ARVINDUS

Contemplationam

Donatie

DONATIE

Etymologie

In het Nederlands kan een donatie (in lijn met het Engelse ‘donation’) beschouwd worden als een actie en als een goed. Als een actie wordt eraan gedacht als “de actie of faculteit van geven” of “de actie of het recht om een beneficie te schenken”.1 In relatie tot de wet kan het ook beschouwd worden als “de actie of het contract waardoor een persoon de eigenaarschap van een ding overbrengt van zichzelf naar een ander, als een gratis gift”.3 Dus een donatie, zowel als actie en als een goed, kan in principe begrepen worden als een gift.4

Het Nederlandse woord ‘donatie’ is (in lijn met het Engelse ‘donation’) een spruit van het Latijnse woord ‘dōnātiō(nem)’5 dat gerelateerde betekenissen draagt.6 Dit woord is opgebouwd vanuit het Latijnse woord ‘dōnō’,7 dat ook ‘geven’ betekent.8 Tot deze zelfde familie van Latijnse woorden behoort ook het woord ‘dōnum’, een gift betreffend.9 Deze Latijnse woorden (en hun Nederlandse spruit ‘donatie’) zijn geworteld in het Latijnse woord ‘dō’, wat opnieuw ‘geven’ betekent.10

De bovenstaande Latijnse familie van woorden worden nu geacht voort te komen uit het Griekse woord ‘dános’,11 wat ook aan een gift refereert.12 Nog ouder echter is de relatie met het Sanskriet woord ‘dāna(m)’.13 Dit woord ‘dāna’ nu refereert ook aan een gift, en dan in het bijzonder aan een religieuze offering.14 En zoals het Latijnse ‘dōnum’ geworteld is in het woord ‘dō’ zo is het Sanskriet ‘dāna’ geworteld in het woord ‘dā’.15

Dāna

Het Nederlandse ‘donatie’ is via het Latijnse ‘dōnum’ en het Griekse ‘dános’ geworteld in het Sanskriet ‘dāna’ (of ‘dānam’). De etymologische lijn die loopt van ‘donatie’ terug naar ‘dāna’ is tweevoudig. Want er is een fonetische lijn en een semantische lijn. De semantische lijn die hier werd gevolgd was die van ‘een gift’. Aan alle van de vier boven genoemde woorden is de betekenis van ‘een gift’ verbonden. Dit geldt ook voor het Sanskriet woord  ‘dāna’. ‘Dāna’ is echter veel te rijk in betekenis om begrepen te worden als enkel een eenvoudig synoniem of eenvoudige vertaling van ‘gift’. Zoals gesteld in een eerdere contemplatie is Sanskriet een abstract georienteerde taal terwijl Nederlands een concreet georienteerde taal is, wat het moeilijk maakt om Sanskriet termen één op één te vertalen naar Nederlandse woorden.16

Wat betekent ‘dāna’ dan meer dan enkel ‘gift’? In het Hindoeisme heeft ‘dāna’ een hoog religieuze en spirituele significatie. In de Veda’s, welke waarschijnlijk de oudste geschriften zijn waarin het woord voorkomt (in zijn wortel ‘da’, zijnde in dit geval een andere vorm van ‘dā’),17 wordt een relatie gelegd tussen geven aan de ene kant en vriendschap, geluk en de bedoeling van de goden aan de andere kant.18 De daad van geven resulteert in vriendschappen die geluk produceren en is in lijn met de bedoeling van de goden (die nooit bedoeld hebben dat de mens zou sterven van honger). Deze gedachte wordt verder uitgewerkt in de Upaniṣads. Daar wordt de lettergreep ‘da’ genoemd als de wortel en referent van geven (dānam), zelfcontrole (damam) en compassie (dayam).19 ‘Dānam’ wordt ook genoemd samen met soberheid (tapaḥ), oprechtheid (ārjavam), geweldloosheid (ahiṁsā) en het spreken van de waarheid (satyavacanam), als één van de deugdzame offeringen aan de priesters en anderen.20 In de Śrīmadbhagavadgītā wordt een onderscheid gemaakt tussen juist (sāttvik), misleid (rājasik) en verkeerd (tāmasik) geven.21 Wanneer een gift gegeven wordt op de verkeerde tijd en plaats, aan een onwaardig persoon of met minachting wordt deze verkeerd gegeven. Wanneer gegeven met het oog op een wedergift of met tegenzin is een gift misleid. Maar wanneer gegeven op de juiste tijd en plaats, aan een waardig persoon, zonder oog op een wedergift wordt een gift juist gegeven. Dit wordt op een andere manier bevestigd in de Śrīmadbhagavata waar men geadiveerd wordt om te geven, maar met onderscheid te geven en ook in de juiste mate.22 Want het is niet de bedoeling om meer te geven dan je capaciteit om jezelf na het geven te onderhouden. Niettemin wordt dāna in het Hindoeisme beschouwd als zeer belangrijk. Op het moment leven we in de Kaliyuga23 (het ijzeren tijdperk of het tijdperk van worsteling),24, 25 en voor dit tijdperk is volgens de Manusmṛti dāna de exclusieve deugd om te verwerven.26 Vooral het geven aan de priesterlijkle klasse (brahmins)27 wordt beschouwd als deugdzaam omdat het je zuivert van begane zonden.28, 29 Niet voor niets is ‘dā’ (of ‘da’) niet alleen de wortel van ‘dāna’ maar indiceert het ook een zuivering.30

