ARVINDUS

Contemplationam

Het Probleem van Zelfdeterminatie

HET PROBLEEM VAN ZELFDETERMINATIE

Etymologie

Determinatie
Het Nederlandse word ‘determinatie’ (verwant aan het Engelse ‘determination’) komt van het Latijnse ‘dēterminātiō’.1 Dit is een samengesteld woord bestaande uit ‘dē’ (aanduidend een beweging weg of naar beneden)2 en ‘terminātiō’ (aanduidend een afmarkeren of afbakenen van iets).3 Dus in een determinatie wordt iets afgebakend en weggezet van andere dingen. Het Latijnse ‘terminātiō’ kan op zijn beurt herleid worden tot het Griekse ‘terma’ of ‘termis’. Aan dit woord zijn betekenissen gehecht zoals ‘grens’ en ‘limiet’.4 Deze betekenis, samen met de betekenissen van zijn Latijnse uitloper, klinken door in ‘determinatie’, wiens verwante ‘determination’ in het Engels woordenboek gedefinieerd wordt een vaststellen van bereik, positie of identiteit te zijn.5

Dat iets gedetermineerd is betekent dat het vastgesteld is in zijn bereik, positie of identiteit. In een determinatie wordt een grens gelegd tussen wat een bepaald gegeven is en wat het niet is. In dit leggen van een grens zijn normaliter twee gegevens in het spel. Het eerste is het gegeven waarvan de grens gelegd wordt en het tweede is het gegeven dat de grens van de eerste legt. Dus in een determinatie is er een zekere causale relatie in het spel. De determineerder determineert de gedetermineerde.

Zelf
Dat twee gegevens in het spel zijn is natuurlijk niet werkelijk van toepassing bij zelfdeterminatie. Want bij zelfdeterminatie zijn de determineerder en de gedetermineerde één en dezelfde. Over dit Nederlandse woord ‘zelf’ (gerelateerd aan het Engelse woord ‘self’) kan veel maar zal hier enkel het voor deze contemplatie noodzakelijke geëxpliceerd worden. Het woord ‘zelf’ wordt beschouwd geworteld te zijn in het Oud-Germaanse ‘selba’6 of Oud-Teutoonse ‘selbo’.7 Veel geleerden traceren het woord terug naar de stam ‘se’, waarvan het Latijnse reflexieve pronoom ‘sē’ één van de uitlopers is. Deze stam heeft een treffende gelijkenis met het Sanskriet ‘sva’ (aanduidend iemands zelf)8 dat niet genegeerd kan worden, en het woord ‘zelf’ heeft aldus ongetwijfeld Proto-Indo-Europese wortels. Er is geen nood op dit moment om dieper te graven naar mogelijke relaties en wortels van het Sanskriet ‘sva’ en het is van groter belang om voort te gaan vanuit het Latijnse ‘sē’ dat vermeld werd een reflexieve pronoom te zijn. Want net als ‘sē’ is ook ‘zelf’, wanneer gebruikt als een pronoom (of gebruikt als deel van een pronoom), reflexief.9 Voorbeelden hier zijn ‘hemzelf’ en ‘haarzelf’. ‘Zelf’ kan dan begrepen worden als ‘reflexief’.

Zelfdeterminatie
In een determinatie determineert de determineerder de gedetermineerde. Echter in een zelfdeterminatie is de determinatie reflexief van aard. ‘Reflexief’ kan middels het Latijnse ‘reflexus’ (betekenend ‘gebogen of teruggebogen’) herleid worden naar het Latijnse ‘reflectō’ welk hetzelfde aanduidt.10 Dus met zelfdeterminatie reflexief zijnde wordt de gedetermineerde door de daad van determinatie teruggebogen naar de determineerder, waarbij de laatste middels dit terugbuigen als identiek wordt geplaatst aan de eerste. Een zelfdetermineerder determineert zichzelf. De betekenis van ‘determinatie’ in ogenschouw nemend betekent dit dat een zelfdetermineerder zijn of haar eigen bereik, positie of identiteit vaststelt.

Het Probleem van Zelfdeterminatie

In de titel van de huidige contemplatie wordt zelfdeterminatie geëxpliceerd als problematisch. Het woord ‘probleem’ (verwant aan het Engelse ‘problem’) kan middels het Latijnse ‘problēma’ teruggebracht worden naar het Griekse ‘problema’. Dit laatste woord is ontleend aan het Griekse ‘proballein’, een samengesteld woord bestaande uit ‘pro’ en ‘ballein’11 (of ‘ballo’).12 Met ‘pro’ betekenende ‘voorwaarts’ en ‘ballein’ betekenende ‘gooien’ wordt een probleem geacht iets te zijn, zoals een obstakel, dat voorwaarts wordt gegooid. Dit lijkt een wat grove interpretatie van het Griekse ‘problema’ te zijn. Want het is niet het obstakel zelf dat voorwaarts gegooid wordt in een probleem. Het Griekse ‘problema’ draagt namelijk ook betekenissen die betrekking hebben op een verdediging,13 zoals bijvoorbeeld een schild of een fort.14 En met ‘ballo’ niet slechts een willekeurige gooi aanduidend maar een intentionele gooi om iets te raken15 kan een probleem gezien worden als een voorliggend obstakel (of zelfs de verdediging van een vijand) dat geraakt moet worden voor vernietiging. Dus een probleem is primair een obstakel dat je ervan weerhoudt voorwaarts te gaan en dat daarom geschikt is om geraakt en vernietigd te worden.

