gethematiseerd zoals ze voorkomen in seks en romantiek. Het kan ook gezegd worden dat deze principes gethematiseerd werden zoals ze voorkomen in menselijke fysicaliteit en zijn persoonlijkheid. Echter naast de aantrekking die kan bestaan tussen fysieke lichamen en tussen persoonlijkheden werd elders ook de aantrekking gethematiseerd die kan bestaan tussen zielen.6 Daar werd de term ‘ziel’ vooral gebruikt om een menselijke transcendentie van lichaam en persoonlijkheid te indiceren. Dus in mensen hebben we lichamen en persoonlijkheden die getranscendeerd worden door zielen.

Dit is een gedachte die ook zeer aanwezig is in mystiek. Zowel Oosterse als Westerse mystiek worden in zijn algemeenheid gekarakteriseerd door het beschouwing van een triniteit. Deze triniteit wordt gedacht te bestaan uit een relatief zelf, een absoluut zelf en een absolute als zodanig (of een absolute absolute). Dit relatieve zelf kan beschouwd worden te bestaan uit lichaam en persoonlijkheid. Het absolute zelf transcendeert dit relatieve zelf en kan dus genomen worden als dat wat in deze contemplatie geïndiceerd wordt met de term ‘ziel’. Een ziel die in zijn grond één is met het transcendente absolute als zodanig. Nu is het het doel van de mysticus om één te worden met het absolute als zodanig via een vereniging met zijn absolute zelf. Aldus streeft de mysticus, begiftigd met een lichaam en een persoonlijkheid, ernaar om zijn identificatie van het relatieve zelf te verleggen naar het absolute zelf. Het is deze vereniging van het relatieve zelf met het absolute zelf (en daarmee met het absolute als zodanig) waaraan gerefereerd wordt met de term ‘mystieke verlichting’. Deze vereniging met het absolute (individueel en als zodanig) is echter niet iets dat geforceerd kan worden door de mysticus zelf. Het enige dat hij kan doen in zijn streven is zichzelf ontvankelijk te maken voor het absolute om in te treden. Uiteindelijk treedt het relatieve zelf niet het absolute binnen, maar het absolute treedt het relatieve zelf binnen. Deze mystieke inspanning kan geïllustreerd worden door Meester Eckharts mystiek.

Hoewel het boven gepresenteerde idee duidelijk aanwezig is in Eckharts mystieke werk is zijn terminologie wat verschillend van die welke in deze contemplatie wordt gebruikt. Want Eckhart gebruikt de term ‘ziel’ niet enkel om een absoluut zelf die een relatief zelf transcendeert te indiceren. Inderdaad, ook in Eckharts denken is de ziel in zijn grond één met het absolute als zodanig, één met God.7 Echter dit geldt niet voor de vermogens en krachten van de ziel, zoals redenering en perceptie. Deze zijn naar buiten gericht, naar creaturen en aardse dingen. En het is met deze krachten, met uitzondering van kennis en wil, dat de ziel ook nauw verbonden is met het fysieke lichaam.8 Dus Eckharts gebruik van de term ‘ziel’ lijkt zowel de persoonlijkheid als de ziel te omvatten zoals deze termen gebruikt worden in deze contemplatie. ‘De grond van de ziel’ in Eckharts mystiek kan dan vergeleken worden met ‘de ziel’ in deze contemplatie, en ‘de krachten van de ziel’ in de eerste kan dan vergeleken worden met ‘de persoonlijkheid’ in de laatste.

Nu is het volgens Eckhart het doel van een mens om de ziel te ledigen van alle aardse dingen. Door dit te doen zal de ziel zich ontvankelijk maken om God te ontvangen. Deze lege staat van de ziel is voor Eckhart echter niet het hoogst haalbare. Het is deugdelijk om God te ontvangen, maar het is zelfs meer deugdelijk voor de ziel om God vruchtbaar in zich te laten zijn. Het legen van de dingen van de wereld waardoor God wordt ontvangen maakt de ziel puur als een maagd, maar het is voor de ziel nobeler om echtgenote en moeder te zijn door Gods zoon, Jezus Christus, te baren.9 Christus, volgens Eckhart, wordt geboren door de vereniging van ziel en God. God maakt de ziel vruchtbaar van Christus, en op zijn beurt baart de ziel Christus in het hart van God. Deze geboorte van Christus in de ziel kan vergeleken worden met wat wordt geïndiceerd in deze contemplatie als ‘mystieke verlichting’. Want het is deze geboorte van Christus in de ziel die de ziel transformeert naar een ware zoon van God zelf. De mens wordt een verlicht mens.

