ARVINDUS

Geheime Wijsheid-Leer

De Egoïsche Lotus

DE EGOÏSCHE LOTUS

Gezien vanuit menselijk perspectief is de egoïsche lotus een van de sleutelconcepten gepresenteerd in de geheime wijsheid-leer. In de huidige contemplatie zal een overzicht van dit concept gegeven worden.

Beschouwing op Termen

In de geheime wijsheid-leer wordt de term ‘egoïsche lotus’ synoniem gebruikt met termen zoals ‘egoïsch voertuig’, ‘egoïsch lichaam’, ‘zielsvoertuig’, ‘zielslichaam’, ‘causaal voertuig’, ‘causaal lichaam’, ‘twaalfpetalige lotus’ en ‘karana sarira.1, 2, 3 Al deze termen zijn indicatief voor de natuur en voor de karakteristieken van dit gegeven waaraan gerefereerd wordt (misschien met uitzondering van de Sanskriet term ‘karana sarira’ welk wordt aangegeven onnauwkeurig gebruikt te worden)4. Hier moet ook de metaforische term ‘tempel van Salomon’ genoemd worden,5 echter omdat deze term hoogst metaforisch wordt gebruikt zal deze niet meegenomen worden in de beschouwing op termen onder deze paragraaf. Wat nu de voorgenoemde in de huidige beschouwing meegenomen termen gemeen hebben is dat ze zijn opgebouwd uit een substantief en een adjectief. Laten we proberen een eerste glimp te krijgen op de natuur van de egoïsche lotus door deze substantieven en adjectieven te beschouwen.

Het eerste wat gededuceerd kan worden van de referentiële substantieven is dat de egoïsche lotus een lotus, een voertuig, een lichaam is. Met een lichaam beschouwd als bestaande uit materie6 of substantie is de egoïsche lotus een lichaam omdat het bestaat uit materie of substantie van een zeker (mentaal) soort.7 Dit lichaam is ook een voertuig omdat het gebruikt wordt door een hoger type energie,8 omdat het gebruikt wordt door een bewustzijn.9 En dit lichaam en voertuig is ook (symbolisch) een lotus omdat het door helderzienden gezien wordt als een lotus met vlammende petalen.10

De adjectieven van deze termen vertellen ons dat deze lotus, dit voertuig en lichaam, zielachtig is, causaal en twaalfpetalig. Het egoïsch voertuig is egoïsch en zielachtig omdat het gebruikt wordt als een voertuig door een ego of ziel (beide zijn verwisselbare termen),11 welke het in de bovenstaande sectie genoemde bewustzijn betreft.12 Dit zelfde causaal lichaam is ook causaal omdat het de oorzaak is van individualiteit.13 En verder is deze zelfde twaalfpetalige lotus twaalfpetalig omdat twaalf spiralen gelokaliseerd zijn binnenin dit wiel van vuur (waarvan de binnenste drie initieel verborgen zijn).14

Dus in principe is de egoïsche lotus een voertuig of lichaam van de ziel dat individualiteit veroorzaakt en welk gesymboliseerd wordt en gezien wordt door helderzienden als een lotus met twaalf (of negen) vlammende petalen.

De Egoïsche Lotus als Voertuig van de Ziel

‘De egoïsche lotus is een voertuig of lichaam van de ziel dat individualiteit veroorzaakt en welk gesymboliseerd wordt en gezien wordt door helderzienden als een lotus met twaalf (of negen) vlammende petalen.’ Deze definitie kan onderverdeeld worden in drie subdefinities. Van deze zegt de eerste dat de egoïsche lotus een voertuig is. De tweede zegt dat het de oorzaak is van individualiteit. En de derde zegt dat het gesymboliseerd wordt en gezien wordt door helderzienden als een lotus met twaalf (of negen) vlammende petalen. Elk van deze drie subdefinities zal algemeen toegelicht worden, beginnende met de eerste onder deze paragraaf.

‘De egoïsche lotus is een voertuig of lichaam van de ziel.’ In principe kan gezegd worden dat een gegeven relateert aan een ander gegeven als voertuig wanneer het ten aanzien daarvan negatief geladen is. Aldus kan de egoïsche lotus gezien worden als negatief geladen ten aanzien van de ziel (met de ziel positief geladen zijnde ten aanzien van de egoïsche lotus). Hierin relateren de ziel en de egoïsche lotus aan elkaar in analogie met leven aan vorm en bewustzijn in zijn algemeenheid aan zijn voertuigen.15

De egoïsche lotus echter staat niet alleen in directe relatie met de ziel maar ook met de drievoudige persoonlijkheid (bestaande uit een mentaal, een emotioneel en een fysiek lichaam).16 En in deze relatie is de egoïsche lotus, zijnde de oorzaak en wortel van de persoonlijkheid,17 positief en de persoonlijkheid negatief geladen. Dit wordt duidelijk wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de opbouw van de egoïsche lotus het resultaat is van de ziel die erop ageert en de persoonlijkheid die erop reageert.18

De vraag kan rijzen hoe het mogelijk is dat de egoïsche lotus de oorzaak is van de persoonlijkheid en tegelijkertijd opgebouwd wordt door de reactie erop van die laatste. Als zeer kort antwoord op die vraag kan gezegd worden dat de persoonlijkheid alreeds veroorzaakt wordt door de egoïsche lotus wanneer deze nog een lotus in knop is en dat door de reactie van de persoonlijkheid de lotus opgebouwd wordt tot een lotus in volle bloei. De volgende twee paragrafen zouden meer duidelijkheid moeten geven.