Christendom

De bovenstaande Hindoeistische gedachten over geven vinden we opnieuw in het Christendom. Want precies zoals in de Manusmṛti dāna beschouwd wordt als de primaire deugd om te verwerven zo is caritas dit in Het Nieuwe Testament.31 Het originele Griekse woord dat daar wordt gebruikt is echter niet de Griekse spruit van ‘dāna’ ‘dános’ maar ‘ẚgápe’. Dit woord kan zowel ‘caritas’ als ‘liefde’ betekenen (waarbij de eerste een speciale referentie heeft aan het geven van aalmoezen en de laatste aan goddelijke liefde).32, 33 Dus caritas in het Christendom is niet slechts het weggeven van dingen maar te geven met (heilige) liefde.34 Dit correspondeert met het onderscheid dat wordt gemaakt in de Śrīmadbhagavadgītā tussen juist, misleid en verkeerd geven. Juist geven in het Christendom is te geven met liefde en te geven van liefde. Dat het Griekse ‘ẚgápe’ in Het Nieuwe Testament in het Nederlands wordt vertaald met ‘caritas’ heeft te maken met de Latijnse Vulgaat vertaling van het originele Grieks. Want daar wordt ‘ẚgápe’ vertaald met ‘cāritās’, zijnde de etymologische wortel van het Nederlandse ‘caritas’ (in lijn met het Engelse ‘charity’).35 Het Latijnse ‘cāritās’ droeg dominant betekenissen betrekking hebbend op liefde en aanzien36 en het kan vermoed worden dat door deze relatie van vertaling met het Griekse ‘ẚgápe’ de semantiek betrekking hebbend op aalmoezen van de laatste overgebracht is naar de eerste. Laten we kijken naar een overzicht van de tot zover ontdekte fonetische en semantische lijnen in de figuren 1 en 2.

Fonetiek
Sanskriet Dāna    
Grieks Dános Ảgápe  
Latijns Dōnātiō   Cāritās
Nederlands Donatie   Caritas

Figuur 1.
Semantiek
Sanskriet Dāna [Geven / Liefde]  
Grieks Dános [Geven] Ảgápe [Geven / Liefde]
Latijns Dōnātiō [Geven] Cāritās [Geven / Liefde]
Nederlands Donatie [Geven] Caritas [Geven / Liefde]

Figuur 2.

In deze twee figuren zien we een fonetische lijn lopend van het Sanskriet ‘dāna’ via het Griekse ‘dános’ en het Latijnse ‘dōnātiō’ naar het Nederlandse ‘donatie’. Deze fonetische lijn is ook verantwoordelijk voor de semantische overdracht van ‘geven’ van de eerste naar de laatste. De semantiek van ‘liefde’, welke nog steeds aanwezig is in het originele Sanskriet ‘dāna’, slaagde er op de een of andere manier niet in om overgedragen te worden aan het Griekse ‘dános’. Dit is misschien zo omdat in het Grieks het woord ‘ẚgápe’ in gebruik was om semantisch meer of minder hetzelfde aan te duiden als ‘dāna’. Dit Griekse woord ‘ẚgápe’ nu groeide geen spruiten in de Latijns en Nederlandse talen. Semantisch bevruchtte het echter het Latijnse woord ‘cāritās’ via een Bijbelse vertaling. Tot dan duidde het Latijnse ‘cāritās’ enkel liefde en aanzien aan, maar met zijn bevruchting door ‘ẚgápe’ werd het verrijkt met de semantiek van ‘geven’. ‘Cāritās’ spruitte daarna in de Nederlandse taal als het woord ‘caritas’, en langs die lijn groeide ook zijn verrijkte semantiek. Dus zijn we heden in de situatie waar in de Nederlandse taal ‘caritas’ vooral verwijst naar een geven met (heilige) liefde en ‘donatie’ naar een eenvoudigweg geven.

