ARVINDUS

Contemplationam

Een Esoterische Interpretatie van Rembrandt’s Filosoof in Meditatie

EEN ESOTERISCHE INTERPRETATIE VAN REMBRANDT’S FILOSOOF IN MEDITATIE

Introductie

De beroemde Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn (1606/1607-1669) is de naam ‘meester van licht en donker’ gegeven vanwege zijn expliciete gebruik van deze twee. Exemplarisch hiervoor kan zijn werk Filosoof in Meditatie, gedateerd op 1632, genomen worden. Dit werk kan genomen worden als voorbeeld omdat het niet alleen in kleur een spel van licht en donker toont maar ook in symboliek. Want hoewel Rembrandt er niet om bekend staat veel symboliek in zijn schilderijen te stoppen kan in Filosoof in Meditatie een zeer diepe symboliek ontwaard worden. Het is deze symboliek die in deze contemplatie gethematiseerd zal worden.

Nu kunnen twee lagen van symboliek onderscheiden worden in dit schilderij. De eerste laag kan ‘geometrische symboliek’ genoemd worden en de tweede ‘representatieve symboliek’. Deze twee lagen zullen behandeld worden in twee aparte paragrafen. Alvorens onze interpretatie te starten echter past het ons om eerst onze visuele aandacht aan het schilderij zelf te geven. Er aandachtig naar te kijken in zijn geheel, onszelf erin te laten trekken, als we durven, zijn atmosfeer te voelen, rond te kijken en zijn details te bestuderen, te reflecteren op alle aanwezige kwaliteiten en betekenissen, en dan terug te keren om het weer in zijn geheel te aanschouwen. Samengevat; om er op te contempleren als een ware filosoof in meditatie.

Rembrandt, Filosoof in Meditatie, 1632
Rembrandt, Filosoof in Meditatie, 1632

Geometrische Symboliek

De Punt in de Cirkel
Wanneer we afstand nemen van het schilderij en alle details ervan weg laten smelten in de meest basale vormen dan kunnen twee fundamentele geometrische vormen onderscheiden worden. Deze zijn een zwarte cirkel, de rand van het schilderij vormend, en een zwarte punt binnenin deze cirkel. Deze punt in de cirkel is een zeer bekend symbool voor esoterici en metafysici. In principe kan gezegd worden dat de cirkel de buitenste en de punt de binnenste grens tussen de fysicaliteit en de metafysicaliteit aanduidt.1 In Hindoe terminologie kan gezegd worden dat voorbij de cirkel Brahman ligt en voorbij de punt ātman, welke beide uiteindelijk dezelfde metafysicaliteit betreffen. In mystieke (maar niet dogmatische) Christelijke terminologie duidt de punt de rand van de grond van de ziel aan en de cirkel de rand van de grond van God.2 Dit is het meest fundamentele symbool dat geschetst wordt in dit schilderij. En alles wat erin gebeurt, gebeurt tussen deze cirkel en deze punt, gebeurt aldus in de fysicaliteit.3

De Helix Spiraal
Nadat deze punt binnenin de cirkel is gezien is het volgende dat in beeld komt een helix spiraal lijn in het midden van het schilderij. Meer primair dan spiraalvormig te zijn is het gegeven dat de lijn de cirkel scheidt in twee delen. Zulk een gescheiden cirkel symboliseert in de esoterie dualiteit. Een cirkel staat voor eenheid en wanneer die eenheid is gescheiden wordt dualiteit gesymboliseerd. En de meest primaire dualiteit gepresenteerd in de esoterie is die van geest en materie.4

Nu is deze lijn gevormd als een helix spiraal. Zoals we allemaal in het algemeen en wiskundigen in het bijzonder weten doet een spiraal zich voor wanneer een circulaire beweging gecombineerd wordt met een rechte voorwaartse beweging. In de esoterie zijn deze twee bewegingen gerelateerd aan materie (circulaire beweging) en geest (voorwaartse beweging) welke wanneer gecombineerd een derde gegeven tot aanzijn brengen, namelijk bewustzijn (spiralerende beweging).5 Dus spiralerende beweging komt tot aanzijn wanneer circulaire beweging en voorwaartse beweging combineren, maar als zodanig functioneert spiralerende beweging ook als medium tussen de andere twee. Bewustzijn relateert materie aan geest zoals spiralerende beweging circulaire aan voorwaartse beweging relateert.