De analogie van Eckharts mystieke verlichting met een seksuele vereniging is vanzelfsprekend. De grond van de ziel is de pure maagd. In zijn geleegde staat is de ziel het ontvankelijke en vrouwelijke principe. Ze is ontvankelijk om God te ontvangen, die als het actieve en mannelijke principe de ziel kan zegenen met bezwangering. De ziel, aldus de echtgenote geworden, baart dan, als de moeder, de zoon aan God de vader. Aldus zien we geïllustreerd hoe het principe van seks niet enkel gebonden is aan de aantrekking die kan leiden tot een vereniging van een mannelijk en vrouwelijk lichaam, resulterend in de geboorte van een nieuw menselijk lichaam. Het is ook aanwezig in de aantrekking die kan leiden tot een mystieke vereniging van een mens met het goddelijke, resulterend in de geboorte van een verlicht mens.10

Kosmische Creatie

In de vorige paragraaf werden de relaties tussen het relatieve zelf, het absolute zelf en het absolute als zodanig gethematiseerd. Als een alternatief voor de term ‘absolute als zodanig’ werd de term ‘absolute absolute’ genoemd. Wat beide van deze termen gemeen hebben is dat ze zelf-relationeel zijn. In de term ‘absolute als zodanig’ relateert het predicaat ‘als zodanig’ terug naar het onderwerp ‘absolute’, en op deze manier relateert de term ‘absolute als zodanig’ naar het absolute als zijnde absoluut. Het zelfde geldt voor de term ‘absolute absolute’. Hier refereert het predicaat ‘absolute’ aan het onderwerp ‘absolute’ als zijnde absoluut. Deze termen zijn nu heel bewust gekozen, precies vanwege hun zelf-relatie. Waar het het concept van relatie betreft zijn er drie typen van termen te onderscheiden. Deze zijn non-relationele termen, relationele termen en zelf-relationele termen. Non-relationele termen zijn onderwerpen zonder predicaat. ‘Het absolute’ is een non-relationele term. Relationele termen zijn geprediceerde onderwerpen, waar het onderwerp gerelateerd wordt aan iets anders dan zichzelf. ‘Eckharts absolute’ is een relationele term. Zelf-relationele termen zijn geprediceerde onderwerpen, waar het onderwerp aan zichzelf wordt gerelateerd. ‘Het absolute als zodanig’ en ‘het absolute absolute’ zijn zelf-relationele termen. Het absolute wordt in relatie gebracht met het absolute, aldus met zichzelf. Het gebruik van zulke zelf-relationele termen is heel nuttig om een ene zonder een andere te indiceren. Inderdaad indiceert enkel een non-relationele term zoals ‘het absolute’ ook niets anders dan het onderwerp zelf. Echter het houdt zijn één zijn zonder een andere impliciet. Zelf-relationele termen daarentegen maken het één zijn zonder een andere van het subject expliciet. Ze relateren, maar in het relateren relateren ze terug aan het onderwerp. En hiermee expliceren ze hun één zijn zonder een andere. Meer zou geschreven kunnen worden over non-relationele, relationele en zelf-relationele termen, maar voor de huidige lijn van contemplatie moet deze verheldering volstaan. Dus de termen ‘het absolute als zodanig’ en ‘het absolute absolute’ werden bewust gekozen om het absolute als één zonder een andere te expliceren.