Conclusie

We startten deze contemplatie op donatie met een etymologie. In hedendaags Nederlands refereert ‘donatie’ vooral en eenvoudigweg aan een gift. Via Latijnse woorden als ‘dōnātiō(nem)’, ‘dōnō’ en ‘dō’, hetzelfde aanduidend, en het Griekse ‘dános’, opnieuw aan een gift refererend, stuitten we op zijn Sanskriet wortels in ‘dāna(m)’ en ‘dā’. ‘Dāna’ echter werd veel rijker in betekenis bevonden. Het refereert niet aan een eenvoudige gift maar aan één die gedaan dient te worden op de juiste tijd en plaats aan de juiste persoon (vaak een priester), hem spiritueel zuiverend makend voor de gever. Dāna is de primaire deugd om te verwerven.

Een vergelijkbare gedachte werd gevonden in de Christelijke conceptie van de primaire deugd van caritas. Origineel werd het Griekse woord ‘ẚgápe’ gebruikt, in principe refererend aan een geven met of van (heilige) liefde. In het Latijn werd het woord ‘cāritās’ (op zichzelf alleen ‘liefde’ betekenend) gebruikt om ‘ẚgápe’ te vertalen waarbij ‘cāritās’ ook kwam te refereren aan een geven met of van liefde.

Wat de etymologie van ‘donatie’ ons echter leerde is dat dit woord op dezelfde manier begrepen en gebruikt dient te worden als ‘caritas’. Net als caritas is een donatie iets dat ook gedaan moet worden met of van liefde. Een donatie moet gedaan worden op de juiste tijd en plaats aan de juiste persoon (vooral aan ziel gepolariseerde personen als de esoterische vertegenwoordigers van de exoterische priesters van de brahmin kaste).37 Alleen zo zal de gever zuiverheid verkrijgen en spirituele vooruitgang maken.