Volgens de titel van de huidige contemplatie nu is zelfdeterminatie een probleem, is zelfdeterminatie aldus een obstakel dat je ervan weerhoudt voorwaarts te gaan. Dit probleem is gelokaliseerd in het ‘zelf’ gedeelte van ‘zelfdeterminatie’. Determinatie zelf is niet problematisch. In tegendeel. Het is precies een standvastige determinatie die je helpt voorwaarts te gaan. Het is met behulp van determinatie dat je in staat bent je te bewegen van punt a (te zijn) naar punt b (te zijn). Punt a is de determineerder en punt b is de gedetermineerde. Gebrek aan determinatie kan je op punt a houden, punt b nooit bereikend. En als zodanig is determinatie deel van een zekere dynamiek. Een logische formule zou de gedachte uitdrukken als ‘a⇒b’ (‘als a dan b’). In deze formule indiceert het implicatiesymbool ‘⇒’ een determinatie.

De situatie is anders met zelfdeterminatie. Bij zelfdeterminatie is punt a zowel de determineerder als de gedetermineerde. Bij zelfdeterminatie beweeg je van punt a (te zijn) naar punt a (te zijn), en aldus beweeg je eigenlijk helemaal niet. Een logische formule zou zulk een zelfdeterminatie uitdrukken als ‘a⇒a’ (‘als a dan a’). Deze formule is duidelijk waar, maar hij is op geen enkele manier betekenisvol. Zelfdeterminatie is niet betekenisvol. Dat de formule uitkomt op die manier is begrijpelijk. Als iemand of iets gedetermineerd wordt door zichzelf dan kan niets echt nieuws het resultaat zijn. Zelfdeterminatie determineert enkel vanuit de elementen die alreeds aanwezig zijn in het desbetreffende zelf, geïsoleerd blijvend van andere elementen. En dat is waarom zelfdeterminatie je niet voorwaarts kan leiden. Een zelfdetermineerder kan in staat zijn om zichzelf te modificeren maar hij zal nooit in staat zijn om zichzelf te vernieuwen. Hij kan in staat zijn om rond zijn as te draaien maar hij zal nooit in staat zijn om voorwaarts te gaan. En aldus is de zelfdetermineerder een obstakel en probleem voor zichzelf. Blind en doof voor iedere contextualiteit kan de zelfdetermineerder niet leiden, noch kan hij geleid worden. Hij is een ware solipsist. Zelfdeterminatie is een incestueuze determinatie. Statische wateren maken stinkende poelen. Het advies is dus om de sluizen open te zetten en dynamiek zijn stroom te laten hebben. Want zelfdeterminatie is een probleem.

Noten
  1. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 530.
  2. Ibidem, p. 485.
  3. Ibidem, p. 1926.
  4. John Groves, A Greek and English Dictionary, Comprising All the Words in the Writings of the Most Popular Greek Authors, With the Difficult Inflections in Them and in the Septuagint and New Testament, Designed for the Use of Schools and the Undergraduate Course of a Collegiate Education, Hilliard, Gray and Company, Boston, 1834, p. 556.
  5. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, under ‘determination’, 5.
  6. John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005, p. 446.
  7. Oxford English Dictionary, under ‘self, pron., a., and n.’.
  8. Monier Williams, A Sanskrit-English Dictionary, Etymologically and Philologically Arranged, With Special Reference to Greek, Latin, Gothic, German, Anglo-Saxon, and Other Cognate Indo-European Languages, The Clarendon Press, Oxford, 1862, p. 1156.
  9. Sidney Greenbaum, The Oxford English Grammar, Oxford University Press, Oxford / New York / et alibi, 1996, p. 84.
  10. Oxford Latin Dictionary, p. 1596.
  11. Word Origins, p. 395.
  12. A Greek and English Dictionary, p. 485.
  13. G.W.H. Lampe, A Patristic Greek Lexicon, Oxford University Press, London, 1961, p. 1140.
  14. Zie noot 12.
  15. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 304.
Bibliografie
  • John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005.
  • Sidney Greenbaum, The Oxford English Grammar, Oxford University Press, Oxford / New York / et alibi, 1996.
  • John Groves, A Greek and English Dictionary, Comprising All the Words in the Writings of the Most Popular Greek Authors, With the Difficult Inflections in Them and in the Septuagint and New Testament, Designed for the Use of Schools and the Undergraduate Course of a Collegiate Education, Hilliard, Gray and Company, Boston, 1834.
  • G.W.H. Lampe, A Patristic Greek Lexicon, Oxford University Press, London, 1961.
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • Monier Williams, A Sanskrit-English Dictionary, Etymologically and Philologically Arranged, With Special Reference to Greek, Latin, Gothic, German, Anglo-Saxon, and Other Cognate Indo-European Languages, The Clarendon Press, Oxford, 1862.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.