ARVINDUS

Contemplationam

Subjectiviteit, Objectiviteit en Conjectiviteit

SUBJECTIVITEIT, OBJECTIVITEIT EN CONJECTIVITEIT

Subjectiviteit

Het Nederlandse woord ‘subjectiviteit’ wordt (in lijn met het Engelse ‘subjectivity’) algemeen beschouwd als de “conditie van het bekijken van dingen exclusief via het medium van je eigen denken of individualiteit” of “de conditie van gedomineerd zijnde door of geabsorbeerd in je persoonlijke gevoelens, gedachten, aangelegenheden, etc”.1 Deze betekenissen kunnen samengevat worden in de primaire betekenis van “bewustzijn van je waargenomen staten”.2 Deze laatste is een interessante definitie omdat deze onderscheidt tussen staten, waarneming (of perceptie) en bewustzijn. Het woord ‘subjectiviteit is zelf afgeleid van het zelfstandig naamwoord ‘subject’ dat herleid kan worden tot het Latijnse ‘sūbicere’ (of sūbiciō’),3 wat ‘vanaf onder werpen’ of ‘onder plaatsen’ kan betekenen.4 Het bestaat uit ‘sub’ een onderpositie aanduidiend,5 en ‘iaceō’, aanduidend ofwel een liggen ofwel een werpen.6 Deze betekenissen verbindend met de hedendaags Nederlandse primaire betekenis kan het gezegd worden dat in subjectiviteit staten onder je perceptie in je bewustzijn worden geplaatst en dat je bewustzijn door je perceptie opwaarts vanaf onder geworpen wordt naar staten. (In het laatste geval is de term ‘projectie’ ook etymosofisch toepasbaar). Hierin speelt perceptie een sleutelrol. Het relateert bewustzijn aan staten en staten aan bewustzijn. Deze relatie echter is niet transparant maar wordt gekleurd door de kleur van de perceptie. Perceptie kan hier nu beschouwd worden te bestaan uit drie onderdelen, namelijk zintuiglijke perceptie, gevoelsperceptie en denkperceptie.7 Aldus zullen de kleuren van perceptie afhankelijk zijn van de synthese van de kleuren van de voorgenoemde drie.

Laten we hier een metaforisch voorbeeld geven. Stel metaforisch dat een blauw bewustzijn een gele staat waarneemt via een algemeen rode perceptie (de somkleur van de kleuren van zintuiglijke, gevoels- en denkpercepties). De gele staat zal dan onder geplaatst worden in je bewustzijn als een rood-gele of oranje staat van bewustzijn en het blauwe bewustzijn zal opwaarts geworpen worden en geprojecteerd op de staat als een rood-blauw of paars bewustzijn van de staat. De subjectiviteit, zijnde de synthese van de staat van bewustzijn en het bewustzijn van de staat, zal dan van een rood-geel-rood-blauwe of oranje-paarse aard zijn terwijl de staat zelf enkel geel is.

Bovenstaande divisie wordt (ongekleurd) weergegeven in figuur 1. In de eerste rij wordt getoond dat perceptie de relatie is tussen bewustzijn en staat. De tweede rij toont perceptie als bestaande uit denk-, gevoels- en zintuiglijke perceptie, waarbij de denkperceptie aan bewustzijn relateert en zintuiglijke perceptie aan een staat. Rij drie toont dan de staat van bewustzijn als de relatie tussen bewustzijn en denkperceptie en het bewustzijn van de staat als de relatie tussen de staat en zintuiglijke perceptie.

Bewustzijn Perceptie Staat
Bewustzijn Denk-perceptie Gevoels-perceptie Zintuiglijke perceptie Staat
Bewustzijn Staat van Bewustzijn Denk-perceptie Gevoels-perceptie Zintuiglijke perceptie Bewustzijn van Staat Staat

Figuur 1.

Via bovenstaande figuur kunnen nieuwe definities van subjectiviteit worden gevormd. In lijn met rij één kan subjectiviteit bijvoorbeeld worden geredefinieerd als ‘de relatie tussen een bewustzijn en een staat via een perceptie’. En in lijn met rij drie kan het geredefinieerd worden als ‘een staat van bewustzijn plus een bewustzijn van een staat’. Andere en meer uitgebreide definities zijn ook mogelijk echter het toevoegen van een aantal extra definities zou niet bijdragen aan de duidelijkheid over subjectiviteit zoals gegeven in figuur 1. Verdere duidelijkheid over subjectiviteit kan verkregen worden via een contemplatie op het eerste persoonsperspectief waaraan subjectiviteit is gerelateerd.8

Objectiviteit

Waar subjectiviteit genoemd word gerelateerd te zijn aan het eerste persoonsperspectief daar is objectiviteit gerelateerd aan het derde persoonsperspectief.9 Het Nederlandse woord ‘objectiviteit’ heeft (in lijn met het Engelse ‘objectivity’) dezelfde etymologische structuur als ‘subjectiviteit’. Geworteld zijnde in het Latijnse ‘obicere’10 of ‘obiciō’, refererend aan een werpen of voor- of weerleggen,11 bestaat het uit ‘ob’, een oppositie aanduidend,12 en opnieuw ‘iaceō’. Via het Nederlandse ‘objectief’ (zijnde het worteladjectief van het naamwoord ‘objectiviteit’, in lijn met de Engelse tegenhangers) is objectiviteit tegengesteld aan subjectiviteit.13 Dit betekent in principe dat zoals in subjectiviteit een staat gerelateerd wordt aan bewustzijn dit tegengesteld wordt in objectiviteit, want daar wordt een staat beschouwd als onafhankelijk van bewustzijn. Aldus kan objectiviteit etymosofisch begrepen worden als de antithese van de these van subjectiviteit. Subjectiviteit zegt; ‘relatie’, en objectivity antwoordt; ‘geen relatie’. Objectiviteit is de negatie van subjectiviteit. Waar in subjectiviteit een staat wordt gerelateerd aan een bewustzijn daar laat objectiviteit de staat op zichzelf staan, onafhankelijk van al het andere.