De Egoïsche Lotus als Oorzaak van Individualiteit

Wanneer in de subdefinitie van de egoïsche lotus gepostuleerd wordt dat die de oorzaak is van individualiteit, en de egoïsche lotus wordt later gesteld de oorzaak te zijn van de persoonlijkheid, dan kan men verleid worden om aan individualiteit en persoonlijkheid te denken als zijnde één en hetzelfde. Dit kan echter niet logisch gededuceerd worden van die twee stellingen, en ook is het niet het geval. Individualiteit en persoonlijkheid zijn niet hetzelfde. Want individualiteit behoort tot de ziel of ego, welk, het hoger zelf zijnde, zich reflecteert in de persoonlijkheid, zijnde het lager zelf.19 Maar hoewel beide verschillend zijn is de egoïsche lotus niettemin de oorzaak van beide.

De egoïsche lotus zelf ontstaat door het contact van de polaire tegenstellingen van leven en vorm.20 Ontstaan als een omhulsel van mentale substantie zondert het de ene eenheid van egoïsch bewustzijn af van een andere zulke eenheid.21 Deze afzondering van zielen is wat in principe individualisering definieert. En aldus is de egoïsche lotus de oorzaak van individualiteit.

Binnenin deze egoïsche lotus nu zijn de twee permanente atomen vervat van het fysiek en astraal lichaam en de mentale eenheid van het mentaal lichaam.22, 23 Deze permanente atomen en mentale eenheid zijn in principe kleine centra van kracht waaromheen het fysiek, astraal en mentaal lichaam van de drievoudige persoonlijkheid wordt gebouwd.24 Wanneer deze persoonlijkheidslichamen verdwijnen na iedere incarnatie verblijven echter de permanente atomen en de mentale eenheid. Dit doen zij om later nieuwe bouwatomen rond zich te verzamelen voor nieuwe persoonlijkheidslichamen wanneer een nieuwe incarnatie aanstaande is.25 Deze permanente atomen en mentale eenheid beschouwend als deel zijnde van de egoïsche lotus kan het begrepen worden hoe de egoïsche lotus door de voorgenoemde permanente atomen en mentale eenheid de oorzaak is van de persoonlijkheid.

De Egoïsche Lotus als Zijnde Twaalfpetalig

Zoals eerder verklaard heeft de egoïsche lotus twaalf petalen. Van deze zijn de binnenste drie petalen verborgen. ‘Verborgen’ betekent hier dat deze drie petalen dichtgevouwen zijn in een knop. En binnenin deze knop van drie gevouwen petalen dan wordt gevonden wat genoemd wordt ‘de juweel in de lotus’.26 (In het lagere deel van de knop, ofschoon niet in het centrum, worden ook de permanente atomen en de mentale eenheid gevonden).27 Vanwege de verborgenheid van de binnenste drie petalen wordt de egoïsche lotus ook aan gerefereerd als ‘de negenpetalige lotus’. Deze onverborgen negen petalen zijn geschikt in drie cirkels van drie petalen. Van deze zijn de drie buitenste petalen genaamd ‘kennispetalen’, de middelste drie ‘liefdespetalen’ en de binnenste drie ‘opofferingspetalen’.28 Laten we wat nauwkeuriger kijken naar al de voorgenoemde aspecten van de twaalfpetalige lotus.

We zullen beginnen met de eerder genoemde permanente atomen en de mentale eenheid. Deze worden gevonden in het lager deel van het knopcentrum en worden gezien (door helderzienden) als drie punten van licht29 met een doffe rode gloed.30

In de buitenste cirkel van de negenpetalige lotus vinden we drie petalen van kennis. Petaal één representeert kennis op het fysieke gebied, petaal twee liefde en petaal drie opoffering. In het midden vinden we drie petalen van liefde. Petaal één representeert hogere kennis toegepast door liefde op de fysieke en astrale gebieden, petaal twee hogere intelligente liefde en petaal drie liefdevolle intelligente opoffering. In de binnenste cirkel van de negenpetalige lotus dan vinden we drie petalen van opoffering. Petaal één representeert de wil tot opoffering door kennis op het mentale gebied, petaal twee de wil tot opoffering door liefde en petaal drie de uiterste opoffering van alles voor altijd.31 Elk individueel voorgenoemd petaal is van een verschillende kleurencombinatie, hoewel alle negen een overwegend oranje tint hebben.32

De verborgen petalen van de twaalfpetalige lotus hebben een citroengele tint.33 Waar de permanente atomen en de mentale eenheid het substantie-aspect van bestaan of worden betreffen en de negen buitenste petalen het psychische aspect of ontwikkeling van bewustzijn betreffen, daar belichamen de binnenste drie petalen het aspect van pure geest.34

Verborgen binnen de drie dichtgevouwen binnenste petalen dan wordt het juweel in de lotus gevonden, welk gezien kan worden als een schitterend punt van elektrisch vuur van een blauwwitte tint.35 Dit juweel betreft de geest of leven.36 Het is de verdeler van energie en raam van de monade (zoals het geestprincipe in de mens wordt genoemd)37, en als zodanig is het gesitueerd tussen manas en buddhi, deze twee gebieden verbindend.38 Acht stromen van vuur stralen uit van dit juweel naar de toppen van de vier liefdes- en vier opofferingspetalen (de verborgen kennis-, liefdes- en opofferingspetaal inbegrepen).39

De hierboven beschrijvingen van de aspecten van de egoïsche lotus in beschouwing nemend, samen met de genoemde kleuren in de corresponderende noten, kan een interpretatief symbool zoals in figuur 1 gevisualiseerd worden. Neem er notie van dat de gevisualiseerde egoïsche lotus een interpretatieve is, niet visionair, en aldus absoluut niet conclusief.