Nu wil het woord ‘absolute’ op zichzelf precies dat indiceren. Het wil een ene zonder een andere indiceren.11 Tegelijkertijd is het woord zelf echter niet absoluut. Het woord ‘absolute’ als een woord is relatief. Het is relatief omdat ‘absolute’ tegengesteld is aan ‘relatieve’. En zijnde een tegenstelling is het gerelateerd aan iets anders, en aldus niet absoluut. Dus voor zover als het absolute tegengesteld is aan het relatieve is het absolute relatief. En zo vinden we een andere reden om termen zoals ‘absolute als zodanig’ en ‘absolute absolute’ te gebruiken. Want waar de non-relationele term ‘absolute’ evengoed het absolute zoals het tegengesteld is aan het relatieve kan indiceren, daar laat de zelf-relationele term ‘absolute absolute’ geen ruimte voor zulke indicaties. ‘Het absolute absolute’ indiceert het absolute voorbij tegenstellingen. Aldus onderscheidend tussen het relatieve absolute en het absolute absolute werd de laatste bewust gekozen als de meest passende term om dat te indiceren wat het indiceert. Omdat ‘het absolute als zodanig’ hetzelfde indiceert als ‘het absolute absolute’ maar gemakkelijker is te accepteren zonder uitleg werd die eerste term dominant gebruikt in de vorige paragraaf. In andere contemplaties kan de term ‘het absolute’ gewoon gebruikt worden. Gewoonlijk zal dit gedaan worden om te indiceren aan het absolute als zodanig, echter de context van iedere contemplatie moet dit begrijpelijk maken.

Tot zover werd het onderscheid tussen het absolute absolute en het relatieve absolute gethematiseerd. Echter om compleet te zijn moet ook het onderscheid tussen deze twee en het absolute relatieve aandacht gegeven worden. Het absolute relatieve komt in het blikveld op hetzelfde moment als dat het relatieve absolute binnen stapt. Zoals we boven hebben gezien indiceert het relatieve absolute het absolute als tegengesteld aan het relatieve. Echter dit relatieve is niet slechts zomaar een relatieve. Het is het relatieve als tegengesteld aan het absolute. En dit het geval zijnde moet dit relatieve geïndiceerd worden met ‘het absolute relatieve’. Want niets kan meer relatief zijn dan het relatieve dat tegengesteld is aan het absolute. Dus nu zijn we gekomen tot de beschouwing van een triniteit. We hebben het polaire paar van het absolute relatieve en het relatieve absolute, beide omvat door het absolute absolute. De vraag of het absolute absolute ook geïndiceerd kan worden met ‘het relatieve relatieve’ zal opengelaten worden om ergens anders gecontempleerd te worden. Hier zullen we verder gaan met de drie termen zoals genoemd. En deze drie kunnen beschreven worden als de ultiem meest omvattende en primaire eenheid en de ultiem meest omvattende en primaire dualiteit.

Nu werd de gedachte van een eenheid die, zogezegd, gesplitst is in een dualiteit ook gethematiseerd in een andere contemplatie.12 Daar kwam het in gedachte bij het etymologisch contempleren van seks. Uiteindelijk leidde de lijnen van de contemplatie tot een beschouwing op seks als een neiging naar een hereniging door een dualiteit die eens één was. Nu werd in die contemplatie de eenheid, gesplitst in een dualiteit, neigend naar een nieuwe hereniging, gethematiseerd op menselijk niveau. Echter de principes die resulteren door een gesplitste eenheid, namelijk aantrekking en een neiging naar een hereniging, moeten van toepassing zijn op alle niveaus. Tenslotte; elders wordt aantrekking tussen twee polen gethematiseerd als een wet.13 Aldus moet het voorgenoemde principe ook van toepassing zijn op het kosmische niveau. Een kosmische eenheid die gesplitst raakt in een kosmische dualiteit moet leiden tot een aantrekking tussen deze twee kosmische polen en tot een neiging naar een hereniging.

