ARVINDUS

Het Gospel van Sri Ramakrishna

24 Oktober 1882

24 OKTOBER 1882

Het was drie of vier uur in de namiddag. De Meester stond naast de plank waar het eten op werd bewaard toen Balaram en M. uit Calcutta arriveerden en hem groetten. Sri Ramakrishna zei tegen ze met een glimlach: “Ik ging wat snoepjes van de plank pakken, maar zo gauw ik mijn hand op ze legde viel er een hagedis op mijn lichaam.1 Ik verwijderde meteen mijn hand (Allen lachen).

“Jazeker! Men moet al die dingen observeren. Kijk; Rakhal is ziek, en mijn ledematen doen ook pijn. Weet je wat er aan de hand is? Toen ik deze ochtend mijn bed verliet zag2 ik een bepaald persoon die ik aanzag voor Rakhal. (Allen lachen). Jazeker! Fysieke eigenschappen moeten bestudeerd worden. Laatst bracht Narendra één van zijn vrienden, een man met slechts één goed oog, hoewel zijn andere oog niet helemaal blind was. Ik zei tegen mezelf; ‘Wat voor moeilijkheden heeft Narendra met zich meegebracht?’

“Er komt een bepaald persoon hier, maar ik kan eten dat hij mee brengt niet opeten. Hij werkt op een kantoor voor een salaris van twintig roepies, en hij verdient er nog eens twintig met het schrijven van valse rekeningen. Ik kan geen woord uitspreken in zijn aanwezigheid, want hij vertelt leugens. Soms blijft hij twee of drie dagen hier zonder naar zijn kantoor te gaan. Kan je zijn doel raden? Het is zodat ik hem aan iemand zal aanraden voor een baan elders.

“Balaram komt uit een familie van devote Vaishnava’s. Zijn vader, nu een oude man, is een vroom toegewijde. Hij heeft een knot haar op zijn hoofd, een rozenkrans van tulsi-kralen rond zijn nek en een draad met kralen in zijn hand. Hij wijdt zijn tijd toe aan de herhaling van Gods naam. Hij heeft veel bezittingen in Orissa en heeft tempels gebouwd voor Rādhā-Krishna in Kothār, Vrindāvan en andere plaatsen, ook gratis gastenhuizen vestigend.

(Tot Balaram) “Een bepaald persoon kwam laatst hier. Ik begrijp dat hij de slaaf is van die zwarte heks van een vrouw. Waarom is het dat mensen God niet zien? Het is alleen vanwege de barrière van ‘vrouwen en goud’. Wat brutaal was hij om laatst tegen je te zeggen; ‘Een paramahamsa kwam bij mijn vader die hem voedde met kip-currie!’3

“In mijn huidige staat van zijn kan ik een beetje vissoep eten als het eerst is geofferd aan de Heilige Moeder. Ik kan helemaal geen vlees eten, zelfs wanneer het geofferd is aan de Heilige Moeder; maar ik proef het een beetje met het topje van mijn vinger zodat ze niet boos wordt. (Gelach).

“Wel, kunnen jullie mijn staat van zijn uitleggen? Ik ging eens van Burdwān naar Kāmārpukur in een ossenwagen toen een grote storm opzette. Sommige mensen verzamelden zich naast de wagen. Mijn gezellen zeiden dat het rovers waren. Dus begon ik de namen van God te herhalen, soms Kāli aanroepend, soms Rāma, soms Handumān. Wat denken jullie daarvan?”

Hintte de Meester dat God één is maar verschillend wordt aangesproken door verschillende sekten?

Meester (tot Balaram): “Māyā is niets dan ‘vrouwen en goud’. Een man die in hun midden leeft verliest geleidelijk zijn spirituele alertheid. Hij denkt dat alles goed is met hem. De vuilophaler draagt een kuip mest op zijn hoofd en verliest na verloop van tijd zijn weerzin daartegen. Men verkrijgt geleidelijk liefde voor God via de beoefening van het chanten van Gods naam en glorie. (Tot M.) Men moet zich niet schamen voor het chanten van Gods heilige naam. Zoals het gezegde zegt; ‘Men slaagt niet zolang men één van deze drie heeft: schaamte, haat en angst.’

“Bij Kāmārpukur zingen ze heel goed kirtan. De devotionele muziek wordt gezonden met begeleiding van drums.

(Tot Balaram) “Hebben jullie een beeld geïnstalleerd in Vrindāvan?”

Balaram: “Ja mijnheer. We hebben een bos waar Krishna wordt aanbeden.”

Meester: “Ik ben in Vrindāvan geweest. Het Nidhu-bos is inderdaad erg fijn.”

Noten
  1. Het vallen van een hagedis op het lichaam wordt beschouwd als een voorteken.
  2. Orthodoxe Hindoes in Bengalen geloven dat het eerste gezicht dat je in de ochtend ziet indiceert of de dag goed of kwaad zal brengen.
  3. Het is verboden voor orthodoxe Hindoes om kip te eten.