Arvindus

Tijdloze wijsheid

Cycli

Inleiding

In de tijdloze wijsheid word gezegd dat begrip van de cycli, erkenning van hun duur en inachtneming van hun antithese nodig is om geacht te worden een ware occultist te zijn.1 Aldus zullen hier de cycli zoals gethematiseerd in de tijdloze wijsheid gecontempleerd worden. Het belangrijkste doel is echter om een kort overzicht te geven en niet om elk klein detail dat we kunnen tegenkomen toe te lichten. Hierbij zullen de Wet van Overeenkomsten en de occulte methode toegepast worden. De eerste dicteert dat alles in het universum analogie volgt en dat de principes van het grotere herhaald worden in het kleinere.2 En in de tweede wordt het desbetreffende onderwerp benaderd van het grotere naar het kleinere en van het kosmische naar het individuele.3 Aldus zullen we eerst starten met de Wet van Cycli aan te raken om deze wet daarna te aan te duiden zoals deze zichzelf doet gelden op verschillende niveaus.

De wet van cycli

De Wet van Cycli wordt ook gekend als 'de Wet van Periodiciteit'.4 Het is een wet die de gehele manifestatie beheerst, zij het een solaire logos manifesterend door een zonnestelsel of een menselijke monade manifesterend door een menselijk lichaam.5 Het beheerst in basis het verschijnen en het verdwijnen van energieën in en uit manifestatie.6 Voor deze manifestatie wordt algemeen de term 'manvantara' gebruikt.7 Letterlijk betekent deze term 'tussen manu's'8 en het duidt een periode van activiteit aan (en zoals gezegd van manifestatie). Deze periode van activiteit en manifestatie is tegengesteld aan een periode van rust en verdwijning. Voor deze periode wordt de term 'pralaya' gebruikt.9 Een pralaya volgt op een manvantara zoals een manvantara op een pralaya volgt. Deze wet wordt bijvoorbeeld gedemonstreerd gezien in de reïncarnerende mens.10 Maar hij demonstreert zich niet alleen in de nietige mens maar ook tot aan een grootse hemelse mens of solaire logos.11

Behalve aan de hand van de duale concepten van manvantara en pralaya kan de Wet van Cycli ook gecontempleerd worden aan de hand van de drievoudige concepten van involutie, evolutie en verduistering.12 Hierbij betreft involutie de manvantarische beweging van pralaya naar concrete manifestatie, evolutie de manvantarische beweging van concrete manifestatie naar pralaya,13 waarbij 'verduistering' als synoniem gebruikt wordt voor 'pralaya'.14 Om zulke cycli te symboliseren wordt vaak een (draaiend) wiel gebruikt.15

De solaire logos

De occulte methode en de Wet van Overeenkomsten volgend zullen we starten met de Wet van Cycli aan te duiden in de zich manifesterende solaire logos (een zelfs groter perspectief is niet exoterisch gemaakt in de tijdloze wijsheid). Een solaire logos volgt het ritme van manvantara en pralaya zoals al het andere in manifestatie. De manifesterende cyclus van de solaire logos wordt gethematiseerd in de tijdloze wijsheid onder verschillende termen, zoals 'mahakalpa',16 'groot tijdperk' (of 'grote eeuw'),17 Brahma's tijdperk' (of 'Brahma's eeuw'),18 'solaire cyclus', 'grotere mahamanvantara'19 maar ook 'mahamanvantara' zonder het toeschrijvende 'groter'20. Verwarrend worden veel van deze termen ook gebruikt om kleinere (hoewel nog steeds groot vanuit ons perspectief) cycli aan te duiden. Om onbegrip te voorkomen zullen we in deze contemplatie enkel de term 'solaire manvantara' gebruiken om te refereren aan de manifesterende cyclus van de solaire logos. In de tijdloze wijsheid zelf zal vaak contextuele lezing nodig zijn om de correcte referent te vinden. De tegenstelling van de boven genoemde solaire manvantara betreft dan het solaire pralaya.

