Arvindus

Het gospel van Sri Ramakrishna

December 1882, II

  • Titel: Het gospel van Sri Ramakrishna, December 1882, II.
  • Auteur: Mahendranath Gupta.
  • Eerste vertaler: Swami Nikhilananda.
  • Tweede vertaler: Arvindus.
  • Uitgever: Arvindus.
  • Auteursrecht: 2023, Arvindus, alle rechten voorbehouden.
  • Index: 202303061.
  • Editie: html, eerste editie.
  • Hoofdbron: Mahendranath Gupta, The Gospel of Sri Ramakrishna, Swami Nikhilananda (translator), Sri Ramakrishna Math, Chennai.

Het was namiddag. De Meester zat in zijn kamer in Dakshineswar met M. en één of twee andere toegewijden. Enkele Mārwāri-toegewijden arriveerden en groetten de Meester. Ze vroegen Sri Ramakrishna om hen spirituele instructies te geven. Hij glimlachte.

Meester (tot de Mārwāri-toegewijden): "Kijk, het gevoel van 'ik' en 'mijn' is het resultaat van onwetendheid. Maar te zeggen 'O God, U bent de Doener; al dit behoort toe aan U' is het teken van Kennis. Hoe kun je zoiets zeggen als 'mijn'? De toezichthouder van de tempel zegt 'Dit is mijn tuin.' Maar als hij ontslagen wordt vanwege een of ander wangedrag dan heeft hij nog niet de moed om zelfs een waardeloos ding als zijn mangohouten doos weg te nemen. Boosheid en lust kunnen niet vernietigd worden. Keer ze naar God. Als je begeerte en verleiding moet voelen, begeer dan om God te realiseren, voel je dan verleid door Hem. Onderscheid en keer de passies weg van wereldlijke objecten. Wanneer de olifant op het punt staat om een bananenboom te verslinden in iemands tuin, slaat de māhut hem met zijn met ijzer gepunte prikstok.

"Jullie zijn handelaren. Jullie weten hoe je handel geleidelijk aan te verbeteren. Sommigen van jullie starten met een castoroliefabriek. Na wat geld daarmee verdiend te hebben openen jullie een kledingwinkel. Op dezelfde manier maak je vooruitgang naar God. Het kan zijn dat je nu en dan in eenzaamheid gaat en meer tijd aan gebed toewijdt.

"Maar je moet onthouden dat niets bereikt kan worden behalve op zijn juiste tijd. Sommige personen moeten door veel ervaringen gaan en veel wereldlijke plichten uitvoeren voordat ze hun aandacht naar God kunnen keren; dus ze moeten een lange tijd wachten. Wanneer een abces wordt doorgeprikt voordat deze zacht is, is het resultaat niet goed; de chirurg maakt de opening wanneer deze zacht is en een kop heeft ontwikkeld. Een kind zei eens tegen zijn moeder 'Moeder, ik ga nu slapen. Maak me alstublieft wakker wanneer ik de roep van de natuur voel.' 'Mijn kind', zei de moeder, 'wanneer het daarvoor tijd is zul je zelf wakker worden. Ik zal je niet wakker hoeven te maken.'"

De Mārwāri-toegewijden brachten over het algemeen offers van fruit, snoep en andere zoetigheden voor de Meester. Maar Sri Ramakrishna kon ze nauwelijks eten. Hij zei dan: "Ze verdienen hun geld met valsheid. Ik kan hun offers niet eten." Hij zei tegen de Mārwāri's: "Kijk, je kunt je niet strikt aan waarheid houden in handel. Er zijn hoogten en laagten in handel. Nānak zei eens 'Ik ging eens voedsel eten van onheilige mensen toen ik ontdekte dat het bevlekt was met bloed.' Een mens moet alleen zuivere dingen offeren aan heilige mensen. Hij moet ze geen voedsel geven dat is verdiend op oneerlijke manieren. God wordt gerealiseerd door het volgen van het pad van waarheid. Je moet altijd Zijn naam scanderen. Zelfs wanneer je je plichten uitvoert moet het denken bij God gelaten worden. Veronderstel dat ik een steenpuist op mijn rug heb. Ik voer mijn plichten uit, maar het denken wordt getrokken naar de steenpuist. Het is goed om de naam van Rāma te herhalen. Dezelfde Rāma die de zoon was van Koning Daśaratha heeft deze wereld geschapen. En als Geest doordringt Hij ook alle wezens. Hij is ons heel nabij; Hij is zowel binnen als buiten.'"