In deze helix spiraal die vertikaal door de cirkel van het schilderij loopt zullen velen ook de yin en yang van het Taoïsme herkennen. Vooral omdat één zijde naast de spiraal licht gehouden wordt in het schilderij terwijl de andere zijde donker wordt gehouden. Hierin vinden we alleen een bevestiging van de spiraal als staande tussen dualiteit, welke hier de dualiteit van licht en donker is.

Representatieve Symboliek

Het Huis
Nadat de geometrische patronen uitgezet zijn kan de laag van kleur erover heen gelegd worden, ons de representatieve symbolen tonend. En wat we in deze laag het meest fundamenteel zien is een kamer binnenin een huis. Een huis nu symboliseert in zijn algemeenheid de mens. De buitenkant van het huis in dit idee representeert de buitenwereld of objectieve wereld en de binnenkant van het huis representeert de binnenwereld of subjectieve wereld. Het schilderij toont ons de binnenkant van een huis en toont ons dus de subjectieve wereld van de mens.

De Trap
Wat vinden we aldus in dit huis? Op de eerste plaats een trap. Dit betekent dat het huis nog een verdieping heeft. Dit is in lijn met esoterische, mystieke en religieuze leringen welke aan de mens verschillende niveaus van zijn of bewustzijn toekennen. In principe wordt de mens in zijn meervoudige niveaus gezien in de dualiteit van materie en geest. De mens wordt gezien als een ziel die een fysiek lichaam bezit. Interessant hier is het te vermelden dat Rembrandt in de periode die het schilderij Filosoof in Meditatie wordt toegekend hetzelfde gezelschap deelde als René Descartes (1596-1650), die beroemd is vanwege zijn filosofie van dualisme.6 Waar Cartesiaans dualisme echter beschouwd wordt als problematisch door latere filosofen vanwege het achterlaten van een onoverbrugbare kloof tussen geest en lichaam,7 daar overbrugt esoterische filosofie deze kloof met haar these van het bemiddelende beginsel in de mens (bewustzijn als bemiddelend tussen materie en geest).

Deze kloof wordt ook overbrugd door Rembrandt met het schilderen van de trap. De trap indiceert dan ook niet alleen een dualiteit in de mens maar indiceert ook de mogelijkheid om deze dualiteit te overbruggen. De trap is een spiralerende trap, en spiralerend is hij bemiddelend tussen de circulaire beweging van het materie aspect en de voorwaartse beweging van het geest aspect, zoals eerder werd gemeld.

De Bronnen van Licht
Opnieuw kan een dualiteit gezien worden in de bronnen van licht, welke twee in getal zijn. De voornaamste bron van licht is het zonlicht dat door het raam valt. De andere bron betreft het vuur beneden rechtsonder in het schilderij. Nu is het raam geplaatst in de geometrische cirkel welke eerder werd uitgelegd als de buitenste grens tussen het metafysische en het fysische. Het zonlicht is dan het spirituele en metafysische licht dat valt in de materiële en fysische subjectieve wereld (subjectief omdat het huis de mens zelf representeert). Dit in tegenstelling tot het licht van vuur. Want het vuur brandt binnenin het huis en representeert aldus aards licht.

Hier kan een referentie gemaakt worden aan Plato’s beroemde allegorie van de grot waarin hij verschillende menselijke niveaus van bewustzijn thematiseert door aards bewustzijn in een grot wereld verlicht door vuur te contrasteren met hemels bewustzijn in een open wereld verlicht door zonlicht.8

De Figuranten
Drie figuren kunnen gezien worden in het schilderij. Van onder naar boven zien we in de rechteronderhoek een vrouw die een vuur pookt, links in het midden zien we een bebaarde man, waarschijnlijk een filosoof in meditatie, en naar de rechterbovenhoek toe zien we vaag een onherkenbaar mannelijk persoon op de wenteltrap.