Zoals al beweerd in de vorige paragraaf manifesteert een solaire logos zich door een zonnestelsel en onze solaire logos kent in zijn lijn van evolutie (als solaire logos) drie van zulke manifestaties.21 Op het moment is onze solaire logos in zijn tweede incarnatie, cyclus van manifestatie of zonnemanvantara.22 In deze incarnatie is hij ongeveer halverwege, op zijn punt van meest concrete manifestatie.23

De planetaire logos

We verlieten de vorige paragraaf met het melden dat het tweede zonnestelsel het huidige voertuig van manifestatie is van onze solaire logos. In dit zonnestelsel nu worden een bepaald aantal planetaire stelsels gevonden die functioneren als krachtcentra (of chakra's)24 in het lichaam van de solaire logos.25 Gedurende het geheel van een solaire manvantara kan het aantal van deze planeetstelsels verschillen. Op de involutionaire boog (van pralaya naar de meest concrete manifestatie) involueren de aantallen van drie naar zeven tot tien en op de evolutionaire boog (van de meest concrete manifestatie naar pralaya) evolueren de aantallen van tien naar zeven naar drie.26 Op het moment is de solaire logos op zijn diepste punt van involutie27 en een gemanifesteerd aantal van tien planeetstelsels zou verwacht moeten worden.28 Drie van deze tien echter zijn synthetiserende planeetstelsels29 wat waarschijnlijk de reden is waarom vaak gerefereerd wordt aan zeven planeetstelsels.30 Ons aardstelsel behoort tot deze zeven en niet tot de drie.31

Elk van zulke planeetstelsels nu is het lichaam van manifestatie van een planetaire logos (ook genoemd 'Hemelse Mens' zoals de solaire logos ook 'Grote Hemelse Mens' genoemd wordt.32, 33 En zoals de zeven plus drie planeetstelsels krachtcentra zijn in het lichaam van een solaire logos zo heeft ook een planetaire logos zeven plus drie krachtcentra in zijn lichaam, welke 'ketens' genoemd worden.34, 35 We zijn op de vierde keten waardoor onze planetaire logos zichzelf manifesteert.36

De zevenvoudige differentiatie gaat door daar iedere keten bestaat uit zeven bollen welke opnieuw krachtcentra geacht worden te zijn.37 Deze zeven bollen verschillen in dichtheid corresponderend met de zeven principes in de mens.38 Van deze bollen betreft de dichtste de fysieke bol39 en onze Aarde zoals we hem kennen is zulk een bol.40 Neem er hier notie van dat hoewel 'onze planeet' in de tijdloze wijsheid kan refereren aan de huidige fysieke Aardbol41 de term ook kan refereren aan onze keten of zelfs ons gehele planeetstelsel.42 Opnieuw is contextuele lezing van de tijdloze wijsheid nodig om de juiste referent van de term 'planeet' te vinden.

Nu worden de voorgenoemde bollen in de tijdloze wijsheid gerangschikt volgens de eerder genoemde drievoudige concepten van involutie, evolutie en verduistering. Figuur 1 toont dit. Van pralaya op de involutionaire boog is eerst bol 1 geplaatst, dan een minder subtiele bol 2 en een minder dichte bol 3. Dan volgt een dichte bol 4, zijnde de meest concrete manifestatie, en dan volgt op de evolutionaire boog opnieuw een minder dichte bol 5, opnieuw een minder subtiele bol 6 en tenslotte voor pralaya opnieuw een subtiele bol 7.43 (Deze bollen worden ook vaak opgesomd als bollen A, B, C, D, E, F and G or Z).44

De cyclus waarin de planetaire logos in- en evolueert door de zeven bollen van een keten wordt een 'planeetronde' of 'ketenronde' genoemd.45, 46 Omdat er zeven ketens van bollen zijn in een planeetstelsel47 zijn er ook zeven planeetronden in een planeetstelsel.48 Op het moment zijn we in de vierde ronde welke plaatsvindt in de vierde keten.49

De mensheid

De vorige paragraaf werd verlaten met het benoemen van een planeetronde. Dit is echter niet de enige ronde die gethematiseerd wordt in de tijdloze wijsheid. Want er zijn ook bolronden.50 Een bolronde is opnieuw een cyclus van in- en evolutie maar nu gerelateerd aan één bol.51 Elk zulk een bolronde, ook 'wereldperiode' genoemd, bestaat uit zeven menselijke wortelrassen.52 In de tijdloze wijsheid wordt het onderscheid tussen een planeet- en een bolronde niet altijd geëxpliceerd in terminologie. Gewoonlijk wordt enkel de term 'ronde' gebruikt en in deze gevallen is een lezing van de context nodig voor correcte referentie.

