ARVINDUS

Contemplationam

Neologisme, Nieuwspraak en Pseudologisme

NEOLOGISME, NIEUWSPRAAK EN PSEUDOLOGISME

In deze korte contemplatie zullen we ons bezinnen op het gebruik van de termen 'neologisme', 'nieuwspraak' en 'pseudologisme'.

Volgens het Nederlandse woordenboek is een neologisme een "nieuw woord of nieuwe uitdrukking".1 Het is een samengesteld woord bestaande uit 'neo' en 'logisme'. Het voorvoegsel 'neo' komt van het Griekse 'néos' ['νέος'].2 Dit woord betekent primair 'nieuw'3 en is zelf ook etymologisch verwant met het Nederlandse woord 'nieuw'.4 'Logisme' wortelt in het Griekse 'lógos' ['λόγοϛ'].5 Het is een woord dat zeer rijk in betekenis is,6 maar meest primair wordt er de betekenis van 'expressie' (alsook 'spraak' en 'woord') aan toegekend.7 Aldus betreft een neologisme een nieuw woord of een nieuwe uitdrukking.

Wie het woord 'neologisme' van zijn Griekse vormen zou willen ontdoen zou dit woord mogelijk willen vertalen naar het meer Nederlands klinkende 'nieuwspraak'. Dit is echter al een bestaand woord dat de pejoratieve betekenis heeft van "sterk vereenvoudigd, vaak versluierend taalgebruik". 'Nieuwspraak' heeft zijn weg in de Nederlandse taal gevonden als vertaling van het Engelse 'newspeak'. Ook in het Engels wordt 'newspeak' gebruikt om corrupt taalgebruik (met name door politici en media) aan te duiden.8 Het woord is afkomstig uit de roman 1984 van George Orwell waarin newspeak de burgerij wordt opgedrongen om ongewenste vormen van denken onmogelijk te maken.9

Hoewel compositioneel aldus 'nieuw' als synoniem voor 'neo' mag gelden en 'spraak' voor 'logisme' moet er duidelijk onderscheiden worden tussen 'neologisme' en 'nieuwspraak'. Een neologisme is een nieuwe expressie en is daarmee niet het versluierende taalgebruik dat nieuwspraak is. Eigenlijk is het woord 'nieuwspraak' etymologisch beschouwd niet alleen een neologisme omdat het een betrekkelijk nieuw woord betreft maar is het woord zelf ook nieuwspraak. Immers het woord versluiert door zijn compositionele vertaalbaarheid naar 'neo' en 'logisme' dat het primair naar versluierend taalgebruik verwijst en slechts eventueel secundair naar nieuw taalgebruik.

Dat het woord 'nieuwspraak' zelf als nieuwspraak versluiert brengt de wenselijkheid naar voren van een niet-versluierend synoniem. En hiervoor zou het woord 'pseudologisme' geïntroduceerd kunnen worden. Het voorvoegsel betreft in dit woord 'pseudo', afkomstig van het Griekse 'pseudos' [ψευδής]. Dit heeft primair de betekenis van 'onwaarheid'10 maar wordt doorgaans toegepast om aan te duiden dat iets niet is wat het lijkt het zijn.11 En dat is precies wat de versluierende nieuwspraak doet. De expressies in nieuwspraak zijn de sluiers die verbergen wat er werkelijk gezegd wordt. 'Pseudologisme' lijkt daarmee dus een etymologisch geschikter alternatief voor 'nieuwspraak'. 'Pseudologisme' is weliswaar een neologisme maar betreft geen nieuwspraak.

De introductie van 'pseudologisme' werkt zelf verder niet versluierend voor het gebruik van het woord 'pseudologie' dat (met name in de psychologie) in gebruik is om te verwijzen naar de "neiging om gefantaseerde belevenissen als waar te vertellen"12. In tegendeel worden er juist betekenisvolle verbanden tussen deze twee woorden gelegd zoals dat altijd het geval is bij etymologische verwantschappen.

Aldus vinden we in de conclusie van deze korte contemplatie het pleidooi voor het scherp onderscheiden tussen neologisme en nieuwspraak, een onderscheid dat het best tot zijn recht komt in het gebruik van het niet-versluierende woord 'pseudologisme'.

Noten
  1. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, zoeksoftware, versie 2.0, Van Dale Lexicografie bv, Utrecht / Antwerpen, 2002.
  2. Marlies Philippa, et alii (redacteuren), Etymologisch woordenboek van het Nederlands, Ke-R, Amsterdam University Press, Amsterdam , 2007, p. 414.
  3. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 1169.
  4. Etymologisch woordenboek van het Nederlands, Ke-R, p. 423.
  5. Ibidem, p. 251.
  6. A Greek-English Lexicon, p. 1057, e.v.
  7. Zie noot 5.
  8. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  9. George Orwell, 1984, web edition, Last updated February 7, 2013 at 08:44, University of Adelaide, onder 'Appendix'.
  10. A Greek-English Lexicon, p. 2020.
  11. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, onder 'pseu·do-'.
  12. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
Bibliografie
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • George Orwell, 1984, web edition, Last updated February 7, 2013 at 08:44, University of Adelaide.
  • Marlies Philippa, et alii (redacteuren), Etymologisch woordenboek van het Nederlands, Ke-R, Amsterdam University Press, Amsterdam , 2007.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, zoeksoftware, versie 2.0, Van Dale Lexicografie bv, Utrecht / Antwerpen, 2002.