De Egoïsche Lotus en het Hart Centrum

Wanneer we de egoïsche lotus hier beschrijven en visualiseren moet deze niet verward worden met het hartcentrum welk ook twaalfpetalig is.40 Het hartcentrum bestaat in etherische substantie41 terwijl de egoïsche lotus in mentale substantie bestaat42. In deze etherische substantie wordt het hartcentrum ook anders gevisualiseerd. Want het hartcentrum heeft twaalf gouden petalen43 terwijl de egoïsche lotus gevisualiseerd wordt als boven omschreven.

Er is echter een overeenkomst tussen de egoïsche lotus en het hartcentrum. Want de egoïsche lotus kan gezien worden als het hartcentrum van de monade of geest.44 En als zodanig bestaat er een directe stroom van energie tussen de twaalfpetalige egoïsche lotus en het twaalfpetalige hartcentrum.45

Het hartcentrum is echter niet het enige twaalfpetalige centrum waarmee de egoïsche lotus overeenkomt. Want in het centrum van de duizendpetalige lotus of het hoofdcentrum wordt ook een twaalfpetalige lotus gevonden. Deze lotus is intermediair tussen de egoïsche lotus en het hoofdcentrum en komt ook overeen met het hartcentrum.46 Deze twaalfpetalige lotus moet ondanks zijn overeenstemming ook niet verward worden met de egoïsche lotus (of het hartcentrum).

Mogelijke verwarringen omtrent verschillende twaalfpetalige lotussen uit de weg geruimd hebbend kan de huidige contemplatie nu vervolgd worden met een beschouwing op de evolutie van de egoïsche lotus.

De Evolutie van de Egoïsche Lotus

Twee paragrafen terug werd een interpretatief symbool gevisualiseerd. Dit gedaan hebbende moet de egoïsche lotus echter niet bedacht worden als zijnde statisch in zijn verschijning. Want hij kent een ontstaan, een ontvouwing en een vernietiging. Onder deze paragraaf zal een algemeen overzicht van deze evolutie gegeven worden.

Ontstaan
Het ontstaan van de egoïsche lotus werd al aangeraakt. Want het werd vermeld dat de egoïsche lotus ontstaat op het moment van individualisatie. In het proces van wording vormt deze lotus eerst negen, nog steeds dichtgesloten, petalen onder invloed van benaderende of stimulerende en inherente vibraties op het derde subgebied van het mentaal gebied.47 Op dit mentaal gebied verschijnt een driehoek, circulerend tussen het manasisch permanent atoom en een punt in het centrum van de egoïsche lotus.48 Dan veroorzaakt een naar beneden vloeien van buddhi de verschijning van de drie binnenste petalen, de centrale vlam of ‘juweel in de lotus’ bedekkend. Ook de mentale eenheid en astraal en fysiek permanente atomen worden ingesloten, de manasische driehoek wordt teruggetrokken naar het centrum, en de egoïsche lotus,49 ofschoon nog steeds in knopvorm, is nu compleet.50

Ontvouwing
Wanneer de egoïsche lotus is ontstaan start een lange periode van organiseren en ontvouwen van de negen buitenste petalen. Een symbolisch aantal van 777 incarnaties wordt genoemd voor deze periode.51 De periode is drievoudig waarbij, opnieuw symbolisch, de eerste periode 700 incarnaties duurt,52 de tweede 7053 en de laatste 7.

In de eerste periode worden de petalen van kennis georganiseerd en ontvouwd in wat genoemd wordt ‘de Hal van Onwetendheid’.54 Deze periode wordt gekarakteriseerd door identificatie met de fenomenale wereld.55 Het is de periode van de persoonlijkheid.56 Met de petalen van kennis drie in getal zijnde kan deze periode verdeeld worden in drie subperioden. In de eerste ontvouwt het eerste kennispetaal voor het fysiek gebied zich middels (pijnlijke) ervaringen op het fysiek gebied.57 In de tweede ontvouwt het liefdespetaal voor het fysiek gebied zich middels relaties op het fysiek gebied.58 In de derde ontvouwt het opofferingspetaal voor het fysiek gebied zich middels (onvrijwillige) opoffering van het fysiek lichaam op het altaar van begeerte en aspiratie.59 Deze ontvouwing culmineert in de volledige revelatie van de kennispetalen bij de eerste inwijding,60 gewaarzijn voortbrengend van het derde aspect van de ziel; actieve intelligentie.61 Bij de eerste inwijding opent ook het overeenstemmende petaal van de drie binnenste petalen die het juweel in de lotus omringen.62 Met de ontvouwing in deze eerste periode wordt het fysiek permanent atoom radioactief en een stralend licht.63