Dus elke bolronde bestaat uit zeven menselijke wortelrassen en dit geldt ook voor onze vierde bolronde. Op het moment zijn we in het vijfde wortelras en in de eerste helft van de stijgende lijn van spirituele ontwikkeling.53 Het diepste punt van involutie werd bereikt op de helft van het derde wortelras.54 Het doel voor de mensheid in die tijden was ontwikkeling van het fysieke lichaam, het vorige wortelras, het vierde, had als doel het ontwikkelen van het astrale lichaam (of de emotionele natuur) en het doel van ons vijfde wortelras is de concrete mentale vermogens te ontwikkelen.55 Figuur 2 toont een algemene sketch van de ontwikkeling van wortelrassen in onze vierde bolronde. In de tijdloze wijsheid wordt het derde wortelras 'Lemurisch' genoemd, het vierde 'Atlantisch' en het vijfde 'Arisch'.56 Voor de eerste twee en de laatste twee rassen worden geen echt terminologische namen gebruikt.

Neem er notie van dat elk wortelras onderverdeeld kan worden in zeven subrassen en elk subras heeft opnieuw zeven zijrassen, opnieuw bestaande uit vele spruiten.57 Op het moment zijn we in het vijfde subras,58 maar in deze contemplatie zullen we niet verder gaan in onze thematisering dan de wortelrassen.

Tijdseenheden

In de bovenstaande paragrafen werden de verschillende cycli van het zonnestelsel tot aan de wortelrassen geschetst. Wat begrijpbaar is maar nog niet genoemd is dat iedere cyclus een zekere tijdspanne omvat. En in deze paragraaf zullen de verschillende tijdspannen gethematiseerd worden. Deze tijdspannen zijn initieel gegeven in tijdseenheden van Brahma welke daarna gecalculeerd worden in de tijdseenheden die aan ons bekend zijn.59, 60 Notie nemend van deze getallen moet in ogenschouw genomen worden dat de geven getallen exoterisch zijn en niet esoterisch61 wat betekent dat ze zowel indiceren als versluieren.62

Laten we opnieuw de occulte methode toepassen en starten met de cyclus van een solaire manvantara. Deze wordt gemeld honderd jaar van Brahma te duren63 en wordt gecalculeerd 311,040,000,000,000 van onze jaren te duren.64 Deze zelfde tijdsperiode wordt toegekend aan een solair pralaya.65

Eén stap naar beneden nemend komen we aan bij een planeetstelselcyclus. Met een planeetstelsel nu bestaande uit zeven ketens en de duur van zeven ketens genoemd als één jaar van Brahma lijkt het redelijk om die laatste direct toe te passen op de duur van een planeetstelsel.66 Eén zulk een jaar duurt 3,110,400,000,000 van onze jaren.67 De berekening '100 jaar van Brahma / 1 jaar van Brahma = 311,040,000,000,000 / 3,110,400,000,000' is correct. Wanneer het aantal planeetstelsels in overweging wordt genomen houden berekeningen het niet natuurlijk. Want met tien planeetstelsels aanwezig zijnde in ons zonnestelsel zou één planeetstelselperiode berekend worden 10 jaar van Brahma te duren en 31,104,000,000,000 van onze jaren. Ondanks logische berekeningen moeten de beweringen van de Tijdloze wijsheid echter beschouwd worden meer waarheidsgetrouw te zijn aangezien we geen, of erg gelimiteerde, toegang hebben tot de bronnen van deze leringen. En uiteindelijk was onze berekening gebaseerd op data gegeven in de tijdloze wijsheid.

Opnieuw kan er wat verwarring onstaat wanneer gesteld wordt in de tijdloze wijsheid dan één week van Brahma referentie heeft aan zeven ketenronden.68 Nu met zeven ketenronden beschouwd als gelijk in tijdslengte als de duur van zeven ketens zou één week van Brahma gelijk zijn aan één jaar van Brahma. Het meest voor de hand liggend antwoord op de vraag van hoe beide beweringen met elkaar te rijmen wordt gevonden in de context waarin deze Brahmische tijden worden gegeven. De één jaar van Brahma voor de duur van zeven ketens wordt gegeven vanuit het hoger perspectief van een schema en de één week van Brahma voor de duur van zeven ketenronden wordt gegeven vanuit het lager perspectief van een keten.69

Het bovenstaande antwoord wordt duidelijker wanneer een dag van Brahma in beschouwing wordt genomen. Want één dag van Brahma, durend 4,320,000,000 van onze jaren,70 betreft de periode van één ketenronde.71 Aangezien er zeven ketenronden zijn en aangezien een week zeven dagen heeft bestaan één week van Brahma inderdaad uit zeven dagen van Brahma.

