ARVINDUS

Contemplationam

Subjectiviteit bij Leraren

  • Titel: Contemplationam, Subjectiviteit bij Leraren.
  • Auteur: Arvindus.
  • Uitgever: Arvindus.
  • Auteursrecht: © 2019 Arvindus, alle rechten voorbehouden.
  • Index: 201912191.
  • Editie: html, eerste editie.

In 'Menstypen in Discussie' in de 'Contemplationam'-serie werd aangegeven dat het in discussies typisch is voor emotioneel georiënteerde mensen om stellingen te begronden met het inbrengen van eigen ervaringen.1 Dit is een subjectivistische houding. Deze houding onderscheidt zich van een objectivistische houding die het inbrengen van empirische data en logica ter begronding van stellingen inhoudt en die typisch is voor intellectueel georiënteerde mensen.2 Ook werd vermeld dat zoals het intellect evolutionair op een hoger plan staat dan de emoties, objectiviteit waarachtiger is dan subjectiviteit. Evolutionair boven beide voorgenoemde staat echter de conjectiviteit van de intuïtie.3

Deze intuïtie lijkt, met name voor de intellectuele objectivist, misschien een terugkeer naar de subjectiviteit maar is dit niet. Hegeliaans kan subjectiviteit begrepen worden als het 'an sich' (of 'op zich') punt, objectiviteit als het 'für sich' (of 'voor zich') punt en conjectiviteit als het 'an und für sich' ('op en voor zich') punt.4, 5 Intuïtief, dat wil zeggen 'waarlijk intuïtief' en niet 'verondersteld intuïtief', wordt subjectief tot een objectieve waarheid gekomen. Dit in onderscheid met subjectiviteit waar subjectief tot een subjectieve waarheid wordt gekomen en objectiviteit waar objectief tot een objectieve waarheid wordt gekomen.

Zoals nu het 'an und für sich' punt van Hegel meer is dan de som van de 'an sich' en 'für sich' punten, hoewel die eerste wel de twee laatste in zich draagt, zo is conjectiviteit meer dan de som van subjectiviteit en objectiviteit, hoewel die laatste twee ook door die eerste in zich worden gedragen. En ofschoon conjectiviteit dus op zichzelf staat kunnen daarin zowel subjectiviteit als objectiviteit ontwaard worden. Voor een intuïtief georiënteerd iemand is het dan ook geen probleem om eigen ervaringen of data en logica in communicatie in te brengen, ofschoon hij dat zelf niet benodigt.

Zelf heeft een intuïtief iemand het niet nodig om via subjectiviteit en objectiviteit tot waarheidsvinding te komen, immers hij kan zijn intuïtie aanspreken om tot een waarachtigere waarheidsvinding te komen. Echter voor zijn niet-intuïtieve gespreksgenoten kan het zinvol zijn wanneer hij zich in subjectieve of objectieve bewoordingen uitdrukt. Ofschoon subjectiviteit en objectiviteit nooit een volledige waarheid uit kunnen drukken kunnen deze de subjectivist en de objectivist wel op het spoor van die waarheid zetten.6, 7

Nu werden boven drie perspectieven genoemd; subjectiviteit, objectiviteit en conjectiviteit. Hierbij correspondeert subjectiviteit met het eerste persoonsperspectief, objectiviteit met het derde persoonsperspectief en conjectiviteit met het nulste persoonsperspectief.8 Er is echter nog een vierde perspectief, namelijk het tweede persoonsperspectief. In dit perspectief wordt in waarheidsvinding blindelings vertrouwd op de uitspraken van een (specifiek) ander mens. Dit is een perspectief dat we vooral vinden in leerling-leraar-verhoudingen waarbij de leerling zich voor waarheidsvinding verlaat op de leraar.

Nu geldt in een leerling-leraar-verhouding ook dat de leraar de leerling moet stimuleren tot eigen onderzoek en eigen waarheidsvinding. Echter om voor de leerling een richting voor onderzoek te indiceren kan de leraar daarbij prima gebruik maken van subjectieve en objectieve gronden voor zijn geponeerde stellingen, zelfs wanneer zijn stellingen voort kwamen uit een hogere grond. Waar een leraar als zodanig door een leerling wordt erkend kan deze wetenschappelijke data en zelfs eigen ervaringen inbrengen om de leerling op het spoor te zetten van gepaste zelfontwikkeling. Van cruciaal belang is hierbij de erkenning van de leerling. Het is zinloos voor een objectief of intuïtief iemand om eigen ervaringen in te brengen in communicatie met anderen die hem op het gebied van het besproken thema niet als leraar erkennen.  

Bibliografie