In de tweede periode worden de petalen van liefde georganiseerd en ontvouwd in wat genoemd wordt ‘de Hal van Lering’.64 Deze periode wordt gekarakteriseerd door verzadiging, rusteloosheid en een zoektocht naar de kennis van de ziel.65 Dit is de periode van de mysticus.66 Met de petalen van liefde ook drie in getal zijnde kan opnieuw deze periode verdeeld worden in drie subperiode. In de eerste ontvouwt het kennispetaal voor het astraal gebied zich middels het bewust balanceren van de (emotionele) paren van tegenstelling en een beginnend begrip van oorzaken.67 In de tweede ontvouwt het liefdespetaal voor het astraal gebied zich middels het streven om de aandacht naar de liefde of realiteit binnenin te richten.68 In de derde ontvouwt het opofferingspetaal voor het astraal gebied zich middels een bewuste poging om eigen begeerten op te geven voor groepsbelang.69 De ontvouwing van deze petalen culmineert in de volledige revelatie van de liefdespetalen bij de tweede inwijding,70 gewaarzijn voortbrengend van het tweede aspect van de ziel; liefde-wijsheid.71 Bij deze tweede inwijding opent ook de overeenstemmende petaal van de drie binnenste petalen die het juweel in de lotus omringen.72 Met de ontvouwing in deze tweede periode wordt het astraal permanent atoom even stralend als het fysiek.73

In de derde periode worden de petalen van opoffering georganiseerd en ontvouwd in wat genoemd wordt ‘de Hal van Wijsheid’.74 Deze periode wordt gekarakteriseerd door realisatie, verruiming van bewustzijn en identificatie met de spirituele mens.75 Dit is de periode van de occultist.76 Met ook de petalen van opoffering drie in getal zijnde kan opnieuw deze periode verdeeld worden in drie subperiodes. In de eerste ontvouwen de kennispetalen voor het mentaal gebied zich middels het gebruik van alles wat verworven werd ten gunste van de mensheid.77 In de tweede ontvouwt het liefdespetaal voor het mentaal gebied zich middels toepassing van de zielskrachten op de onbaatzuchtige dienst aan de mensheid.78 In de derde ontvouwen de opofferingspetalen voor het mentaal gebied zich middels levens gespendeerd aan de ziel als overheersende neiging.79 De ontvouwing van deze petalen culmineert in de volledige revelatie van de opofferingspetalen bij de derde inwijding,80 gewaarzijn voortbrengen van het eerste aspect van de ziel; wil.81 Bij deze derde inwijding opent ook de overeenstemmende petaal van de drie binnenste petalen die het juweel in de lotus omringen.82 Met de ontvouwing in deze derde periode wordt de mentale eenheid ook een stralend punt van licht.83

De ontvouwing van de egoïsche lotus is nu compleet. Het moet hier opgemerkt worden dat de beschrijving van ontvouwing gegeven in deze paragraaf een algemene is en dat de ontvouwing van individuele petalen niet plaats hoeven te vinden op even chronologische wijze zoals geschetst.84

Vernietiging
In de vorige subparagraaf werd een algemene beschrijving gegeven van de ontvouwing van de egoïsche lotus tot aan de derde inwijding. In deze is het proces naar de vierde inwijding niet beschreven. Bij de vierde inwijding wordt de egoïsche lotus vernietigd,85 en dus lijkt het meer plausibel om het proces naar deze vernietiging onder de huidige subparagraaf te behandelen.

De vorige subparagraaf werd verlaten bij de derde inwijding wanneer de egoïsche lotus zijn petalen van kennis, liefde en opoffering volledig heeft ontvouwd. Ook wordt met iedere inwijding het juweel in de lotus in toenemende mate getoond door de binnenste knoppetalen.86 Naar de vierde inwijding toe neemt de intensiteit van het licht, de hitte en kracht alsmaar toe,87 tot deze bij de vierde inwijding door de knoppetalen doorbreken en de gehele egoïsche lotus vernietigen.88 Hiermee wordt de essentie van de persoonlijkheid (opgeslagen in de nu uiteenvallende permanente atomen en de mentale eenheid) geabstraheerd in de monade.89 Het vuur van de substantie van de permanente atomen wordt verbrand door het vuur van bewustzijn van de negen buitenste petalen, welk zich op zijn beurt vermengt met het vuur van geest van het juweel en aldus ook uit manifestatie verdwijnt.90, 91

Samenvatting

We ondernamen deze contemplatie om een overzicht te geven van de egoïsche lotus als een van de sleutelconcepten in de geheime wijsheid-leer en startte met een beschouwing op termen. Op basis van deze beschouwing werd de egoïsche lotus gedefinieerd als een voertuig of lichaam van de ziel dat individualiteit veroorzaakt en welk gesymboliseerd wordt en gezien wordt door helderzienden als een lotus met twaalf (of negen) vlammende petalen. De egoïsche lotus werd ontdekt een voertuig van de ziel te zijn vanwege zijn negatieve geladenheid ten aanzien van de ziel. En zelf positief geladen zijnd ten aanzien van de drievoudige persoonlijkheid werd de egoïsche lotus beschouwd als de oorzaak van de persoonlijkheid. Deze persoonlijkheid echter werd apart gezet van individualiteit (welk ook veroorzaakt wordt door de egoïsche lotus). Want individualiteit behoort tot het hoger zelf waar persoonlijkheid tot het lager zelf behoort. Deze individualiteit werd gezien als veroorzaakt door de egoïsche lotus door de afzondering van de ene ziel van een andere.

De egoïsche lotus werd ook beschouwd in zijn symbolische vorm van een twaalfpetalige lotus. Deze lotus werd gezien als bestaande uit drie kennispetalen, drie liefdespetalen, drie opofferingspetalen, drie binnenste knoppetalen, twee permanente atomen en een mentale eenheid, en een juweel. Een visualisatie hiervan werd gegeven. Verder werd deze twaalfpetalige egoïsche lotus onderscheiden van het twaalfpetalige hartcentrum en het twaalfpetalige centrum in het hoofd.