Vanuit een dag van Brahma kan echter ook gerekend worden naar een jaar van Brahma aangezien het aantal Brahmische dagen in een Brahmisch jaar gesteld wordt driehonderdzestig te betreffen.72 Eerst moet het getal van 4,320,000,000 verdubbeld worden aangezien nachten van Brahma (van gelijke lengte zijnde als een dag) ook in beschouwing moeten worden genomen. Dit brengt ons op 8,640,000,000 van onze jaren. Dit getal vermenigvuldigd met 360 dan brengt ons op de 3,110,400,000,000 van onze jaren, één jaar van Brahma uitmakend.

Kleinere tijdseenheden van Brahma worden ook genoemd. We vinden 'één uur van Brahma', 'één minuut van Brahma' en één moment van Brahma'.73 Deze echter worden niet concreet gerelateerd aan enige van de kleinere cycli gethematiseerd in deze contemplatie zoals een bolronde of een wortelrasperiode.

Er worden ook zekere gegeven tijdseenheden berekend in onze jaren. Deze kunnen gededuceerd worden van de één dag van Brahma of 4,320,000,000 jaren. Deze tijdsperiode wordt ook 'kalpa' genoemd en bestaat uit duizend mahayuga's (welk een tijdsindicatie is welke we ietwat later zullen thematiseren) en is de regeringsperiode plus tussenregering van veertien manu's.74 Een manu kan begrepen worden als de archetypische mens voor een zeker wortelras.75 Meer dan één manu kan regeren over één wortelras en de regering van verschillende manu's kunnen ook overlappen, dus een totaal van veertien manu's voor zeven wortelrassen is goed mogelijk.76, 77 Onze huidige manu wordt 'Vaivasvata' genoemd.78

Dus veertien manu's regeren over één dag van Brahma, één kalpa of duizen mahayuga's. Deze duizend mahayuga's bestaat uit negenhonderdvierennegentig mahayuga's (veertien manu regeringen) plus zes mahayuga's (tussenregeringen). Dit betekent dat er éénenzeventig mahayuga's zijn (994 / 14 = 71) in de regeringsperiode van één manu.79

Eén zulk een mahayuga nu, durende 4,320,000 jaren, bestaat uit vier yuga's, namelijk Krita yuga (durende 1,728,000 jaren en beter bekend als 'Satya yuga'80), Treta yuga (1,296,000 jaren), Dwapara yuga (864,000 jaren) en Kali yuga (432,000 jaren).81 Op het moment zijn we in Kali yuga.82

Samenvatting

Om als een ware occultist beschouwd te worden volgens de tijdloze wijsheid moeten we waardering hebben voor de cycli, herkenning van hun duur en hun antithese in overweging nemen. Daarom werden in deze contemplatie de cycli gethematiseerd. Een start werd gemaakt met een algemene uitleg van de Wet van Cycli en de concepten van manvantara en pralaya. In lijn met de occulte methode werd eerst de solaire logos in het licht van de cycli gesteld. Onze solaire logos is halverwege zijn tweede van drie incarnaties. In zijn lichaam vinden we zeven of tien krachtcentra, genaamd 'planeetstelsels', welke lichamen van manifestatie betreffen van planetaire logoi. Deze planeetstelsels bestaat uit zeven of tien ketens, opnieuw bestaande uit zeven bollen. Eén ronde door alle bollen werd genoemd een keten- of planeetronde te betreffen. Een bolronde dan werd genoemd een cyclus te zijn van zeven wortelrassen op één bol. Op het moment zijn we in de vierde planeetronde, de vierde bolronde en in de eerste helft van het vijfde wortelras. Daarna werden tijdseenheden van Brahma en van onszelf, waar mogelijk, verbonden aan de cycli. Een solaire manvantara betreft honderd jaar van Brahma. Een planeetstelsel manvantara betreft één jaar van Brahma vanuit planeetstelsel en hoger perspectief en één week van Brahma vanuit keten en lager perspectief. Eén planeetronde betreft één dag van Brahma. En ter afsluiting werden kleinere cycli en concepten zoals de yuga's en manu's gethematiseerd. De manu van ons huidige wortelras wordt 'Vaivasvata' genoemd en we zijn op het moment in Kali yuga.

Ter afsluiting van deze contemplatie zal het geheel van bovenstaande informatie over de cycli in de tijdloze wijsheid een overzichtelijk gemaakt worden in figuur 3. Moge de studie hiervan ons helpen ware occultisten te worden.