Conjectiviteit

In het Nederlands is het woord ‘conjectiviteit’ nooit in gebruik geweest (in lijn met het Engelse ‘conjectivity’) en moet daarom als een neologisme beschouwd worden. Het is gevormd op basis van de volgende contemplatieve en etymosofische overwegingen. In de vorige paragraaf werd objectiviteit gesteld als de antithese van de these van subjectiviteit. Filosofen die notie nemen van dit paar van these en antithese kunnen onmiddelijk denken aan Hegel’s beroemde dialectische filosofie waar deze concepten voorkomen.14 Deze dialectische filosofie echter bestaat niet alleen uit een these en een antithese maar ook uit een synthese waarin de twee voorgenoemde worden samengenomen in een nieuw standpunt. Zulk een dialectische gedachte kan nu ook toegepast worden op subjectiviteit en objectiviteit. De these van subjectiviteit en de antithese van objectiviteit kunnen samengenomen worden in de synthese van conjectiviteit. Zoals alreeds naar voren gebracht refereert het Latijnse ‘iaceō’, waarvan het Nederlandse (en Engelse) ‘-ject’ stamt, in principe aan een werpen. Met het Latijnse ‘con’ nu een samenheid aanduidend15 kan ‘conjectie’ begrepen worden als een samen werpen. Het kan gezegd worden dat in conjectiviteit wat geworpen wordt in subjectiviteit en wat geworpen wordt in objectivitiet nu samen geworpen wordt. Dit correspondeert met de gedachte van een synthese als zijnde de oplossing van een conflict tussen een these en een antithese.16 In subjectiviteit wordt waarheid geplaatst in de perceptie van een persoon, in objectiviteit wordt waarheid geplaatst onafhankelijk van enige perceptie, maar in conjectiviteit wordt onafhankelijke waarheid waargenomen door een persoon. Deze persoon is dan niet meer een mens maar moet een buddha of metanthropos zijn.17, 18 Want hij is de ontvanger van waarheid en realiteit zoals deze is. Deze kijk wordt bevestigd in het voormalige gebruik van het (Engelse) woord ‘conject’. Want te conjecteren werd beschouwd als een heilige voorspelling.19

Conclusie

Wat in principe gebeurt in bovenstaand geschetst dialectisch drievoudig proces is dat in subjectiviteit toegang wordt verkregen tot een staat. Zonder subjectiviteit zou een staat zonder (h)erkenning blijven. In objectiviteit wordt deze staat gescheiden van het (h)erkennende bewustzijn, het onafhankelijk op zichzelf staan latend. Wat nu onafhankelijk op zichzelf staat is realiteit, dus in objectiviteit wordt aan een staat realiteit gegeven. Echter zonder een (h)erkennend bewustzijn zou de realiteit van de staat onopgemerkt en onbekend blijven en aldus worden in conjectiviteit de onafhankelijke waarheid en de waargenomen waarheid samen geworpen. Aldus kan conjectiviteit in lijn met de primaire Nederlandse (en Engelse) betekenis van subjectiviteit (“bewustzijn van je waargenomen staten”) ook begrepen worden als ‘bewustzijn van reële staten’. Conjectiviteit kan dan gerelateerd worden aan het nulste persoonsperspectief.20 Het is het perspectief van de metantropos die de ziender van realiteit is. Mogen we dan allen subjectiviteit en objectiviteit transcenderen en zulke zienders worden in conjectiviteit.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  2. Ibidem.
  3. John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005, p. 486.
  4. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 1839.
  5. Ibidem, p. 1834.
  6. Ibidem, p. 812, 813.
  7. ‘Secret Wisdom Teaching, Triplicities in Man’, Index: 201308292.
  8. ‘Person Perspectives’, Index: 201205091.
  9. Ibidem.
  10. Word Origins, p. 354.
  11. Oxford Latin Dictionary, p. 1212.
  12. Ibidem, p. 1210.
  13. Oxford English Dictionary.
  14. John Grier Hibben, Hegel’s Logic: An Essay in Interpretation,Charles Scribner’s Sons, New York, 1902, p. 10-11.
  15. Oxford Latin Dictionary, p. 358.
  16. Oxford English Dictionary, synthesis, 1, b.
  17. An Etymological Anthropology’, Index: 201203081.
  18. ‘A Setup for a Metaphysicratic Manifest’, Index: 201204032.
  19. Oxford English Dictionary, conject, v., 2.
  20. Zie noot 8.
Bibliografie
  • ‘Person Perspectives’, Index: 201205091.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, Triplicities in Man’, Index: 201308292.
  • John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005.
  • John Grier Hibben, Hegel’s Logic: An Essay in Interpretation, Charles Scribner’s Sons, New York, 1902.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.