Tenslotte werd de evolutie van de egoïsche lotus geschetst in drie perioden; een ontstaan, een ontvouwing en een vernietiging. Samen met het ontstaan van de egoïsche lotus wordt de mens geïndividualiseerd, bij de eerste inwijding worden de kennispetalen volledig ontvouwen, bij de tweede de liefdespetalen en bij de derde de opofferingspetalen. Bij de vierde inwijding werd de egoïsche lotus volgens de beschrijving vernietigd, alle opgeslagen ervaringen en verkregen kwaliteiten abstraherend in de geest of monade.

Moge aldus onze egoïsche lotussen zich ontvouwen en tot volledige bloei komen.

Noten
  1. Alice A. Bailey, 'A Treatise on White Magic’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Rule Ten, The Present and the Future. “Hence it is the mind principle in humanity which brings into manifestation the egoic body, the causal vehicle, the karana sarira, the twelve-petalled lotus.”
  2. Alice A. Bailey, 'Discipleship in the New Age, Volume I, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Three, Discipleship and its Ends, Part VIII. “2. The egoic lotus or soul body.”
  3. Alice A. Bailey, 'Esoteric Healing, A Treatise on the Seven Rays, Volume IV’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Part Two, Ch. VII, The Elemenation of the Personality Thought Forms. “[…]in the disappearance or destruction of the soul vehicle or causal body, […].”
  4. Alice A. Bailey, 'A Treatise on Cosmic Fire’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Two, Division D, II, 3, b, (a). “The causal body, called sometimes (though inaccurately) the "karana sarira," […].”
  5. Alice A. Bailey, 'Letters on Occult Meditation’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Letter VII, Some remarks on color. “[…](the causal body or the Temple of Solomon) […].”
  6. Ibidem, Introductory Postulates. “FIRE BY FRICTION, or Body, or Matter.”
  7. Ibidem, Section Two, Division C, I, 2. “The causal body is that sheath of mental substance which is formed at the moment of individualisation by the contact of the two fires.”
  8. ‘A Treatise on White Magic’, Rule Fourteen, The Centres and Prana. “[…] “that the three lower bodies are energy bodies, each forming a vehicle for the higher type of energy and being themselves transmitters of energy.”
  9. 'Letters on Occult Meditation’, Letter VI, Mantric forms connected to fire. “[…], and, acting as a stimulant to the causal body, fit it more rapidly as a vehicle of consciousness, […].”
  10. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 1, a. “These centres are recognised also as focal points of active force, manifesting to the vision of the clairvoyant as fiery wheels or the flaming petals of a lotus.”
  11. Alice A. Bailey, 'Education in the New Age’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Ch. I, Introductory Statements. “That Son of Mind, which we call the Ego or Soul.”
  12. Alice A. Bailey, 'The Soul and Its Mechanism’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Ch. VI. “The main characteristic of the soul is consciousness.”
  13. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, II, 1. “It separates one unit of egoic consciousness from another unit of consciousness, […].”
  14. Ibidem, Section Two, Division C, III, 1, b. “Of these twelve petals, the innermost three are unrevealed, or are embryonic, and hence the causal body is frequently considered as a nine-petalled Lotus, or as a wheel of fire with only nine spokes or whorls.”
  15. Ibidem, Section Two, Introductory Questions, I. “Two factors are universally recognised in all systems that merit the name of philosophy; they are the two factors of spirit and matter, of purusha and prakriti. There is at times a tendency to confound such terms as "life and form," "consciousness and the vehicle of consciousness" with the terms "Spirit and matter." They are related, but clarity of view would be facilitated if it were realised that prior to manifestation, or to the birth of a solar system, it is more correct to utilise the words, Spirit and matter. When these two are inter-related during manifestation, and after the cessation of the pralayic interval or interlude between two systems, then the terms, life and form, consciousness and its vehicles, are more correct, for during the period of abstraction consciousness is not, form is not, and life, demonstrating as an actual principle, is not.”
  16. Alice A. Bailey, 'Initiation, Human and Solar’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Foreword. “III. The Personality, or lower self, physical plane man.
    This aspect is also threefold
    1. A mental body […].
    2. An emotinal body […].
    3. A physical body […].”
  17. Alice A. Bailey, 'The Rays and the Initiations, A Treatise on the Seven Rays, Volume V’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Part One, Rule Eleven. “On first reading this rule it is obvious that it concerns the fourth initiation and the consequent destruction of the causal body—the vehicle through the means of which the Monad has created first of all the personality, and then an instrument for the expression of the second divine aspect.”
  18. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division D, II, 3, d, (b). “The building of the causal body is the result of dual energy, that of the lower self with its reflex action upon the higher unit, and that of the natural energy of the self as it makes its direct impress upon the substance of the egoic lotus.”
  19. 'Initiation, Human and Solar’, Foreword. “II. The Ego, Higher Self, or Individuality. […].
    The Ego reflects itself in
    III. The Personality, or lower self, physical plane man.
  20. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, I, 2. “The causal body is that sheath of mental substance which is formed at the moment of individualisation by the contact of the two fires. The force or energy that pours through from the higher planes (the breath of the Monad, if you care so to term it) produces a vacuum, or something analogous to a bubble in koilon, and the sheath of the causal body—the ring-pass-not of the central Life is formed.”
  21. Ibidem, Section Two, Division C, II, 1. “Surrounding these three atoms is the causal sheath, answering the following purposes:
    It separates one unit of egoic consciousness from another unit of consciousness, […].”
  22. Ibidem, Section Two, Division A, II, 2. “We must not forget that the causal body contains the three permanent atoms or the three spheres which embody the principle of intelligence, of desire, and of physical objectivity.”
