Arvindus

Contemplationam

De Wisent en de Buffel, Een Korte Fabel over de Afro-Euro-Amerikaanse Verhouding

  • Titel: Contemplationam, De Wisent en de Buffel, Een Korte Fabel over de Afro-Euro-Amerikaanse Verhouding.
  • Auteur: Arvindus.
  • Uitgever: Arvindus.
  • Auteursrecht: © 2020 Arvindus, alle rechten voorbehouden.
  • Index: 202006131.
  • Editie: html, eerste editie.

De Fabel

Een eenzame wisentstier uit een noordelijk gelegen weide besloot eens de zuidelijke weide te gaan verkennen. Van het groene gras overstappend naar het gele gras vond hij daar een verlaten buffelkalf. De wisentstier zag in het buffelkalf een mogelijkheid tot kuddevorming rondom zichzelf als alfastier en vroeg het buffelkalf met hem mee te gaan naar de nieuwe noordwestelijke weide van de bizon. Het buffelkalf weigerde echter. De wisentstier pikte dat niet en bond een touw aan de ene zijde rond zijn eigen middel en aan de andere zijde rond het middel van het buffelkalf. Waarheen de wisentstier nu ging daar moest het buffelkalf volgen. 'Je bent bazig!' protesteerde het buffelkalf dan. 'Je bent klagerig!' was dan de reactie van de wisentstier. Zo reisden ze samen naar de noordwestweide waar ze samen leefden. Met het verstrijken van de tijd groeide het buffelkalf op tot een volwassen buffel en de wisent kwam tot het besef dat het ongepast was om een volwassen mederund aan zich te binden. Dus ontknoopte hij het touw. De buffel was nu vrij om te gaan en staan waar hij wilde. Toch veranderde er niet veel in de relatie tussen de wisent en de buffel. Waar de wisent ging daar volgde de buffel, alsof het touw nooit was ontknoopt. 'Je bent bazig!' bleef de buffel protesteren. 'Je bent klagerig!' bleef de wisent reageren. Beide runderen wisten weliswaar dat het touw was verdwenen, maar ze waren zo gewend geraakt aan hun wederzijdse verhoudingen dat ze deze uit gewoonte bleven behouden. Op een dag echter liepen de frustraties over de wederzijdse verhouding bij de buffel op, en hij gaf de wisent een beuk met zijn hoorns. De wisent schrok flink en wist niet goed of hij zichzelf moest verontschuldigen voor zijn bazigheid of de buffel moest terechtwijzen voor zijn klagerigheid.

Interpretatie

De wisentstier is de Europeaan en de noorderweide is Europa. Het binnentreden van de wisent in de zuiderweide vertegenwoordigt het koloniseren van Afrika door de Europeaan. Daar vond hij de Afrikaan, gesymboliseerd door het buffelkalf. Dat de buffel nog een kalf is en de wisent een volwassen stier geeft aan dat de Afrikaan bij het binnentreden van de Europeaan in Afrika nog minder ontwikkeld was dan de Europeaan, uitgedrukt in hun ongelijke krachtsverhouding. Dat de wisentstier in het buffelkalf een mogelijkheid zag tot kuddevorming rondom zichzelf als alfastier symboliseert de zelfgecentreerde intentie van de Europeaan om de Afrikaan te gebruiken voor zijn eigen belangen. Het touw waarmee de wisentstier het buffelkalf aan zich bond vertegenwoordigt dan de uitvoering van de raciale wet dan wel raciale wetteloosheid die de Afrikaan verslaafde aan de Europeaan. Dat het buffelkalf de wisentstier overal gedwongen moest volgen duidt op het gehoor dat de Afrikaan aan de wil van de Europeaan moest geven. Hun reis naar de noordwesterweide van de bizon symboliseert de kolonisatie van Noord-Amerika door de Europeanen en Afrikanen, waarbij de bizon zijdelings de inheemse Noord-Amerikaan symboliseert. Dat de buffel in de noordwesterweide volwassen naast de wisent komt te staan symboliseert de gelijkwaardigheid van de (inmiddels) Afro-Amerikaan en de Euro-Amerikaan, en dat de wisent tot dit besef komt vertegenwoordigt de bewustwording van voorgenoemde gelijkwaardigheid door de Euro-Amerikaan. Het ontknopen van het touw symboliseert dan de afschaffing van de slavernij en de apartheid. Dat de verhoudingen tussen de wisent en de buffel echter na de ontknoping hetzelfde blijven duidt aan dat ook na afschaffing van de slavernij en de apartheid de Afro-Amerikaan een volgende houding heeft behouden ten aanzien van de Euro-Amerikaan die ten aanzien van voorgenoemde een leidende houding heeft behouden. Deze houding heeft volgens de symboliek van de fabel dan niet te maken met geldende wetten maar met psychische gesteldheden die zich op basis van voormalig geldende wetten hebben ontwikkeld. Deze psychische gesteldheden worden door de buffel en de wisent uitgedrukt in het maken van verwijten naar elkaar. Zoals de buffel protesteert tegen de wisent door hem 'bazig' te noemen zo protesteert de Afro-Amerikaan tegen de door hem vermeende dominantie van de Euro-Amerikaan. En zoals de wisent reageert op de buffel door hem 'klagerig' te noemen zo reageert de Euro-Amerikaan op de door hem vermeende ongegronde klachten van de Afro-Amerikaan. De opgelopen frustraties van de buffel die leiden tot de uitgedeelde beuk aan de wisent symboliseren de opgelopen frustraties van de Afro-Amerikaan en zijn offensieve protesten die de Euro-Amerikaan raken. Net als de wisent schrikt de Euro-Amerikaan hiervan. En de twijfel van de wisent over hoe te reageren representeert tenslotte de verdeeldheid van de Euro-Amerikaan over hoe op de protesten te reageren: een deel van de Euro-Amerikanen verontschuldigt zich en een deel van hen wijst de Afro-Amerikaan terecht vanwege de alreeds aanwezige grondwettelijke gelijkheid.

