ARVINDUS

Contemplationam

Respect en Werk(loosheid)

RESPECT EN WERK(LOOSHEID)

‘Respect’ kan etymologisch terug gevoerd worden naar het Latijnse ‘respicere’ dat vertaald kan worden met ‘omkijken’. Iemand die wordt gerespecteerd daar wordt naar omgekeken. ‘Werk’ wordt geacht van het Indo-Europese ‘werg’ te stammen, dat de betekenissen van ‘handelen’ of ‘doen’ wordt toegekend. In het hedendaags Nederlands heeft het woord ‘werk’ echter ook, zoniet voornamelijk, betrekking op het verrichten van inkomensgerelateerde arbeid.

Nu zijn met betrekking tot respect en werk twee gezegdes in hedendaags Nederland representatief voor de algemene houding ten aanzien van de twee eerstgenoemde. Het eerste gezegde neemt respect als uitgangspunt en luidt; ‘respect moet je verdienen’. Met andere woorden heerst het idee dat respect iets is waarvoor je moet werken. Het tweede gezegde neemt werk als uitgangspunt en luidt; ‘wie niet werkt zal niet eten’. Met andere woorden heerst het idee dat alleen omgekeken hoeft te worden naar hen die werken, dat dus alleen wie werkt respect verdient. Kortom; ‘werk verdient respect en respect daar moet je voor werken’, zo is de algemene gedachte.

Deze gedachte zien we terug in de houding die wordt aangenomen ten aanzien van werkenden en werklozen. Werkenden worden door politici, de media en door het volk geschetst als ware helden. Ze stropen de mouwen op, pakken aan, zijn druk, druk, druk, bezige bijen, en zijn daarmee de heroïsche redders van de economie. Het is duidelijk dat de maatschappij zich oriënteert op het respecteren van werkenden.

Dit staat schril in contrast met de manier waarop werklozen worden geschetst. Deze worden namelijk neergezet als parasieten, luilakken en asocialen die de hele dag op de bank voor de televisie hangen met een fles bier. Respect voor deze groep mensen valt ver te zoeken, want ze worden geacht het ook niet te verdienen.

Deze houding van respectloosheid jegens werklozen staat of valt echter met de gehanteerde definitie van ‘werk’ en met de normatieve ideeën dat respect verdiend moet worden en dat wie niet werkt niet mag eten.

Wanneer bijvoorbeeld ‘werk’ niet zo dominant gedefinieerd zou worden in de betekenis van inkomensgerelateerde arbeid maar in de betekenis van handelen of doen dan zou ook menig werkloze op een respectvolle manier behandeld mogen worden. Immers de meeste werklozen zijn, tegenstaande hedendaagse stigmatiseringen, wel degelijk vaak met dingen bezig. Soms verrichten ze vrijwilligerswerk, soms mantelzorg, en velen zijn actief bezig in hun interessegebied.

Meer primair wordt de huidige respectloosheid jegens werklozen doorbroken wanneer de normen worden losgelaten dat respect verdiend moet worden en dat wie niet werkt niet mag eten. Het loslaten van deze dominante normen is echter niet enkel in het belang van werklozen. Wanneer het de norm wordt dat respect een mensenrecht is, iets dat een mens toekomt puur op basis van zijn menszijn, dan hoeft geen mens respect te ontberen. Dan kan er naar iedereen met respect omgezien worden, naar iedereen, en niet enkel naar hen die inkomensgerelateerde arbeid verrichten.

Bij ons ligt de keuze of wij op de weg van exclusieve respectbetuiging blijven of dat wij de weg van inclusieve respectbetuiging inslaan.