ARVINDUS

Contemplationam

De Kwadranten en Karma

DE KWADRANTEN EN KARMA

Zoals de titel indiceert zal in deze contemplatie een relatie gelegd worden tussen de kwadranten en karma. ‘De kwadranten’ refereert hier aan de kwadranten zoals die werden gecontempleerd in ‘The Quadrants of the Cross in the Circle and the Cycle of Manifestation and Obscuration’.1 [In het Nederlands; ‘De Kwadranten van het Kruis in de Cirkel en de Cyclus van Manifestatie en Obscuratie’]. Daar werden de kwadranten van het kruis in de cirkel gethematiseerd als stappen in de cyclus van manifestatie en  obscuratie. Een figuur zoals in figuur 1 werd geschetst.

The Quadrants of Cross in the Circle

Figuur 1.

In dit figuur representeert kwadrant 1 neerdaling van geest, kwadrant 2 neerdaling naar materie, kwadrant 3 opstijging van materie en kwadrant 4 opstijging naar geest. Deze structuur werd naakt gehouden zodat deze gemakkelijk aangekleed kon worden door verschillende thema’s. En karma is in de huidige contemplatie één van dergelijke thema’s. Want de structuur van de kwadranten zoals boven beschreven kan ook gevonden worden in het concept van karma.

Karma als keuze werd eerder vermeld te bestaan uit een subjectieve oorzaak, een objectieve oorzaak, een objectief effect en een subjectief effect.2 En in dit viervoudige karma kan duidelijk de structuur van de kwadranten herkend worden. Laten we door de kwadranten lopen, startend met een interpretatie van de punten. Punt B representeert de geestelijke subjectiviteit en punt C de materiele objectiviteit. Punt D en punt E zijn de plaatsen waar deze twee elkaar ontmoeten in actie (punt D) en ervaring (punt E). Kwadrant 1 representeert dan de subjectieve oorzaak, de geestelijke subjectiviteit relaterend aan actie. Kwadrant 2 representeert de objectieve oorzaak, actie relaterend aan de materiele objectiviteit. Kwadrant 3 representeert het objectieve effect, de materiele objectiviteit relaterend aan ervaring. En kwadrant 4 representeert dan het subjectieve effect, ervaring relaterend aan de geestelijke subjectiviteit. Punt A representeert dan het centrum van bewustzijn waar vandaan de keuze of het karma ontsprong, het mogelijk makend zijn cyclus te doorlopen. Een overzicht is gegeven in figuur 2.

Indicatie Karma
Punt A Centrum van bewustzijn
Punt B Geestelijke subjectiviteit
Kwadrant 1 Subjectieve oorzaak
Punt D Actie
Kwadrant 2 Objectieve oorzaak
Punt C Materiele objectiviteit
Kwadrant 3 Objectief effect
Punt E Ervaring
Kwadrant 4 Subjectief effect

Figuur 2.

Dat hier een cyclus van manifestatie en obscuratie wordt herkend in karma is belangrijk. In de contemplatie ‘The Quadrants of the Cross in the Circle and the Cycle of Manifestation and Obscuration’ werd vermeld dat wanneer we staan op de neerwaartse boog het goed is om neer te dalen en kwaad om op te stijgen, en dat wanneer we staan op de opwaartse boog het goed is om op te stijgen en kwaad om neer te dalen. Dit betekent in principe dat wanneer een cyclus wordt gestart zijn verloop niet geblokkeerd dient te worden. En dit is ook het geval met karma. Wanneer een ware keuze is geïnitieerd in kwadrant 1 moet deze niet subjectief worden gehouden maar worden gebracht tot actie en manifestatie in de objectieve oorzaak van kwadrant 2. Wanneer dan, vroeg of laat, een objectief effect zich presenteert in kwadrant 3 moet dit niet gerepareerd worden. En de ervaring van het objectieve effect, leidend tot het subjectieve effect in kwadrant 4, moet niet ontwijkt worden. Keuze in zijn oorzakelijke subjectiviteit moet leiden tot actie, actie moet leiden tot oorzakelijke objectiviteit, oorzakelijke objectiviteit moet leiden tot effectuele objectiviteit, effectuele objectiviteit moet leiden tot ervaring en ervaring moet leiden tot effectuele subjectiviteit. Wanneer men kiest moet men kiezen voor het geheel daarvan. Dit is waarom bijvoorbeeld de Bhagavadgītā van de Hindoes onthechting van de resultaten van je acties zo sterk benadrukt.3 Men moet zich niet met deze bemoeien.

Het noemen van het belang om karma zijn beloop te laten hebben is belangrijk omdat in hedendaagse tijden mensen vaak neigen om het beloop van karma te blokkeren. Keuzes worden in kwadrant 1 vaak onderdrukt, acties niet overtuigend uitgevoerd in kwadrant 2, onbegeerlijke gebeurtenissen in kwadrant 3 vermeden of omgebogen en onplezierige ervaringen in kwadrant 4 genegeerd of afgestoten. Dit is vaak de neiging. In realiteit kan natuurlijk niets het beloop van karma stoppen. Het zal zijn beloop hebben, wat milder wanneer willig geaccepteerd of wat harder wanneer onwillig geweigerd. Bewustzijn zal zich hoe dan ook ontwikkelen en de cyclus van karma is zijn middel.

Noten
  1. ‘The Quadrants of the Cross in the Circle and the Cycle of Manifestation and Obscuration’, Index: 201705031.
  2. ‘Choice and Karma’, Index: 201607111.
  3. Srimad Bhagavad Gita, translated by Swami Swarupananda, Advaita Ashrama, Kolkata, 2007, Ch. 6, Sl. 10 / p. 125. “He who does actions forsaking attachment, resigning them to Brahman, is not soiled by evil, like unto a lotus-leaf by water.”
Bibliografie
  • ‘The Quadrants of the Cross in the Circle and the Cycle of Manifestation and Obscuration’, Index: 201705031.
  • ‘Choice and Karma’, Index: 201607111.
  • Srimad Bhagavad Gita, translated by Swami Swarupananda, Advaita Ashrama, Kolkata, 2007.