ARVINDUS

Contemplationam

Egocentrisme: Egoïsme, Narcisme en Egotisme

EGOCENTRISME: EGOÏSME, NARCISME EN EGOTISME

Egocentrisme wordt beschouwd als “het zien van alles vanuit zichzelf”.1 Behalve ‘egocentrisme’ kan ook het woord ‘egocentriciteit’ worden gebruikt. Behalve dat deze woorden synoniem zijn aan elkaar hebben ze ook dezelfde etymologie. Beide bestaan ze etymologisch uit de woorden ‘ego’ en ‘centrum’.2 ‘Ego’ staat hier synoniem voor ‘ik’.3 Het is via het Latijnse ‘ego’, ook refererend aan een ik, afgeleid van het Griekse ‘ʼegó’,4 wat eveneens aan een ik refereert.5 Het woord ‘centrum’ vervolgens refereert aan een middelpunt6 en is via het Latijnse ‘centrum’, ook refererend aan een middelpunt, afgeleid van het Griekse ‘kéntron’,7 wat behalve aan een scherpe punt ook aan een middelpunt refereert.8 Dus bij egocentrisme betreft een bepaalde ik het middelpunt. Anders gezegd plaatst iemand die egocentrisch is zichzelf in het middelpunt van zijn wereld.

Dat het ik in het middelpunt van een wereld wordt geplaatst wil ook zeggen dat alle anderen buiten dat middelpunt worden geplaatst. Dat iemand alles vanuit zichzelf ziet wil ook zeggen dat die persoon niets vanuit een ander ziet. Bij egocentrisme gaat dus alle aandacht uit naar het eigen ik. In de academische psychologie wordt egocentrisme dan ook als een kenmerk van een antisociale persoonlijkheidsstoornis gezien welk gepaard gaat met een hardvochtig gebrek aan begaan zijn met anderen.9

Hier bedrijven we echter geen academische psychologie maar veeleer contemplatieve psychologie ofwel psychosofie. En vanuit dat perspectief kan in egocentrisme onderscheiden worden tussen minderwaardigheidscomplexueus egocentrisme, (gelijk)waardigheidscomplexueus egocentrisme en meerderwaardigheidscomplexueus egocentrisme. In alle gevallen gaat de aandacht volledig uit naar de eigen ik als het middelpunt van de wereld. Echter bij minderwaardigheidscomplexueus egocentrisme wordt het ik als minderwaardig gezien tegen de achtergrond van meerderwaardige anderen, bij (gelijk)waardigheidscomplexueus egocentrisme wordt het ik als (gelijk)waardig gezien tegen de achtergrond van (gelijk)waardige anderen en bij meerderwaardigheidscomplexueus egocentrisme wordt het ik als meerderwaardig gezien tegen de achtergrond van minderwaardige anderen.

Bij minderwaardigheidscomplexueus egocentrisme gaat de aandacht dus uit naar de eigen ik in het middelpunt van de wereld waarbij die ik als minderwaardig aan de omringende anderen wordt gezien. Als gevolg hiervan zal de egocentrist in kwestie alle aandacht en energie richten op de overdracht van waarde van de omringende anderen naar zichzelf. Wat getracht wordt op die manier over te dragen kan alles zijn wat de zich minderwaardig voelende egocentrist bewust of onbewust van waarde acht. Deze vorm van egocentrisme kennen we ook onder de naam van ‘egoïsme’. Egoïsme is minderwaardigheidscomplexueus egocentrisme. Het is “de levenshouding van iemand die voortdurend het eigen belang en eigen welzijn op het oog heeft”.10 Dit vinden we ook terug in de academische psychologie waar egocentrisme beschreven wordt als “zelfvertrouwen ontleend aan persoonlijk(e) gewin, macht of plezier".11

Nu kan zulk een egoïstisch streven leiden tot twee resultaten. De egoïst kan namelijk falen of slagen in zijn streven tot overdracht van waarde naar zichzelf. Wanneer het egoïstische streven naar waardeoverdracht faalt dan zal de ik in het middelpunt van de wereld als minderwaardig beschouwd blijven worden en zal de egoïstische houding van de desbetreffende egocentrist ongewijzigd blijven.