Toelichting

De Europeaan en de Afrikaan delen met elkaar een geschiedenis van eeuwen en het is aannemelijk dat ze ook een gezamenlijke toekomst van eeuwen tegemoet gaan. De geschiedenis is lange tijd gekarakteriseerd geweest door een fysiek afgedwongen gebondenheid van de Afrikaan aan de Europeaan, van de Afro-Amerikaan aan de Euro-Amerikaan. Deze gebondenheid heeft de psyche van beiden ten aanzien van elkaar gevormd. De bevoorrechte positie van de Europeaan, later Euro-Amerikaan, ten aanzien van de Afrikaan, later Afro-Amerikaan, heeft hem doordrongen van het waanidee dat het enkel zijn inspanningen zijn die hem succes hebben gebracht. Zijn meesterschap over laatstgenoemde heeft de illusie in hem doen postvatten dat hij superieur is. Aan de andere kant heeft de achtergestelde positie van de Afrikaan, later Afro-Amerikaan, ten aanzien van de Europeaan, later Euro-Amerikaan, hem doordrongen van het waanidee dat zijn inspanningen zinloos zijn en hij nooit succesvol zal kunnen zijn. Zijn knechtschap onder laatstgenoemde heeft de illusie in hem doen postvatten dat hij inferieur is. De collectieve psyche van de Euro-Amerikaan is nog steeds dominant bazig en de collectieve psyche van de Afro-Amerikaan is nog steeds dominant klagerig.

Het verschil van aard van beide psychetypen brengt in interactie wrijving en onbegrip teweeg. De Euro-Amerikaan voelt zich onbegrepen door de Afro-Amerikaan in zijn daadkracht, en die laatste voelt zich door die eerste onbegrepen in zijn slachtofferschap. Dit wederzijdse onbegrip leidt aan beide zijden soms tot frustratie en zelfs woede die, wanneer niet direct geuit, worden opgekropt. Dit geldt in boven omschreven verhouding vooral voor de Afro-Amerikaan. Immers de meester die zijn wil doet gelden ondervindt in zijn algemeenheid minder frustratie dan de knecht wiens wil niet tot uiting kan worden gebracht. Dus we zien de Afro-Amerikaan op basis van een verondersteld knechtschap dat door de veronderstelde meester wordt ontkend veel frustratie en woede opkroppen. En omdat de psyche, zowel individueel als collectief, slechts een beperkte draagkracht heeft kan het niet anders dan dat op bepaalde momenten dergelijke frustratie en woede zich op explosieve wijze doen gelden in de uiterlijke wereld.

Dit zagen we bijvoorbeeld gebeuren bij de Black Lives Matter-demonstraties die volgden op de gefilmde dood van een Afro-Amerikaanse burger door toedoen van een Euro-Amerikaanse politieagent. De Afro-Amerikaan deelt met die protesten een beuk uit aan de Euro-Amerikaan die verdeeld is in zijn reactie daarop. Een deel van de Euro-Amerikanen bevestigt het slachtofferschap van de Afro-Amerikaan en doet mee met de demonstraties en een ander deel ontkent dat slachtofferschap en wenst een halthouding van de demonstraties.