De drie figuren symboliseren de drie niveaus van bewustzijn welke een mens kan bereiken. De vrouw representeert het bewustzijn van de gewone werelds georiënteerde mens, de bebaarde man representeert het bewustzijn van de spiritueel georiënteerde mens, en de vage man representeert het bewustzijn van de verlichte mens. We zullen deze drie figuren wat verder uitleggen in aparte subparagrafen.

De Vrouw
De vrouw representeert het bewustzijn van de gewone werelds georiënteerde mens. Dit wordt gesymboliseerd op verschillende manieren. Ten eerste is het van betekenis dat de vrouw een vrouw is. Materie wordt in de esoterie gerelateerd aan vrouwelijkheid terwijl geest wordt gerelateerd aan mannelijkhied.9 Dus de vrouw symboliseert alreeds vanzelf de aardse mens. Verder is deze vrouw de laagste plaats in het schilderij gegeven. Ook dit is van betekenis want in de esoterie wordt in schematische tekeningen materie onderaan de tekening geplaatst en geest bovenaan. Verder pookt de vrouw een vuur. Dit vuur, zoals we hebben gezien, is een aards vuur. Daarbij kan vuur ook gezien worden als vurige begeerte symboliserend. Dus de vrouw die het vuur pookt stimuleert haar aardse begeerten om op te vlammen. Dat ze het vuur pookt toont ook dat ze erg druk is, indicerend dat ze zichzelf niet tot rust heeft gebracht. En zichzelf zodanig bezig houdend heeft ze haar rug gekeerd naar het zonlicht. Want omziend naar haar begeerten heeft ze geen enkele interesse in metafysica en het spirituele. Vergelijkbaar is haar rug ook gekeerd naar de spiralerende trap, omdat ze geen motivatie heeft om die op te gaan.

De Bebaarde Man
De situatie is anders voor de bebaarde man. Mannelijk weergegeven kan hij niet gezien worden als puur aards. Hij is geplaatst in het midden van het schilderij. Dit indiceert een plaats tussen de aardse mens en de verlichte spirituele mens. Hij is aldus een mysticus en een ware filosoof. En als zodanig baadt hij zichzelf zogezegd in het licht van de zon dat door het raam op hem schijnt. Hij is echter niet in staat om direct in het zonlicht te kijken, wat het metafysische licht is. Aldus wordt hij weergegeven in het schilderij als starend naar het zonlicht zoals het gereflecteerd wordt op de vloer. Evenzo kan een ware filosoof niet direct het metafysische licht zien en kan hij enkel mediteren op hoe dit licht wordt gereflecteerd in zijn denken. En hiervoor zit hij. Dit indiceert dat hij zichzelf tot rust heeft gebracht. Iets wat van groot belang is als we een glimp van het spirituele licht, reflecterend in ons denken, willen opvangen. Verder zit de bebaarde man op de plek waar de spiralerende trap zijn begin heeft. Er is een directe lijn van de man naar de trap, wat zijn interesse om die op te gaan aanduidt. Zijn rug heeft hij gekeerd naar een kleine deur. Het schilderij toont niet wat er achter de deur is maar het zal zeer waarschijnlijk een opslagruimte van enig soort zijn. En zijn rug naar een dergelijke plaats gekeerd toont hij dat de ware filosoof zijn rug heeft gekeerd naar aardse dingen. Een laatste symbool wat waard is om te benoemen betreffende de bebaarde man is het open boek liggend naast hem op de tafel, want dit indiceert de ware filosoof een student van en strever naar kennis en wijsheid te zijn.

De Vage Man
De vage man, geplaatst bovenaan het schilderij, representeert dan de verlichte mens. De eerst gegeven indicatie is dat hij mannelijk is. Waar de mannelijkheid van de bebaarde man enkel zijn niet-wereldlijke gerichtheid symboliseerde (uiteindelijk kan de androgyne mens moeilijk weergegeven worden) daar symboliseert de mannelijkheid van de vage persoon volledig het spirituele deel van de mens. Hiervoor plaatste Rembrandt hem op de grens waar de trap zich verliest in het duister van de in de vorige paragraaf genoemde punt. Dus in principe staat de vage persoon op de subjectieve grens tussen het fysieke en het metafysieke, zoals een heilige of een verlicht persoon. Dat hij op de trap staat zegt dat hij de trap van aarde naar hemel is opgegaan. Verder is hij gesluierd en vaag weergegeven. Dit betekent dat een verlicht persoon niet herkend kan worden door hen die onverlicht zijn. Precies zoals het metafysieke duister lijkt voor de aardse persoon zo is voor hem de door het metafysieke doordrongen persoon ook duister en vaag.