Het absolute absolute, zijnde gesplitst in de dualiteit van het relatieve absolute en het absolute relatieve, moet noodzakelijk leiden tot een aantrekking tussen die twee laatste. Deze gedachte wordt uitgewerkt in vele kosmogonieën, want kosmogonieën handelen over absoluten. Het algemene (en niet het specifieke) gebruik van het woord ‘kosmos’ indiceert dat wat alles is, en indiceert daarmee een ene zonder een andere, een absolute absolute. En in deze kosmogonieën wordt aan de kosmische dualiteit vaak gerefereerd met tegengestelde termen zoals ‘geest en materie’ en ‘leven en vorm’.14 Hierbij wordt geest beschouwd het mannelijke principe te zijn en wordt materie beschouwd het vrouwelijke principe te zijn. Dit is zo vanwege de manier waarop deze zich tot elkaar verhouden in hun eeuwige aantrekking. Materie wordt beschouwd het passieve en ontvankelijke principe te zijn en geest wordt beschouwd het actieve principe te zijn. En in hun kosmische gemeenschap treedt geest materie binnen. In deze gemeenschap wordt materie bevrucht door geest, zogezegd, leidend tot de geboorte van een derde. Dit derde is het gemanifesteerde universum. Aldus is op een kosmisch niveau het gemanifesteerde universum de zoon van vader geest en moeder materie.15 Dus kosmische creatie start met een eenheid voorbij dualiteit en aldus voorbij manifestatie en non-manifestatie. Deze eenheid scheidt zich in de dualiteit van geest en materie. Tussen deze twee is er een aantrekking, een neiging naar een hereniging. Dan treedt de geest de ontvankelijke materie binnen. Een kosmisch zaad wordt gezaaid en dit groeit uiteindelijk uit in het gemanifesteerde universum. Aldus wordt het universum geboren uit de vereniging van geest en materie. Dus zien we in zulke kosmogonieën het principe van seks werkend op een kosmische schaal. Kosmogonieën zijn grote onderwerpen en andere contemplaties moeten ondernomen worden voor een verdere verheldering. De huidige verheldering echter dient het doel van het indiceren van het principe van seks in kosmische creatie.