Noten
  1. Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 732. "One of the secrets of initiation is concerned with the apprehension of cycles, and with their duration, and the following terms have to be appreciated, their duration recognised, and their antithesis (an intervening pralaya) duly considered before a man is considered a true occultist."
  2. Helena P. Blavatsky, The Secret Doctrine, Volume I, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, p. 177. "Everything in the Universe follows analogy."
  3. Alice A. Bailey, Telepathy and the Etheric Vehicle, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 41. "The occultist ever approaches the subject connected with the evolutionary process from the angle of the whole and then the part, from the periphery to the centre, from the universal to the particular."
  4. Alice A. Bailey, The Light of the Soul, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 362. "It has been said that a complete understanding of the Law of Cycles would bring man to a high degree of initiation. This Law of Periodicity underlies all the processes of nature and its study would lead a man out of the world of objective effects into that of subjective causes."
  5. A Treatise on Cosmic Fire, p. 5-6. "II. There is a basic law called the Law of Periodicity.
    1. This law governs all manifestation, whether it is the manifestation of a solar Logos through the medium of a solar system, or the manifestation of a human being through the medium of a form. This law controls likewise in all the kingdoms of nature."
  6. Alice A. Bailey, The Externalisation of the Hierarchy, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 278. "I would remind you that the law of cycles is the law governing the appearing and the disappearing of great and active energies which pass in and out of manifestation, […]."
  7. Alice A. Bailey, Letters on Occult Meditation, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 356. "Manvantara. A period of activity as opposed to a period of rest, without reference to any specific length of cycle. Frequently used to express a period of planetary activity and its seven races."
  8. The Secret Doctrine, Volume I, p. 63. "For what is the real esoteric meaning of Manvantara, or rather a Manu-Antara? It means, esoterically, "between two Manus,""
  9. Ibidem, p. 38. "[…]; and during the long night of rest called Pralaya, when all the existences are dissolved, […]."
  10. Alice A. Bailey, A Treatise on White Magic, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 10. "IV. The fourth postulate consists of the statement that all lives manifest cyclically. This is the Theory of Rebirth or of re-incarnation, the demonstration of the law of periodicity."
  11. The Light of the Soul,p. 101. "[…], the Grand Man of the Heavens, the solar Logos, God in manifestation through the solar system."
  12. A Treatise on Cosmic Fire, p. 6-7. "6. Every manifested life has its three great cycles:
    Birth Life Death
    Appearance growth disappearance.
    Involution evolution obscuration.
    Inert motion activity rhythmic motion.
    Tamasic life rajasic life sattvic life."
  13. Alice A. Bailey, Esoteric Psychology, Volume II, A Treatise on the Seven Rays, Volume II, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 327. "1. The stage of involution, or of appropriation, and of construction of the vehicles of expression upon the downward arc, where the emphasis is upon the building, growth and appropriation of the bodies, and not so much upon the indwelling, conscious Entity.
    2. The stage of evolution, or of refinement and the development of quality, leading to liberation upon the upward arc."
  14. A Treatise on Cosmic Fire, p. 1132. "These subjects have been touched upon when we studied incarnation and, earlier still, when considering pralaya or obscuration, but we dealt then with them in general terms."
  15. Ibidem. p. 1027. "IV. The Turning of the Wheel.
    1. The solar wheel.
    2. The planetary wheel.
    3. The human wheel."
  16. Ibidem, p. 39. "[…], being the product of an earlier mahakalpa, or a previous solar system."
  17. The Secret Doctrine, Volume I, p. 36. "[…] a Maha-Kalpa or the "Great Age"—[…]."
  18. Rao Bahadur P. Sreenivas Row in: Helena P. Blavatsky, The Secret Doctrine, Volume II, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, p. 70. "[…] Brahma's age, i.e., Mahâ-Kalpa […]."
  19. A Treatise on Cosmic Fire, p. 334. "The cycle of objectivity of a solar Logos persists for the greater mahamanvantara or solar cycle […]."
  20. Letters on Occult Meditation, p. 355. "Mahamanvantara. The great period of time of an entire solar system. This term is applied to the greater solar cycles. It implies a period of universal activity."
  21. A Treatise on Cosmic Fire, p. 293.
    "TABULATION II
    EVOLUTION IN THE UNIVERSE
    Entity Vehicle Centre Space Time
    The Unknown 7 constellations Cosmic Logos. 5 cosmic planes
    A cosmic Logos 7 solar systems solar Logos 4 cosmic planes
    A solar Logos 7 planetary schemes Heavenly Man 3 cosmic planes Period of three solar systems
    A Heavenly Man 7 planetary chains Chohans and groups 2 cosmic planes Period of one solar system
    A Man 7 etheric centres A Principle 1 cosmic plane Period of one planetary scheme."
  22. Ibidem, p. 147. "Just as our Logos is seeking objectivity through His solar system in its threefold form of which the present is the second, […]."
  23. Ibidem, p. 282. "By a close scrutiny of chart V, it will be apparent wherein lies the problem of the Logos, and wherein lies the accuracy of the correspondence between Him and His reflection Man.
    […].
