ARVINDUS

Contemplationam

Een Toegelichte Etymologie van 'Contemplatie'

EEN TOEGELICHTE ETYMOLOGIE VAN 'CONTEMPLATIE'

Etymologie

Het Nederlandse woord ‘contemplatie’ heeft (net als het Engelse ‘contemplation’ in de Engelse taal) zijn weg in de Nederlandse taal gevonden via het Latijnse woord ‘contemplātiō’ (of ‘contemplātiōnis’). Dit woord kan verder teruggebracht worden tot het Latijnse ‘contemplāre,1 ‘contemplārī,2 contemplātus3 of ‘contemplō’, waarvan ‘contemplātiō’ is afgeleid.4 ‘Contemplō’ nu is een samengesteld woord primair bestaande uit het voorvoegsel ‘con’ en het woord ‘templum’.5 Het voorvoegsel ‘con’ drukt een samengang of gelijktijdigheid aan, een vereende actie, een connectie of partnerschap, een omsluiting of een houder, een intensiteit van actie en / of een compleetheid.6 Het woord ‘templum’ werd gebruikt om de gedefinieerde ruimte in lucht of land aan te duiden waarin een augur zijn auguratie verrichtte.7 Zulk een augur was een Romeinse priester die gedurende een auguratie de boodschappen van de goden interpreteerde door waarneming van voorvallen binnen de gepredefinieerde ruimte of templum.8 En met de augur ook dergelijke plaatsen definiërend voor te bouwen heilige gebouwen kwam ‘templum’ eveneens in gebruik om te refereren aan tempelgebouwen.9 Dit Latijnse woord ‘templum’ is zelf geworteld in het Griekse ‘temenos’ of ‘temno’,10 welk vergelijkbare betekenissen draagt.11

Toelichting

In de voorgaande etymologische overwegingen zijn veel elementen verzameld die nog steeds aanwezig zijn en dus nog steeds weerklinken in het Nederlandse woord ‘contemplatie’. Een verdere toelichting van hun aanwezigheid kan de betekenissen van ‘contemplatie’ meer expliciet maken.

Templum
We zullen starten met de geëxpliceerde betekenissen van ‘templum’. Dit woord werd gebruikt om de gedefinieerde ruimte van lucht of land aan te duiden binnen welke de augur zijn auguraties uitvoerde, met de augur een Romeinse priester zijnd die door waarneming van voorvallen binnen de gepredefinieerde ruimte boodschappen van de goden interpreteerde. Nu is de augur in contemplatie normaliter natuurlijk geen Romeinse priester. Het is degene die de contemplatie onderneemt, de contempleerder, die de rol van augur vervult in contemplatie. In die betekenis kan ‘contemplatie’ inderdaad begrepen worden als een soort van auguratie. De rol van de augur vervullend predefinieerd de contempleerder, net als de augur, een zekere ruimte voor de contemplatie, voor de auguratie, om plaats te vinden. Voor de contempleerder is dit echter niet een ruimte van lucht of land. De contempleerder’s templum is de heilige ruimte binnenin hemzelf. Zoals de augur plaats neemt binnenin zijn gepredefinieerde templum, evenzo trekt de contempleerder zich terug naar zijn innerlijk heiligdom. Het is de contempleerder’s tempel van het hart die correspondeert met de augur’s templum. En daar interpreteert de contemplator de boodschappen van de goden door waarneming van de elementen en voorvallen binnenin die heilige ruimte. Voor de interpretatie van de goddelijke boodschappen bracht de augur vaak specifieke elementen voor observatie binnen de templum, zoals bijvoorbeeld kippen.12 Deze observeerde hij aandachtig maar hij gaf evenveel aandacht aan spontaan verschijnende elementen binnenin de templum, zoals bijvoorbeeld vogels. En op dezelfde wijze brengt de contempleerder elementen met opzet binnenin zijn innerlijke tempel. Dit kan een onderwerp van zijn interesse zijn of een eenvoudige zaadgedachte. Dit onderwerp zal hij dan aandachtig observeren (open blijvend om ook aandacht te besteden aan spontaan verschijnende elementen). De augur nu observeerde aandachtig om de boodschappen van de Romeinse goden te lezen. Deze goden leefden in een rijk voorbij het aardse,13 maar ze communiceerden met mensen (Romeinen) door de elementen in de templum. En de augur, deze elementen observerend, interpreteerde hun boodschappen dan. Een contempleerder, in contrast met een augur, observeert niet aandachtig externe elementen om boodschappen te interpreteren van externe goden. Echter zich terug trekkend binnenin zijn innerlijke tempel interpreteert hij evengoed boodschappen van een zeker rijk voorbij het aardse waarvan hij doorgaans gewaar is. Zijn gekozen onderwerp contemplerend kan hij de wijze waarop het onderwerp zich beweegt interpreteren als boodschappen gezonden van gene zijde. Dit gene zijde is echter niet het gene zijde van de aardse perifeer maar is het gene zijde van het aardse centrum, welk gelokaliseerd is binnenin zijn diepste zelf, binnenin het sanctum van zijn innerlijke tempel. Daar spreekt heiligheid, zij het bedacht als innerlijke goden of bedacht op andere wijze, tot hem door de beweging van het onderwerp van zijn contemplatie.