Samenvatting

Het doel van de huidige contemplatie was om het principe van seks te verkennen zoals het aanwezig is in mystieke verlichting en kosmische creatie. Om dit principe herkenbaar te maken in de voorgenoemde velden moest het eerst geëxpliceerd worden in de manier waarop het algemeen bekend is aanwezig te zijn in het veld van menselijke voortplanting. Daar werd het principe herkend in de vereniging van de menselijke dualiteit, in de vereniging van de actieve man en de passieve vrouw, uiteindelijk leidend tot de geboorte van een derde mens. Dit zelfde principe werd naar voren gebracht in het veld van mystieke verlichting. Daar werd het absolute (individueel en als zodanig) gethematiseerd als het mannelijke principe, het ontvankelijke vrouwelijke principe van het relatieve zelf binnengaand, leidend tot de geboorte van de verlichte mens of, in Eckharts mystiek, Christus. Tenslotte werd het principe van seks verhelderd in relatie tot zijn aanwezigheid in kosmische creatie. De mannelijke en vrouwelijke dualiteit werd daar gethematiseerd als het relatieve absolute en het absolute relatieve, en als geest en materie. Geest zijnde het kosmische mannelijke principe treedt materie als het kosmische vrouwelijke principe binnen, het zaad zaaiend dat uiteindelijk zal groeien tot een gemanifesteerd universum.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, under ‘sex, n.’, 3. b., and ‘sex, v.’, 3.
  2. ‘Sex, Romance and Love: Types of Attraction’, Index: 201001181.
  3. M. Michele Burnette, ‘Reproductive and Sexual Anatomy’, in: Richard D. McAnulty and M. Michele Burnette (editors), Sex and Sexuality, Volume 2, Sexual Function and Dysfunction, Praeger, Westport / London, 2006.
  4. Michel Foucault, The Use of Pleasure, Volume 2 of The History of Sexuality, translated by Robert Hurley, Vintage Books, New York, 1990, p. 46. “But it should be remarked that in the practice of sexual pleasures two roles and two poles can be clearly distinguished, just as they can be distinguished in the reproductive function; these consisted of two positional values: that of the subject and that of the object, that of the agent and that of the "patient”–as Aristotle says, "the female, as female, is passive, and the male, as male, is active."”
  5. Zie noot 2.
  6. Ibidem.
  7. Meister Eckhart, ‘Predigt 11, In diebus suis placuit deo et inventus est iustus (Eccli. 44, 16/17)’, in: Deutsche Predikten und Traktate, edited by Josef Quint, Diogenes Verlag AG, Zürich, 1979, p. 201, sec. 11-13, translated. “Verily, the nearness between God and the soul knows no distinction (between both).”
  8. Meister Eckhart, Ibidem, p. 201, sec. 32-34, translated. “Another master says, that all powers of the soul, which work in the body, die with the body, with exception of knowledge and the will: These only stay the soul.”
  9. Meister Eckhart, ‘Predigt 2, Intravit Jesus in quoddam castellum et mulier quaedam, Martha nomine, except illum in domum suam. Lucae II. (Luc. 10, 38)’, in: Deutsche Predikten und Traktate, edited by Josef Quint, Diogenes Verlag AG, Zürich, 1979, p. 160, sec. 3-8, translated. “That man receives God within himself, that is good, and in this receptivity he is virgin. That however God would become fruitful in him, that is better; because becoming fruitful in the gift alone is gratitude for the gift, and there is the spirit wife in bearing back in gratitude, where he bears Jesus again in Gods fatherly heart.”
  10. Alice A. Bailey, ‘Esoteric Healing, A Treatise on the Seven Rays, Volume IV’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM), Lucis Trust, London / New York, 2001. “Sex is, in reality, the instinct towards unity: first of all, a physical unity. It is the innate (though much understood) principle of mysticism, which is the name we give to the urge to union with the divine.”
  11. Oxford English Dictionary, under ‘absolute, a.’.
  12. ‘Sex: Unity Cut into Duality’, Index: 201001091.
  13. ‘Sex, Romance and Love: Types of Attraction’.
  14. Alice A. Bailey, 'Esoteric Psychology, Volume I, A Treatise on the Seven Rays, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM), Lucis Trust, London / New York, 2001. “Cosmically speaking, sex is a short word used to express the relation existing (during manifestation) between spirit and matter, and between life and form. It is, in the last analysis, an expression of the Law of Attraction,—that basic law which underlies the entire manifestation of life in form, and which is the cause of all phenomenal appearance.”
  15. Helena P. Blavatsky, ‘The Secret Doctrine, Volume I, Cosmogenesis’, in: Theosophical Classics, (CD ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, indic. p. 41. “The Father-Mother are the male and female principles in root-nature, the opposite poles that manifest in all things on every plane of Kosmos, or Spirit and Substance, in a less allegorical aspect, the resultant of which is the Universe, or the Son.”
Bibliografie
  • ‘Sex, Romance and Love: Types of Attraction’, Index: 201001181.
  • ‘Sex: Unity Cut into Duality’, Index: 201001091.
  • Alice A. Bailey, ‘Esoteric Healing, A Treatise on the Seven Rays, Volume IV’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Esoteric Psychology, Volume I, A Treatise on the Seven Rays, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Helena P. Blavatsky, ‘The Secret Doctrine, Volume I, Cosmogenesis’, in: Theosophical Classics, (CD ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002.
  • M. Michele Burnette, ‘Reproductive and Sexual Anatomy’, in: Richard D. McAnulty and M. Michele Burnette (editors), Sex and Sexuality, Volume 2, Sexual Function and Dysfunction, Praeger, Westport / London, 2006.
  • Meister Eckhart, ‘Predigt 2, Intravit Jesus in quoddam castellum et mulier quaedam, Martha nomine, except illum in domum suam. Lucae II. (Luc. 10, 38)’, in: Deutsche Predikten und Traktate, edited by Josef Quint, Diogenes Verlag AG, Zürich, 1979.
  • Meister Eckhart, ‘Predigt 11, In diebus suis placuit deo et inventus est iustus (Eccli. 44, 16/17)’, in: Deutsche Predikten und Traktate, edited by Josef Quint, Diogenes Verlag AG, Zürich, 1979.
  • Michel Foucault, The Use of Pleasure, Volume 2 of The History of Sexuality, translated by Robert Hurley, Vintage Books, New York, 1990.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.