    Second. Both are at their point of deepest involution."
  24. Alice A. Bailey, The Soul and Its Mechanism, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 110. "The Indian name of a force centre is "chakra.""
  25. Nota 20.
  26. A Treatise on Cosmic Fire, p. 415. "During involution the sequence is seen as three, then seven and finally ten.
    During evolution the sequence is ten, then seven and finally three."
  27. Nota 23.
  28. Esoteric Psychology, Volume II, p. 99. "There are, as has been stated elsewhere, seven sacred planets but ten planetary schemes, […]."
  29. A Treatise on Cosmic Fire, p. 357. "The ten schemes are the seven, and the synthesising three—not the seven and a lower three."
  30. Nota 21.
  31. A Treatise on Cosmic Fire, p. 369. "The seven planets, centres, or schemes:
    1. Vulcan (the sun, exoterically considered).
    2. Venus.
    3. Mars.
    4. Earth.
    5. Mercury.
    6. Jupiter.
    7. Saturn.
    The three synthesising planets:
    1. Uranus.
    2. Neptune.
    3. Saturn.
    The One Resolver.
    The SUN."
  32. The Light of the Soul, p. 387. "[…], and what is true of him [the spiritual man] is true of his great prototype, the Heavenly Man, the planetary Logos, and true again of the prototype of his prototype, the Grand Man of the Heavens, the solar Logos, God in manifestation through the solar system.
  33. A Treatise on Cosmic Fire, p. 393. "The originating source of the manasic principle in a planetary scheme is that lesser cosmic Entity Whom we call a planetary Logos. He works through His seven chains as does the Logos through His seven planetary centres."
  34. Ibidem.
  35. Ibidem, p. 743-744. "The ten Prajapatis or Rishis, or the ten planetary Logoi, manifest through Their ten schemes in time and space, the hour of Their appearing differing. Each likewise manifests as does the Logos through a septenate and a triad, making again a ten of perfection."
  36. Ibidem, p. 459. "It is of peculiar interest at this time that we are in the fourth round in a chain as well as in the fourth round as regards the scheme of seven chains."
  37. Ibidem, p. 1165. "Within each planetary scheme, are found the seven chains which are the seven planetary centres, and again within the chain are the seven globes which are the chain centres, […]."
  38. The Secret Doctrine, Volume I, p. 153. "These invisible companions correspond curiously to that which we call "the principles in Man. The seven are on three material planes and one spiritual plane, answering to the three Upadhis (material bases) and one spiritual vehicle (Vahan) of our seven principles in the human division."
  39. Ibidem, p. 152. "Out of these seven only one, the lowest and the most material of those globes, is within our plane or means of perception, the six others lying outside of it and being therefore invisible to the terrestrial eye."
  40. A Treatise on Cosmic Fire, p. 441. "[…],and on our physical globe, the Earth."
  41. Ibidem, p. 498.
    "4. The fourth globe Our planet."
  42. Ibidem, p. 1191. "2. The quality of the Logos of the planet as it pours through the chains and globes and rounds in a sevenfold differentiation."
  43. The Secret Doctrine, Volume I, p. 153, Diagram I.
  44. Ibidem, p. 172, Diagram II.
  45. A Treatise on Cosmic Fire, p. 277. "b. In connection with a Heavenly Man it might be considered as the cycle which we call a round in which the life of the Heavenly Man cycles through all the seven globes."
  46. G. de Purucker, Bron van het Occultisme, Grace F. Knoche (redacteur), Theosophical University Press Agency, Den Haag, 2006, p. 178.
  47. A Treatise on Cosmic Fire, p. 223. "9. What is the relation between—
    a. The ten schemes,
    b. The seven sacred planets,
    c. The seven chains in a scheme,
    d. The seven globes in a chain,
    e. The seven rounds of a chain,
    f. The seven rootraces and subraces?"
  48. Ibidem, p. 792. "The period of seven rounds in one scheme."
  49. Nota 36.
  50. The Secret Doctrine, Volume I, p. 160. "(One is a "planetary round" from Globe A to Globe G, the seventh; the other, the "globe round," or the terrestrial)."
  51. A Treatise on Cosmic Fire, p. 288. "IX. WHAT IS THE RELATION BETWEEN:
    a. The ten planetary schemes?
    b. The seven sacred planets?  
    c. The seven chains in a scheme?          
    d. The seven globes in a chain?              
    e. The seven rounds on a globe?            
    f. The seven root-races and the seven subraces?"
  52. 'Letters on Occult Initiation', p. 359. "Root Race. One of the seven races of man which evolve upon a planet during the great cycle of planetary existence. This cycle is called a world period."
  53. The Secret Doctrine, Volume II, p. 300. ""We (the Fifth Root-Race) in our first half (of duration) onward (on the now ASCENDING arc of the cycle) […].""
  54. Ibidem, fig. EVOLUTION OF ROOT-RACES IN THE FOURTH ROUND.
  55. Alice A. Bailey, The Consciousness of the Atom, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 134-135. "In the third root race, the Lemurian, the physical aspect of man was carried to a high stage of perfection. Later in the great race which preceded ours, the Atlantean, and which perished in the flood, the emotional nature of man was developed. Then in the race to which we belong, the Aryan or fifth race, the development of the concrete or lower mind is the goal, and this we are developing each decade.
  56. Ibidem.
  57. The Secret Doctrine, Volume II, p. 434. "2. Each Root-Race has seven sub-races.
    3. Each sub-race has, in its turn, seven ramifications, which may be called Branch or "Family" races.
    4. The little tribes, shoots, and offshoots of the last-named are countless and depend on Karmic action."