Con
Vanuit bovenstaande gedachten kan voortgegaan worden naar de betekenissen van ‘con’, welke verondersteld worden evenzo te weerklinken in ‘contemplatie’. ‘Con’ is een voorvoegsel van ‘templum’ in ‘contemplō’. Als zodanig zegt het iets over dit templum, en als zodanig hebben de betekenissen van ‘con’ iets te zeggen over de betekenissen welke naar voren werden gebracht in de bovenstaande explicaties. De eerste te benoemen betekenis hier kan ‘vereende actie’ zijn. Het voorvoegsel ‘con’ duidt een vereende actie aan. Wat nu is vereend in actie in een contemplatie is allereerst de verspreide aandacht. Gewoonlijk is aandacht gefragmenteerd in veel externe voorvallen en in betekenisloze gedachten. In contemplatie wordt het geheel aan diversiteit van deze aandacht verzameld en vereend in de actie van contemplatie op dat ene gepredefinieerde onderwerp. Dit onderwerp wordt gebracht binnen de omsluiting of houder van de contempleerder’s innerlijke tempel. Deze tempel is gesloten voor alle uiterlijke elementen welke zijn aandacht kunnen trekken, en het enige element welk de tempel is toegestaan te bevatten is het onderwerp van de contempleerder’s contemplatie. Maar ‘vereende actie’ kan ook refereren aan de gedeelde participatie in contemplatie van de contempleerder en het inwonende gegeven van zijn innerlijke tempel (laat ons hier aan dit inwonende gegeven infereren met ‘innerlijke goden’, aldus enigszins dicht blijvend in analogie bij de auguratie). Contemplatie is een vereende actie van de mens met zijn innerlijke goden. De contempleerder presenteert bepaalde elementen, een onderwerp van contemplatie, in zijn innerlijke tempel aan zijn innerlijke goden, en die laatsten op hun beurt bewegen deze elementen in zulk een wijze dat de contempleerder in staat is om de in werking gestelde beweging te interpreteren. Het is in deze vereende actie van mens en innerlijke goden dat ‘con’ in ‘contemplatie’ ook begrepen kan worden in zijn betekenis van ‘connectie of partnerschap’. In contemplatie maken mens en innerlijke god contact met elkaar en zijn zij partners in de vereende daad van contemplatie. Het is op dit punt van contact dat de mens en innerlijke goden samengaan en elkaar gelijktijdig raken. Het hoeft niet toegelicht te worden dat zulk een gebeurtenis waar de mens zijn innerlijke goden ontmoet een zeer intense is. Meer dan intens zelfs is het exact deze gebeurtenis die de contemplatie, maar ook de contempleerder, compleet maakt. Een auguratie kan niet compleet zijn zonder de aanraking van de Romeinse goden. En dit geldt voor de augur zelf evengoed. Want als er geen aanraking van de goden is dan is er geen teken om te lezen, en dan kan niet gezegd worden dat de augur waarlijk een augur is. Op dezelfde manier kan niet gezegd worden dat een contempleerder waarlijk een contempleerder is als zijn innerlijke goden het onderwerp van zijn contemplatie niet beroeren. De aanraking van de innerlijke goden completeert de contemplatie zowel als de contempleerder. Als zulk een aanraking zich niet voordoet dan kan zulk een acteur en zijn activiteit hoogstens een pseudo-contempleerder met zijn pseudo-contemplatie genoemd worden. Want in contemplatie moet de goddelijke aanraking daar zijn.

Moge aldus al onze contemplaties de aanraking van onze innerlijke goden ontvangen.

Notes
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, onder ‘contemplation’.
  2. John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005, p. 129, under ‘contemplate’.
  3. Hensleigh Wedgewood, A Dictionary of English Etymology, Macmillan & Co., New York, 1878, p. 169.
  4. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 426.
  5. Ibidem, p. 427.
  6. Ibidem, p. 383.
  7. Ibidem, p. 1914.
  8. Encyclopædia Britannica Ultimate Reference Suite, (CD-ROM), Encyclopædia Britannica, Chicago, 2010, onder ‘augury’.
  9. Oxford Latin Dictionary, p. 1914, 1915.
  10. Zie noot 7.
  11. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 1774.
  12. Zie noot 8.
  13. ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Index: 201103091, onder ‘Pagan Period’, onder ‘Polytheism’.
Bibliography
  • ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Index: 201103091.
  • John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005.
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • Hensleigh Wedgewood, A Dictionary of English Etymology, Macmillan & Co., New York, 1878.
  • Encyclopædia Britannica Ultimate Reference Suite, (CD-ROM), Encyclopædia Britannica, Chicago, 2010.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.