  23. Ibidem, Section Two, Division C, I, 2. “Within this sheath are to be found three atoms, which have been termed the mental unit, the astral permanent atom and the physical permanent atom; […].”
  24. 'Initiation, Human and Solar’, Glossary. “Around them the various sheaths or bodies are built. They are literally small force centres.”
  25. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, II, 3, a. “There is no permanence whatever in the sheaths; they are built into temporary forms, and dissolved when the Thinker has exhausted their possibilities, but the seventh principle of each sheath gathers to itself the achieved qualities and stores them up—under the Law of Karma—to work out again and to demonstrate as the plane impulse at each fresh cycle of manifestation.”
  26. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, c, (e). “Concealed at the very centre or heart of the lotus is a brilliant point of electric fire of a blue-white hue (the jewel in the lotus) surrounded, and completely hidden, by three closely folded petals. Around this central nucleus, or inner flame, are arranged the nine petals in circles of three petals each, making three circles in all.”
  27. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, b, (a). “At the same time, the three permanent atoms are enclosed within the lotus, and are seen by the clairvoyant as three points of light in the lower part of the bud, beneath the central portion.”
  28. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, d, (b). “These three circles of petals are called in the esoteric terminology:
    1. The "outer knowledge" triad, or the lords of active wisdom.
    2. The middle "love" triad, or the lords of active love.
    3. The inner "sacrificial" triad, or the lords of active will.”
  29. Zie noot 27.
  30. 'A Treatise on Cosmic Fire', Section Two, Division D, II, 3, c, (e). “The light within these permanent atoms has a dull red glow […].”
  31. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, d, (b). “I. The outer "knowledge" triad:
    a. Petal 1...Knowledge on the physical plane.
    Colours: Orange, green and violet.
    b. Petal 2...Love on the physical plane.
    Colours: Orange, rose and blue.
    c. Petal 3...Sacrifice on the physical plane.
    Colours: Orange, yellow and indigo.
    These three petals are organised and vitalised in the Hall of Ignorance, but remain unopened and only begin to unfold as the second circle is organised.
    II. The middle "love" triad:
    a. Petal 1...Higher Knowledge applied through love on the physical and astral planes.
    Colours: Rose, and the original three.
    b. Petal 2...Higher intelligent love on the physical and astral planes.
    Colours: Rose and the corresponding three.
    c. Petal 3...Loving intelligent sacrifice on the physical and astral planes.
    Colours: Rose and the same three.
    These three petals preserve the fundamental orange but add the colour rose in every petal, so that four colours are now seen. These petals are organised and vitalised in the Hall of Learning, but remain unopened. The outer tier of petals simultaneously unfolds till it is open entirely, revealing the second circle; the third remains shielded.
    III. The inner "sacrificial" triad:
    a. Petal 1...The Will to sacrifice through knowledge on the mental plane, and thus intelligently to dominate the entire threefold lower man.
    Colours: Yellow and the four colours, orange, green, violet and rose.
    b. Petal 2...The will to sacrifice through love on the mental plane, and thus to serve.
    Colours: Yellow and the four colours, orange, violet, rose and blue.
    c. Petal 3...The utter sacrifice of all forever. Colours: Yellow, orange, rose, blue and indigo.”
  32. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, c, (e). “These nine petals are of a predominant orange hue, though the six other colours are found as secondary colours in a varying degree.”
  33. Ibidem. “The inner three petals are of a lovely lemon-yellow hue.”
  34. Ibidem, Section Two, Division C, III, 3. “Bear in mind here, that the permanent atoms are concerned with the substance aspect of Existence or Becoming, while the petals of the lotus, or the fiery spokes of the wheel, deal specifically with the psychical aspect, or the development of consciousness; the central nucleus, or the three inner petals, embodies the aspect of pure Spirit.”
  35. Zie noot 26.
  36. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Three, Division B. “This identification does not concern the form nor the soul but only the spiritual point of positive life which in the human unit we call the "Jewel in the Lotus."”
  37. Ibidem, Section One, Introductory Remarks, II. “This fire is the basic vibration of the little system in which the monad or human spirit is the logos, and it holds the personality or lower material man in objective manifestation thus permitting the spiritual unit to contact the plane of densest matter.”
  38. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division E, VI, 1. “The jewel in the lotus is the director of energy from the monad, […].
    The jewel in the Lotus is the centre of force which links the buddhic and mental planes. […].
    The jewel, or diamond concealed by the egoic lotus, is the window of the Monad or Spirit whereby he looks outward into the three worlds. […].
    The jewel in the lotus is situated between manas and buddhi […].”
  39. Ibidem, Section Two, Division E, V, 2. “The Jewel itself remains occultly static, and does not circulate. It is a point of peace; it pulsates rhythmically as does the heart of man, and from it ray forth eight streams of living fire which extend to the tips of the four love petals and the four sacrifice petals.”
  40. Ibidem, Section One, Division E, V, 1. “3. The heart centre, twelve petals glowing golden.”
  41. Alice A. Bailey, 'Telepathy and the Etheric Vehicle’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Two, I. “They exist only in etheric matter and in the etheric so-called aura, […].”
  42. Zie noot 7.
  43. Zie noot 40.
  44. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 1, b. “In studying the egoic body it should be remembered that the causal body is the correspondence in the monadic manifestation to the heart centre.”
  45. Ibidem, Section Two, Division F, II, 3. “We have, therefore, a direct flow of energy flowing through: […].
    d. The twelve-petalled human egoic lotus on the mental plane.
    e. The twelve-petalled heart centre in a human being.”
  46. ‘The Light of the Soul’, Book III, Sl. 25. “The twelve petalled lotus in the head (which is the higher correspondence of the heart centre, and the intermediary between the twelve petalled egoic lotus on its own plane and the head centre) awakens.”