Wanneer het streven naar waardeoverdracht van de egoïst echter slaagt dan zal de egocentrist zijn ik in het middelpunt van de wereld als waardig gaan beschouwen. Er vindt in dat geval dus een verschuiving plaats van een minderwaardigheidscomplex naar een waardigheidscomplex. Nu kennen we een egocentrisch waardigheidscomplex ook onder de naam ‘narcisme’. Narcisme is (gelijk)waardigheidscomplexueus egocentrisme. Het wordt in zijn algemeenheid begrepen als “liefde voor zichzelf”12 en volgens de academische psychologie als ‘narcistische persoonlijkheidsstoornis’ gekenmerkt door “een algemeen patroon van pompeusheid (in fantasie of gedrag), nood aan bewondering en gebrek aan empathie”.13 Het is dan ook via de (Duitse) academische psychologie dat de term ‘narcisme’ de Nederlandse taal heeft bereikt. In die psychologie werd de term ontleend aan de naam van een figuur uit de Griekse mythologie, namelijk ‘Nárkissos’ (in het Latijn ‘Narcissus’).14 In die mythologie over Narcissus wordt deze verliefd op de reflectie van zichzelf in een poel waarnaar hij tot aan zijn dood blijft staren.15 En zulk een zelfbewondering en zelfvoldaanheid is dus ook wat de narcist kenmerkt.

Het zal duidelijk zijn dat de pure narcist niet zal streven naar waardeoverdracht van anderen naar zichzelf. Hij is namelijk volkomen zelfvoldaan en ziet niets van waarde in de wereld wat nog aan hem toegevoegd zou kunnen worden. Hij blijft enkel staren naar de reflectie van zichzelf en alle aandacht en energie gaan hier naar toe. Deze aandacht en energie zullen het ego van ingebeelde waardigheid echter doen groeien tot de narcist zich bewust denkt te worden van een meerderwaardigheid ten aanzien van minderwaardige anderen. Hier gaat waardigheidscomplexueus egocentrisme over in meerderwaardigheidscomplexueus egocentrisme. De egocentrist in kwestie beschouwt zichzelf als meer waard dan anderen en zal zich richten op overdracht van zijn waarde naar anderen. Deze gerichtheid wordt gekend onder de term van ‘egotisme’ (niet te verwarren met ‘egoïsme’). Egotisme is meerderwaardigheidscomplexueus egocentrisme. Het wordt in zijn algemeenheid begrepen als “manie om voortdurend over zichzelf te spreken”.16

Dit egotisme moet zeker niet verward worden met altruïsme of oprechte filantropie waarin de aandacht voor de ander voorop staat. Immers in alle boven beschreven toestanden staat egocentrisme voorop. Dat mensen ook niet-egocentrische minder-, gelijk- of meerderwaardigheidscomplexen kunnen hebben is waar. Echter die persoonlijkheidstoestanden zijn hier niet aan de orde.

Verder moeten egoïsme, narcisme en egotisme ook niet als volstrekt afzonderlijke persoonlijkheidstoestanden beschouwd worden. Zoals beschreven zijn het vaak fasen die mogelijk doorlopen worden binnen het egocentrisme. Een egoïst die succes kent in zijn leven zal gemakkelijk tot narcisme overgaan om na enige tijd de verbinding met anderen weer te zoeken vanuit een egotisme. Iedereen kent ze wel; de succesgoeroes die na door zelfzucht iets bereikt te hebben zichzelf als voorbeeld stellen om veronderstelde onsuccesvolle mensen te leren dat ze meer moeten worden zoals hen. Laten we hen echter vooral niet volgen in hun egocentrische egoïsme, narcisme en egotisme.

Noten
  1. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, zoeksoftware, versie 2.0, Van Dale Lexicografie bv, Utrecht / Antwerpen, 2002.
  2. Marlies Philippa, et alii (redacteuren), Etymologisch woordenboek van het Nederlands, A-E, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2007, p. 666.
  3. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
  4. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 595.
  5. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 477.
  6. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
  7. Oxford Latin Dictionary, p. 299.
  8. A Greek-English Lexicon, p. 939.
  9. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, American Psychiatric Association, Washington / London, 2013, p. 764.
  10. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
  11. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, p. 764.
  12. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
  13. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, p. 669.
  14. Marlies Philippa, et alii (redacteuren), Etymologisch woordenboek van het Nederlands, Ke-R, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2007, p. 405, 406.
  15. Mark P.O. Morford and Robert J. Lenardon, Classical Mythology, Oxford University Press, New York / Oxford, 2003, p. 299, ff.
  16. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands.
Bibliografie
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • Mark P.O. Morford and Robert J. Lenardon, Classical Mythology, Oxford University Press, New York / Oxford, 2003.
  • Marlies Philippa, et alii (redacteuren), Etymologisch woordenboek van het Nederlands, A-E, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2007.
  • Marlies Philippa, et alii (redacteuren), Etymologisch woordenboek van het Nederlands, Ke-R, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2007.
  • Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, American Psychiatric Association, Washington / London, 2013.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.
  • Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, zoeksoftware, versie 2.0, Van Dale Lexicografie bv, Utrecht / Antwerpen, 2002.