  58. Alice A. Bailey, Initiation, Human and Solar, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 61. "This being the fifth sub-race of the fifth root-race, [...]."
  59. A Treatise on Cosmic Fire, p. 792. "[…].
    a. 100 years of Brahma An occult century. The period of a solar system.
    b. One year of Brahma The period of seven chains, where the seven planetary schemes are concerned.
    c. One week of Brahma The period of seven rounds in one scheme. It has a chain significance.
    d. One day of Brahma The occult period of a round.
    e. One hour of Brahma Concerns interchain affairs.
    f. One Brahmic minute Concerns the planetary centres, and therefore egoic groups.
    g. One Brahmic moment  Concerns an egoic group, and its relation to the whole."
  60. Rao Bahadur P. Sreenivas Row in: The Secret Doctrine, Volume II, p. 70.
    "Mortal years.
    360 days of mortals make a year 1
    Krita Yuga contains 1,728,000
    Treta Yuga contains 1,296,000
    Dwapara Yuga contains 864,000
    Kali Yuga contains 432,000
    The total of the said four Yugas constitute a Maha Yuga 4,320,000
    Seventy-one of such Maha-Yugas form the period of the reign of one Manu 306,720,000
    994 Maha- Yugas, which is equal to 4,294,080,000
    Add Sandhis, i.e. intervals between the reign of each Manu, which amount to six Maha-Yugas, equal to 25,920,000
    The total of these reigns and interregnums of 14 Manus is 1,000 Maha-Yugas, which constitute a Kalpa,i.e., one day of Brahmâ 4,320,000,000
    As Brahma's Night is of equal duration, one Day and Night of Brahmâ would contain 8,640,000,000
    360 of such days and nights make one year of Brahmâ make 3,110,400,000,000
    100 such years constitute the whole period of Brahma's age, i.e., Mahâ-Kalpa 311,040,000,000,000"
  61. Ibidem. "These are the exoteric figures accepted throughout India, and they dovetail pretty nearly with those of the Secret works. The latter, moreover, amplify them by a division into a number of esoteric cycles, never mentioned in Brahmanical popular writings—one of which, the division of the Yugas into racial cycles, is given elsewhere as an instance."
  62. A Treatise on Cosmic Fire, p. 793. "As yet, it is only to initiates that the true figures are given, the figures in the Secret Doctrine, such as the 100 years of Brahma, strike the general average but it must be ever remembered that in considering the figures where a scheme, for instance, is concerned, much latitude has to be allowed for individual planetary karma, and idiosyncrasy."
  63. Nota 59.
  64. Nota 60.
  65. The Secret Doctrine, Volume I, p. 134. "[…]—during the whole period of Mahapralaya, the "Great NIGHT," namely, 311,040,000,000,000 years of absorption in Brahm."
  66. Nota 59.
  67. Nota 60.
  68. Nota 59.
  69. Ibidem. "[…], where the seven planetary schemes are concerned. […]. It has a chain significance."
  70. Nota 60.
  71. The Secret Doctrine, Volume I, p. 232. "The latter would be called by the Brahmins "a Day of Brahmâ." It is, in short, one revolution of the "Wheel" (our planetary chain), which is composed of seven globes (or seven separate "Wheels," in another sense this time)."
  72. Nota 60.
  73. Nota 59.
  74. Nota 60.
  75. Initiation, Human and Solar, p. 41-42. "The Manu presides over group one. He is called Vaivasvata Manu, and is the Manu of the fifth root-race. He is the ideal man or thinker, and sets the type for our Aryan race, having presided over its destinies since its inception nearly one hundred thousand years ago."
  76. The Secret Doctrine, Volume II, p. 251. "Moreover, whereas the Hindu Purânas speak of one Vaivasvata Manu, we affirm that there were several, the name being a generic one."
  77. Initiation, Human and Solar, p. 42. "The periods of office of all the Manus overlap, […]."
  78. Nota 75.
  79. Nota 60.
  80. Helena P. Blavatsky, Theosophical Glossary, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002. "Krita-Yuga (Sk.). The first of the four Yugas or Ages of the Brahmans; also called Satya-Yuga, a period lasting 1,728,000 years."
  81. Nota 60.
  82. Letters on Occult Meditation, p. 353. "Kali yuga. "Yuga" is an age or cycle. According to the Indian philosophy our evolution is divided into four yugas or cycles. The Kali-yuga is the present age. It means the "Black Age", a period of 432,000 years."
Bibliografie
  • Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, A Treatise on White Magic, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Esoteric Psychology, Volume II, A Treatise on the Seven Rays, Volume II, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Letters on Occult Meditation, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Telepathy and the Etheric Vehicle, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, The Consciousness of the Atom, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, The Externalisation of the Hierarchy, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, The Light of the Soul, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, The Soul and Its Mechanism, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Helena P. Blavatsky, Theosophical Glossary, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002.
  • Helena P. Blavatsky, The Secret Doctrine, Volume I, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002.
  • Helena P. Blavatsky, The Secret Doctrine, Volume II, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002.
  • G. de Purucker, Bron van het Occultisme, Grace F. Knoche (redacteur), Theosophical University Press Agency, Den Haag, 2006.
Appendix
Figuur 1: De cyclus van de zeven bollen

