ARVINDUS

Contemplationam

Etymologie en Etymosofie

ETYMOLOGIE EN ETYMOSOFIE

In vele van de contemplaties worden de woorden ‘etymologie’ en ‘etymosofie’ gebruikt. In sommige wordt alleen het eerste gebruikt, in andere alleen het laatste, en soms komen beide woorden voor in dezelfde contemplatie. Dit gemengde gebruik kan wat verwarring doen oprijzen. Aldus zal in deze contemplatie het verschil tussen de twee concepten van etymologie en etymosofie geëxpliceerd worden.

Etymologie

In het Engelse woordenboek worden diverse betekenissen van ‘etymologie’ (in het Engels ‘etymology’) gegeven. Het wordt beschouwd als “het proces van naspeuren en beschrijven van de elementen van een woord met hun modificaties van vorm en betekenis”, “een voorbeeld van dit proces; een verslag van de formatie en radicale betekenis van een woord”, “de feiten gerelateerd aan de formatie of afleiding (van een woord)”, “die tak van linguïstische wetenschap die betrekking heeft op het bepalen van de oorsprong van woorden” en “dat deel van grammatica dat individuele woorden, delen van spraak afzonderlijk, hun formatie en vervoegingen behandelt”.1 In een synthese van deze betekenissen kan etymologie dan begrepen worden als de linguïstische en grammaticale wetenschap of het -proces van het bepalen, naspeuren en beschrijven van de oorsprong, modificaties van de vorm, afleidingen, radicale betekenis en vervoegingen van individuele woorden en hun elementen als delen van spraak. In principe kan het gezegd worden dat in een etymologie woorden middels overeenkomsten van fonetiek en semantiek herleid worden tot woorden waaraan ze ontsprongen.

Het woord ‘etymologie’ heeft op zichzelf een heel interessante etymologie. Via het Latijnse ‘etymologia’ kan het herleid worden tot het Griekse ‘ẻtumología’, waarbij beide woorden vergelijkbare betekenissen dragen.2, 3, 4 Dit laatste Griekse woord bestaat uit de woorden ‘ếtumon’ en ‘lógos’.5 ‘Ếtumon’ nu betreft aan de ene kant het ene bouwelement waarmee andere woorden worden opgebouwd (ook te begrijpen als een wortelwoord) maar aan de andere kant is ‘ếtumon’ ook het naamwoord dat is afgeleid van ‘ếtumos’, ‘waar’ betekenend.7 Het kan dus gezegd worden dat in het aloude Griekenland men dacht dat in de wortelelementen van woorden de waarheid over woorden gevonden kon worden.

Het andere woord nu waaruit ‘ẻtumología’ bestaat betreft ‘lógos’. Dit woord refereert in principe aan een expressie of explicatie zoals een woord.8 Aldus geven gevestigde etymologen ‘ẻtumología’ de betekenis van ‘de waarheid over woorden’ of ‘de ware betekenis van woorden’.9

Boven werd het Griekse ‘lógos’ geïndiceerd als de wortel van het Nederlandse wortelwoord (of etymon) ‘logie’ in ‘etymologie’. ‘Lógos’ is echter niet alleen de etymologische wortel van ‘logie’ als een etymon maar ook van ‘logie’ als een achtervoegsel. Want dit achtervoegsel wordt gebruikt in veel woorden die refereren aan een specifiek veld van de wetenschap.10 ‘Antropologie’ en ‘theologie’ zijn twee van zulke woorden. Een woord zoals ‘theologie’ echter moet dan niet begrepen worden in lijn met de gevestigde conceptie van ‘etymologie’ als ‘de goddelijkheid van woorden’ maar veeleer als ‘de explicatie over God’. In feite heeft dit Nederlandse gebruik van ‘logie’ de originele Griekse betekenis van ‘de waarheid over woorden’ (waarbij waarheid de referent is van ‘etymo’ en woorden de referenten zijn van ‘logie’) verdreven om plaats te maken voor de betekenis van ‘de explicatie van woorden’ (waarbij woorden de referenten zijn van ‘etymo’ en de explicaties de referenten van ‘logie’).