  47. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division D, II, 3, b, (a). “There appear upon the third subplane of the mental plane certain vibratory impulses—nine in number—corresponding to the fivefold vibration of these Manasadevas in conjunction with the fourfold vibration set up from below and inherent in the matter of this subplane, the fifth from the lower standpoint. This produces "the ninefold egoic lotus," which is at this stage tightly closed, the nine petals folded one upon the other. They are vibrant, and scintillating "light" but not of excessive brightness.”
  48. Ibidem. “There appears a triangle on the mental plane, produced by manasic activity, and this triangle of fire begins slowly to circulate between the manasic permanent atom, and a point at the centre of the egoic lotus, and thence to the mental unit, which has appeared upon the fourth subplane through innate instinct approximating mentality.”
  49. Ibidem. “The fourth point to be noted is that when these three events have occurred, the light or fire that circulates along the manasic triangle is withdrawn to the centre of the lotus, and this "prototype" of the future antaskarana, if so it may be expressed, disappears. The threefold energy of the petals, the atoms and the "jewel" is now centralised, because impulse must now be generated which will produce a downflow of energy from the newly made causal vehicle into the three worlds of human endeavour.”
  50. Ibidem. “A downflow of buddhi takes place along the line of the manasic triangle until it reaches a point at the very centre of the lotus. There, by the power of its own vibration, it causes a change in the appearance of the lotus. At the very heart of the lotus, three more petals appear which close in on the central flame, covering it closely, and remaining closed until the time comes for the revelation of the "jewel in the Lotus." The egoic lotus is now composed of twelve petals, nine of these appear at this stage in bud form and three are completely hidden and mysterious.
    At the same time, the three permanent atoms are enclosed within the lotus, and are seen by the clairvoyant as three points of light in the lower part of the bud, beneath the central portion. They form at this stage a dimly burning triangle. The causal body, though only in an embryonic condition, is now ready for full activity as the eons slip away, and is complete in all its threefold nature.”
  51. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, d, (b). “In these three circles of petals lies concealed another clue to the mystery of the 777 incarnations. The figures do not convey an exact number of years, but are figurative and symbolical; they are intended to convey the thought of three cycles of varying duration, based upon the septenary nature of the manifesting monad.”
  52. Ibidem. “First. The 700 incarnations. These concern the unfoldment of the outer circle.”
  53. Ibidem. “Second. The 70 incarnations. These concern the unfoldment of the middle circle.”
  54. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, d, (e). “I. Knowledge Petals. First circle.
    a.
    Organised in the Hall of Ignorance.”
  55. Alice A. Bailey, 'The Light of the Soul’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Book II, Sl. 24. “Identification with the phenomenal world and the use of the outgoing organs of perception covers the period which the real man spends in what is called the Hall of Ignorance.”
  56. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division D, II, 3, d, (b). “First. The stage wherein the energy manifested acts outwardly. The Self becomes identified with its sheaths. This is the strictly personal stage.”
  57. Ibidem, Section Two, Division C, III, 2, a. “1. The Petal of Knowledge for the physical plane. Through the breaking of the Law and the ensuing suffering the price of ignorance is paid and knowledge is achieved. This unfoldment is brought about through physical plane experience.”
  58. Ibidem. “2. The Petal of Love for the physical plane. Unfolds through physical relationships, and the gradual growth of love from love of self to love of others.”
  59. Ibidem. “3. The Petal of Sacrifice for the physical plane. This unfoldment is brought about through the driving force of circumstances, and not of free will. It is the offering up of the physical body upon the altar of desire—low desire to begin with, but aspiration towards the end, though still desire.”
  60. 'Initiation, Human and Solar’, Ch. XII, The revelation of the “Presence”. “These petals are arranged in three circles around a central set of three closely folded petals, which shield what is called in the eastern books "The Jewel in the Lotus." This Lotus is a thing of rare beauty, pulsating with life and radiant with all the colours of the rainbow, and at the first three initiations the three circles are revealed in order, until at the fourth initiation the initiate stands before a still greater revelation, and learns the secret of that which lies within the central bud.”
  61. Ibidem. “At the first initiation the initiate becomes aware of the third, or lowest, aspect of the Ego, that of active intelligence."
  62. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division D, II, 3, d, (e). “It concerns the innermost circle of petals, or that set of three petals, or those three streams of whirling energy, which immediately surround the "jewel in the lotus." […].
    At the first, the second, and the third Initiations, one of the three petals opens up, permitting an ever freer display of the central electric point.”
  63. Ibidem, Section Two, Division C, III, 2, a. “The physical permanent atom becomes radioactive or a radiant point of fire.”
  64. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, d, (e). “II. Love Petals. Second circle.
    a.
    Organised in the Hall of Learning.”
  65. 'The Light of the Soul’, Book II, Sl. 24. “Satiety, restlessness and a search for the knowledge of the self or soul characterises the period spent in the Hall of Learning.”
  66. Ibidem. “The terms human life, mystic life and occult life apply to these three stages.”
  67. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 2, a. “1. The Petal of Knowledge, for the astral plane; unfoldment is brought about by the conscious balancing of the pairs of opposites, and the gradual utilisation of the Law of Attraction and Repulsion. The man passes out of the Hall of Ignorance where, from the egoic point of view, he works blindly and begins to appreciate the effects of his physical plane life; by a realisation of his essential duality he begins to comprehend causes.”