Het kan gezegd worden dat in de verhoudingen tussen Afro- en Euro-Amerikanen met de demonstraties een crisispunt is bereikt. Het is niet het eerste crisispunt en het zal waarschijnlijk niet het laatste crisispunt zijn, echter het is niettemin een crisispunt. Nu kan een crisispunt gevisualiseerd worden als het dunne deel van een zandloper waar de twee conische delen daarvan samenkomen en verbonden worden. Het is op deze manier dat een crisis het verleden verbindt met de toekomst. Een crisis biedt altijd mogelijkheden op vernieuwing omdat daarin de wegen van het verleden worden geëvalueerd en de wegen van de toekomst worden ontworpen. En dat geldt dus ook voor de Afro-Euro-Amerikaanse crisis die hier het onderwerp van beschouwing is.

Deze crisis van verhoudingen tussen Afro- en Euro-Amerikanen biedt een goede kans om deze te verbeteren. Verbetering betekent echter ook verandering. En omdat verhoudingen bestaan uit houdingen zijn het die laatste die moeten worden veranderd, verbeterd. De huidige houdingen zijn boven omschreven. De Euro-Amerikaan verhoudt zich tot zichzelf als superieur, tot de Afro-Amerikaan als bazig en tot de maatschappij waarin beide samenkomen als actief. En de Afro-Amerikaan verhoudt zich tot zichzelf als inferieur, tot de Euro-Amerikaan als klagerig en tot de maatschappij waarin beide samenkomen als passief. Het zijn deze houdingen waaruit de verhouding tussen Afro- en Euro-Amerikanen bestaat en iedere houdingsverandering daarin zal ook een verhoudingsverandering teweeg brengen.

Bovenstaande wil zeggen dat van de Euro-Amerikaan gevraagd wordt zijn superioriteitscomplex te laten varen tot het punt van erkenning van gelijkwaardigheid, zijn bazigheid ten aanzien van de Afro-Amerikaan te brengen naar een ondersteuning van de zelfbeschikking van laatstgenoemde, en zijn maatschappelijke activiteit tot rust te brengen zodat er maatschappelijke ruimte ontstaat voor de Afro-Amerikaan. Van die laatste wordt dan gevraagd om zijn inferioriteitscomplex te laten varen tot het punt van erkenning van gelijkwaardigheid, zijn klagerigheid ten aanzien van de Euro-Amerikaan te brengen naar een erkenning van de zelfbeschikking van laatstgenoemde, en zijn maatschappelijke passiviteit tot assertiviteit te brengen zodat hij maatschappelijke ruimte kan innemen.

De boven genoemde houdingsveranderingen betreffen allemaal psychische factoren. De ongelijke verhoudingen zoals die er nu zijn tussen Afro- en Euro-Amerikanen zijn niet zozeer fysiek maar veeleer psychisch van aard. Immers het fysieke touw, om het volgens de inleidende fabel te verwoorden, is al ontknoopt. De nadruk in deze crisis moet dan ook gelegd worden op verandering van psychische elementen in plaats van fysieke elementen. Het is immers in hoofdzaak de fysieke realiteit die volgt op de psychische realiteit. De voortschrijdende ongelijkheid na de wettelijke gelijkstelling toont dit aan. Het verwijderen van culturele uitingen van de Euro-Amerikaan is dan ook niet van doorslaggevende betekenis. Hooguit is het van waarde om de opgekropte woede en frustratie van de Afro-Amerikaan eruit te werken. Echter wanneer geen psychische veranderingen volgen zullen de oude verhoudingen in stand blijven en zullen nieuwe woede en frustratie opgekropt gaan worden.

Ook is het niet zo dat enkel aan de Euro-Amerikaan verandering van houding wordt gevraagd. Voor een maximale verandering wordt dit ook gevraagd van de Afro-Amerikaan. Het zijn de houdingen van beide partijen die de huidige verhoudingen in stand houden, en niet slechts de houdingen van de Euro-Amerikaan. De Euro-Amerikaan moet de ruimte creëren voor de Afro-Amerikaan, maar die laatste moet die ruimte voor zichzelf opeisen. En dat opeisen doet hij niet zozeer middels het verwijderen van Euro-Amerikaanse cultuuruitingen en middels protesten maar door op constructieve wijze een plaats te veroveren in de maatschappij. Moge de Afro-Euro-Amerikaanse crisis daartoe dan de aanleiding zijn.