Laten we bovenstaande voor de helderheid tabuleren in figuur 1.

Gevestigde Etymologie
Grieks Fonetiek Ếtumon Lógos Ẻtumología
Semantiek Waarheid / Wortelwoord Explicatie / Woord De waarheid over woorden
Nederlands Fonetiek Etymo(n) Logie (als achtervoegsel) Etymologie
Semantiek Wortelwoord Explicatie De explicatie van (wortel)woorden

Figuur 1.

Bovenstaande figuur maakt duidelijk hoe in Grieks ‘ếtumon’ met zijn semantiek van ‘waarheid’ en ‘lógos’ met zijn semantiek van ‘woord’ ‘ẻtumología’ constitueren met zijn semantiek van ‘de waarheid over woorden’. En we zien ook hoe in het Nederlands ‘etymo(n)’ met zijn semantiek van ‘wortelwoorden’ en ‘logie’ met zijn semantiek van ‘explicatie' ‘etymologie’ constitueren met zijn semantiek van ‘de explicatie van woorden’. Dit is in lijn met andere wetenschappen zoals theologie. Deze laatste wetenschap echter werd alreeds genoemd in aloud Grieks als ‘theología’.11 En ook kenden de aloude Grieken andere wetenschappen die genaamd worden met het achtervoegsel ‘logía’. Dus hoewel de semantiek van ‘ẻtumología’ is gevestigd als ‘de waarheid over woorden’ is het zeer te overwegen dat in plaats daarvan de betekenis van ‘de explicatie van woorden’ gehecht moet worden aan dit woord. Of misschien kan het woord begrepen worden in een ambigue manier. In dat geval moet de bovenstaande tabel gecompleteerd worden zoals hieronder (op de Griekse semantiek van ‘ẻtumología’).

Voorgestelde Etymologie
Grieks Fonetiek Ếtumon Lógos Ẻtumología
Semantiek Waarheid / Wortelwoord Explicatie / Woord De waarheid over woorden / De explicatie van (wortel)woorden
Nederlands Fonetiek Etymo(n) Logie (als achtervoegsel) Etymologie
Semantiek Wortelwoord Explicatie De explicatie van (wortel)woorden

Figuur 2.

Lógos

Boven werd het Griekse woord ‘logos’ genoemd de betekenissen van ‘explicatie’ en ‘woord’ te dragen. Dit is correct maar de betekenissen van ‘lógos’ gaan veel verder en dieper. Het kan gezegd worden dat ‘lógos’ er toe kwam ‘woord’ genoemd te worden omdat het meer primair beschouwd werd als de structuur onderliggend aan woorden, zinnen en spraak. Veel meer dan woorden is lógos de logische structuur waarlangs expressies worden gebouwd. Lógos als zodanig is logica. Het is daarom dat ‘lógos’ ook de wortel is van het Nederlandse woord ‘logica’ (in lijn met het Engelse ‘logic’).12 In het Latijn werd ‘logos’ ook vertaald met ‘ratiō’,13 (zijnde de wortel van het Nederlandse ‘rationaliteit’ (in lijn met het Engelse ‘rationality’)).14 Dus de relatie tussen ratio en logica is gegrond in het Griekse woord ‘lógos’ als liggend aan de basis van zowel ‘ratio’ als ‘logica’.