  68. Ibidem. “2. The Petal of Love for the astral plane; unfoldment is brought about through the process of gradually transmuting the love of the subjective nature or of the Self within. This has a dual effect and works through on to the physical plane in many lives of turmoil, of endeavour and of failure as a man strives to turn his attention to the love of the Real.”
  69. Ibidem. “3. The Petal of Sacrifice for the astral plane; unfoldment is brought about by the attitude of man as he consciously endeavours to give up his own desires for the sake of his group. His motive is still somewhat a blind one, and still coloured by the desire for a return of that which he gives and for love from those he seeks to serve, but it is of a much higher order than the blind sacrifice to which a man is driven by circumstances as is the case in the earlier unfoldment.”
  70. Zie noot 60.
  71. 'Initiation, Human and Solar’, Ch. XII, The revelation of the “Presence”. “At the second initiation this great Presence is seen as a duality, and another aspect shines forth before him. He becomes aware that this radiant Life, Who is identified with himself, is not only intelligence in action but also is love-wisdom in origin.”
  72. Zie noot 62.
  73. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 2, a. “The astral permanent atom comes into full activity and radiance, as regards five of its spirillae, and the two atoms of the physical and the astral planes are equally vibrant.”
  74. Ibidem. “III. Will or Sacrifice Petals. Third circle.
    a.
    Organised in the Hall of Wisdom.”
  75. 'The Light of the Soul’, Book II, Sl. 24. “Realization, expansion of consciousness and identification with the spiritual man cover the period spent in the Hall of Wisdom.”
  76. Zie noot 62.
  77. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 2, a. “1. The Petal of Knowledge for the mental plane; its unfoldment marks the period wherein the man consciously utilizes all that he has gained or is gaining under the law for the definite benefit of humanity.”
  78. Ibidem. “2. The Petal of Love on the mental plane is unfolded through the conscious steady application of all the powers of the soul to the service of humanity with no thought of return nor any desire for reward for the immense sacrifice involved.”
  79. Ibidem. “3. The Petal of Sacrifice for the mental plane: demonstrates as the predominant bias of the soul as seen in a series of many lives spent by the initiate prior to his final emancipation. He becomes in his sphere the "Great Sacrifice."”
  80. Zie noot 60.
  81. 'Initiation, Human and Solar’, Ch. XII, The revelation of the “Presence”. “At the third initiation the Ego stands before the initiate as a perfected triplicity. Not only is the Self known to be intelligent, active love, but it is revealed also as a fundamental will or purpose, […].”
  82. Zie noot 59.
  83. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 2, a. “a. The mental unit becomes a radiant point of light; its four spirillae transmit force with intense rapidity. b. The three higher petals unfold, and the nine-petalled lotus is seen perfected.”
  84. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, III, 3. “First, that according to the Ray of the Monad, so will the petals unfold. […].Third, that there exist many cases of uneven or unequal unfoldment.”
  85. 'The Rays and the Initiations’, Part Two, Section One, The Dual Life of the Initiatory Process, The Dual Life of the Disciple. “Then follows the fourth initiation with its destruction of the egoic, causal or soul body, owing to the complete fusion of soul and personality.”
  86. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division D, II, 3, d, (e). “At the first, the second, and the third Initiations, one of the three petals opens up, permitting an ever freer display of the central electric point.”
  87. Ibidem, Section Two, Division C, III, 2, c. “[…]; at the centre can be seen a central blaze of glory growing in intensity as the three inner petals respond to the stimulation.”
  88. Ibidem, Section Two, Division D, II, 3, d, (e). “At the fourth Initiation, the jewel (being completely revealed) through its blazing light, its intense radiatory heat, and its terrific outflow of force, produces the disintegration of the surrounding form, the shattering of the causal body, the destruction of the Temple of Solomon, and the dissolution of the lotus flower.”
  89. ‘Letters on Occult Meditation’, Letter IV, 2. “If I might so express it, the two fires meet, and eventually the egoic body disappears; the fire burns up entirely the Temple of Solomon; the permanent atoms are destroyed, and all is reabsorbed into the Triad. The essence of the Personality, the faculties developed, the knowledge gained, and the remembrance of all that has transpired becomes part of the equipment of the Spirit and eventually finds its way to the Spirit or Monad on its own plane.”
  90. Zie noot 34.
  91. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Division C, I, 1. “To state the whole in terms of fire: The causal body is produced by means of the positive life, or fire, of the Spirit (electric fire) meeting the negative fire of matter, or "fire by friction"; this causes the blazing forth of solar fire. This central blaze inevitably in due course burns up the third fire, or absorbs its essence, and is itself eventually blended with the fire of Spirit and passes out of objective display.”
Bibliografie
  • Alice A. Bailey, 'A Treatise on Cosmic Fire’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'A Treatise on White Magic’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Discipleship in the New Age, Volume I, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Education in the New Age’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Esoteric Healing, A Treatise on the Seven Rays, Volume IV’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Initiation, Human and Solar’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Letters on Occult Meditation’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'Telepathy and the Etheric Vehicle’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'The Light of the Soul’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'The Rays and the Initiations, A Treatise on the Seven Rays, Volume V’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'The Soul and Its Mechanism’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
Figuren
  • Figuur 1: De Egoïsche Lotus.
De Egoïsche Lotus
De Egoïsche Lotus
Figuur 1.