Naar voorbeeld uit Helena P. Blavatsky, The Secret Doctrine, Volume I, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, p. 153.

De Cyclus van de Zeven Bollen

Figuur 1.

Figuur 2: De cyclus van de zeven wortelrassen

Naar voorbeeld uit Helena P. Blavatsky, The Secret Doctrine, Volume II, in: Theosophical Classics, (CD-ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, p. 300.

De Cyclus van de Zeven Wortelrassen

Figuur 2.

Figuur 3: Een tabulatie van de cycli
Cyclus Brahmische Tijd Onze Tijd Supradivisie Onze Positie Subdivisie
Solaire manvantara 100 jaar 311,040,000,000,000 jaar 3 zonnestelsels Halverwege het 2e zonnestelsel 7 (of 10) planeet-stelsel manvantara's
Planetaire of planeetstelsel manvantara 1 jaar 3,110,400,000,000 jaar 7 (of 10) planeetstelsels Aardstelsel 7 (of 10) ketenronden
1 week  
Ketenronde 1 dag 4,320,000,000 jaar 7 (of 10) ketenronden 4e ketenronde 7 bolronden of 14 manu regeringen plus tussen-regeringen
 
Bolronde     7 bolronden 4e bolronde 7 wortelrassen
Wortelras     7 wortelrassen 5e wortelras 7 subrassen
Subras     7 subrassen 5e subras 7 zijrassen
 
Manu regering   306,720,000 jaar 14 manu regeringen plus tussenregeringen Vaivasvata 71 mahayuga's
Manu tussenregering     6 mahayuga's
Mahayuga   4,320,000 jaar 71 mahayuga's en 6 mahayuga's   Krita, Treta, Dwapara en Kali yuga
Krita, Treta, Dwapara of Kali yuga   1,728,000, 1,296,000, 864,000 of 432,000 jaar Krita, Treta, Dwapara en Kali yuga Kali yuga  
 
  1 uur        
  1 minuut        
  1 moment        
 
    1 jaar     360 dagen
    1 dag 360 dagen    

Figuur 3.