Conclusie

In deze contemplatie namen we ons voor om te komen tot een esoterische interpretatie van Rembrandt’s schilderij Filosoof in Meditatie. Geometrisch ontdekte we erin een punt binnenin een cirkel, de twee grenzen tussen het fysieke en het metafysieke symboliserend, en een helix spiraal, symbool voor het bemiddelende beginsel tussen de twee voorgenoemde. Dit drievoud vonden we herhaald in de representatieve symboliek van het schilderij waar de subjectieve natuur van de mens onderverdeeld werd in zijn mogelijkheden van werelds georiënteerd zijn, spiritueel georiënteerd zijn en verlicht zijn. Het primaire onderwerp van het schilderij nu is de spiritueel georiënteerde persoon. Hij is de mysticus, de occultist, de contempleerder en de ware filosoof. Mediterend oriënteert hij zich op het metafysische. Zal Rembrandt bedoeld hebben om al het bovenstaande in zijn schilderij weer te geven? Mogelijk ‘ja’ en waarschijnlijk ‘nee’. Het is ook niet Rembrandt zelf die de naam ‘Filosoof in Meditatie’ eraan toekende. Wat echter geconcludeerd kan worden is dat het schilderij, zijn naam en de boven beschreven symboliek samen komen op een hoogst complementaire manier.

Noten
  1. ‘A Setup for a Metaphysicratic Manifest’, Index: 201204032.
  2. Meister Eckehart, Deutsche Predigten und Traktate, übersetzt von Josef Quint, Diogenes, Zürich, 1979.
  3. ‘Fysicaliteit’ refereert hier niet aan de fysieke wereld maar meer aan een archetypische fysicaliteit.
  4. Alice A. Bailey, 'A Treatise on White Magic’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Introductory Remarks, vertaald. “Deze dualiteit welke gezien wordt wanneer objectiviteit aanwezig is en welke verdwijnt wanneer het vorm aspect verdwijnt wordt gedekt door vele termen, waarvan omwille van de helderheid de meest gebruikelijke hier opgesomd kunnen worden:
    Geest Materie
    Leven Vorm
    Vader Moeder
    Positief Negatief
    Duisternis Licht"
  5. Alice A. Bailey, 'A Treatise on Cosmic Fire’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Foreword, vertaald. “Het is een toelichting op de relatie die bestaat tussen Geest en Materie, welke relatie zich demonstreert als bewustzijn.”
  6. Daniel Garber, ‘Descartes, René (1596-1650)’, in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (CD-ROM), Version 1.0, Routledge, 1998.
  7. Nicholas Bunnin and Jiyuan Yu, The Blackwell Dictionary of Western Philosophy, Blackwell Publishing, Malden / Oxford / Carlton, 2004, p. 100.
  8. Plato, ‘Republic’, G. M. A. Grube (translator) and C. D. C. Reeve (reviser), in: Complete Works, John M. Cooper and D. S. Hutchinson (editors), Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997, p. 1132 ff., sec. 514 ff.
  9. Zie noot 4.
Bibliografie
  • ‘A Setup for a Metaphysicratic Manifest’, Index: 201204032.
  • Alice A. Bailey, 'A Treatise on Cosmic Fire’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, 'A Treatise on White Magic’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Nicholas Bunnin and Jiyuan Yu, The Blackwell Dictionary of Western Philosophy, Blackwell Publishing, Malden / Oxford / Carlton, 2004.
  • Meister Eckehart, Deutsche Predigten und Traktate, übersetzt von Josef Quint, Diogenes, Zürich, 1979.
  • Daniel Garber, ‘Descartes, René (1596-1650)’, in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (CD-ROM), Version 1.0, Routledge, 1998.
  • Plato, ‘Republic’, G. M. A. Grube (translator) and C. D. C. Reeve (reviser), in: Complete Works, John M. Cooper and D. S. Hutchinson (editors), Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997.