Donatie als caritas is de primaire deugd om te verwerven.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, donation.
  2. Ibidem.
  3. Ibidem.
  4. Webster’s New Dictionary of Synonyms, Merriam Webster, Springfield, 1984, p. 265-266.
  5. Zie noot 1.
  6. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 572.
  7. Ibidem.
  8. Ibidem, p. 573.
  9. Ibidem.
  10. Ibidem, p. 566.
  11. F.E.J. Valpy, An Etymological Dictionary of the Latin Language, Boldwin and co. / Longman and co. / G.B. Whittaker, London, 1828, p. 129.
  12. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 369.
  13. Zie noot 8.
  14. Monier Williams, A Sanskrit-English Dictionary, Etymologically and Philologically Arranged, With Special Reference to Greek, Latin, Gothic, German, Anglo-Saxon, and Other Cognate Indo-European Languages, The Clarendon Press, Oxford, 1862, p. 407.
  15. Ibidem, 406-407.
  16. ‘De Fractalheid van ‘Aum Tat Sat’’, Index: 201107192.
  17. A Sanskrit-English Dictionary, p. 396.
  18. Rig Veda Samhitā, Tenth Maṇḍala, translated by R.L. Kashyap, SAKSHI, Bangalore, 2007, Sūkta 117, mantra 1 / p. 409. “The gods have not given hunger to be our death (1). Even to the well-fed man death comes in many shapes (2). The wealth of the one, who gives, never wastes away (3). He who gives not finds none who gives him happiness (4).”
  19. Bṛhadāraṇyaka Upaniṣad, With the Commentary of Śaṅkarācārya, translated by Swāmī Mādhavānanda, Advaita Ashrama, Kolkata, 2008, Ch. V, Section II, sloka 1-3 / p. 564-565.
  20. Chāndogya Upaniṣad, With the Commentary of Śaṅkarācārya, translated by Swāmī Gambhīrananda, Advaita Ashrama, Kolkata 2009, Ch. III, Section 17, sloka 4 / p. 229.
  21. Srimad Bhagavad Gita, translated by Swami Swarupananda, Advaita Ashrama, Kolkata, 2007, Ch. XVII, sloka 20-22 / p. 359-360.
  22. Srimad Bhagavata, The Holy Book of God, Voume II, Skandhas V-IX, translated by Swami Tapasyananda, Sri Ramakrishna Math, Chennai, undated, Skandha VIII, Ch. 19, sloka 29-43 / p. 373-374.
  23. The Visnu Purana, A System of Hindu Mythology and Tradition, Volume V, First Part, translated by H. H. Wilson, Trübner & co., London, 1870, Book V, Ch. XXXVIII / p. 155.
  24. Steven J. Rosen, Essential Hinduism, Praeger, Westport / London, 2006, p. 38.
  25. Klaus K. Klostermaier, A Survey of Hinduism, State University of New York Press, Albany, 1994, p. 599.
  26. The Laws of Manu, translated by G. Bühler, in: The Sacred Books of the East, Volume XXV, edited by F. Max Müller,Clarendon Press, Oxford, 1886, Ch. I, sloka 86 / p. 24.
  27. ‘Exoteric Classes and Esoteric Divisions of Humanity’, Index: 201406281.
  28. Patrick Olivelle, Ascetics and Brahmins, Studies in Ideologies and Institutions, Anthem Press, London / New York / Delhi, undated, p. 61.
  29. A Survey of Hinduism, p. 180.
  30. A Sanskrit-English Dictionary, p. 408.
  31. ‘The New Testament of our Lord and Saviour Jesus Christ’ in: The Holy Bible, Index 20140811, The First Epistle of Paul the Apostle to the Corinthians, Ch. 13, verse 13. “And now abideth faith, hope, charity, these three; but the greatest of these is charity.”
  32. A Greek-English Lexicon, p. 6.
  33. G.W.H. Lampe, A Patristic Greek Lexicon, Oxford University Press, London, 1961, p. 8.
  34. ‘The New Testament of our Lord and Saviour Jesus Christ’, The First Epistle of Paul the Apostle to the Corinthians, Ch. 13, verse 3. “And though I bestow all my goods to feed the poor, and though I give my body to be burned, and have not charity, it profiteth me nothing.”
  35. Oxford English Dictionary, charity.
  36. Oxford Latin Dictionary, p. 278.
  37. Zie noot 26.
Bibliografie
  • ‘Exoteric Classes and Esoteric Divisions of Humanity’, Index: 201406281.
  • ‘De Fractalheid van ‘Aum Tat Sat’’, Index: 201107192.
  • ‘The New Testament of our Lord and Saviour Jesus Christ’ in: The Holy Bible, Index 20140811.
  • John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005.
  • Klaus K. Klostermaier, A Survey of Hinduism, State University of New York Press, Albany, 1994.
  • G.W.H. Lampe, A Patristic Greek Lexicon, Oxford University Press, London, 1961.
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • Patrick Olivelle, Ascetics and Brahmins, Studies in Ideologies and Institutions, Anthem Press, London / New York / Delhi, undated.
  • Steven J. Rosen, Essential Hinduism, Praeger, Westport / London, 2006.
  • F.E.J. Valpy, An Etymological Dictionary of the Latin Language, Boldwin and co. / Longman and co. / G.B. Whittaker, London, 1828.
  • Monier Williams, A Sanskrit-English Dictionary, Etymologically and Philologically Arranged, With Special Reference to Greek, Latin, Gothic, German, Anglo-Saxon, and Other Cognate Indo-European Languages, The Clarendon Press, Oxford, 1862.
  • Bṛhadāraṇyaka Upaniṣad, With the Commentary of Śaṅkarācārya, translated by Swāmī Mādhavānanda, Advaita Ashrama, Kolkata, 2008.
  • Chāndogya Upaniṣad, With the Commentary of Śaṅkarācārya, translated by Swāmī Gambhīrananda, Advaita Ashrama, Kolkata 2009.
  • The Laws of Manu, translated by G. Bühler, in: The Sacred Books of the East, Volume XXV, edited by F. Max Müller,Clarendon Press, Oxford, 1886.
  • Rig Veda Samhitā, Tenth Maṇḍala, translated by R.L. Kashyap, SAKSHI, Bangalore, 2007.
  • Srimad Bhagavad Gita, translated by Swami Swarupananda, Advaita Ashrama, Kolkata, 2007.
  • Srimad Bhagavata, The Holy Book of God, Voume II, Skandhas V-IX, translated by Swami Tapasyananda, Sri Ramakrishna Math, Chennai, undated.
  • The Visnu Purana, A System of Hindu Mythology and Tradition, Volume V, First Part, translated by H. H. Wilson, Trübner & co., London, 1870.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.
  • Webster’s New Dictionary of Synonyms, Merriam Webster, Springfield, 1984.