Nu was het een aloude Griekse gedachte dat deze lógos niet alleen de onderliggende structuur van menselijke expressies was maar ook van de zichtbare wereld. De essentie van dingen werd door lógos in manifestatie gebracht.15 Aan essentie wordt in het aloude Griekenland gerefereerd met termen zoals ‘eĩdos,16 ‘idéas’17 en ‘noús’,18 waarbij de laatste ook gebruikt wordt om te refereren aan het universele en menselijke intellect.19, 20 Voor manifestatie werd het woord ‘phúsis’ vaak gebruikt.21 Dus volgens de aloude Griekse gedachte brengt logica als lógos het intellect of de essentie als noús of idéa in manifestatie als phúsis. In de microkosmos nu van de Geheime Wijsheid-Leer correspondeert de noús met het zielenprincipe.22 Om meer precies te zijn; de ziel bestaat uit drie principes (spirituele wil, intuïtie en hoger of abstract denken)23 en van deze correspondeert noús met de laagste, zijnde het hogere denken.24 Lógos is in de geheime wijsheid-leer dan een aspect van de drievoudige persoonlijkheid25 die de ziel in fysieke manifestatie brengt. En dit is in principe wat het lagere of concrete denken doet (of dient te doen). De correspondentie past goed. Het abstracte denken van noús wordt door het concrete denken of de ratio of lógos in de fysieke manifestatie van phúsis gebracht. Het is deze beweging naar expressie die lógos ook de betekenis van ‘woord’ heeft gegeven, hoewel deze meer primair begrepen moet worden als de beweging naar expressie en niet expressie zelf.26 Lógos, zo zullen we hier benadrukken, is de ratio en de logica die expressies van een verborgen idee onderligt en structureert. En in deze lijn kan etymologie ook begrepen worden als ‘de rationaliteit van (wortel)woorden’.

Etymosofie

Tot nu toe hebben we etymologie gecontempleerd. En dit langs etymologische lijnen die uitdijde in enkele metafysische overwegingen. In eerdere contemplaties echter werd niet alleen het woord ‘etymologie’ gebruikt maar ook ‘etymosofie’. Waar dan verschilt etymosofie van etymologie? Eerst moet vermeld worden dat ‘etymosofie’ een neologisme is. Het is een nieuw woord en als zodanig komt het nog niet voor in het Nederlandse woordenboek (zoals ‘etymosophy’ niet in het Engelse). Het is dus niet mogelijk om te vertrouwen op bestaande definities waar het het woord ‘etymosofie’ betreft. Het is mogelijk echter om het woord in zijn delen te analyseren.

Nu is het evident dat ‘etymosofie’ bestaat uit ‘etymo’ en ‘sofie’, zoals ‘etymologie’ bevonden werd te bestaat uit ‘etymo’ en ‘logie’. Dit woord ‘etymologie’ werd herleid tot zijn Griekse wortel ‘ẻtumología’, bestaande uit de twee woorden ‘ếtumon’ en ‘lógos’. Dit woord ‘ếtumon’ nu, waarvan ‘etymo(n)’ in ‘etymologie’ en ‘etymosofie’ zijn Nederlandse spruit is, werd bevonden ‘waar’ of ‘wortelwoord’ te betekenen. Wanneer etymologie beschouwd wordt als de waarheid over woorden staat het voor ‘waar’ en wanneer beschouwd als de explicatie van (wortel)woorden staat het voor ‘wortelwoord’. ‘Etymosofie’ moet dan beschouwd worden als ofwel (of zowel) de waarheid van sofie (of sofieën) of de sofie van (wortel)woorden.

Wat dan betekent het Nederlandse word ‘sofie’? Het woord is (of was) in de Engelse taal (als ‘sophy’) in gebruik in twee betekenissen. Wanneer geschreven met een hoofdletter verwijst ‘Sophie’ (in het Engels ‘Sophy’) naar een Perzische heerser of Shah.27 In dit geval is het woord etymologisch geworteld in het Perzische woord ‘çafī’. Wanneer geschreven zonder een hoofdletter kan ‘sofie’ (in het Engels ‘sophy’) verwijzen naar een geleerde wijze.28 In dit geval is het woord gerelateerd aan de betekenis van ‘wijsheid’ en ‘kennis’, en meer hedendaags kan het ook refereren aan een wetenschap of departement van onderzoek.29 In de laatste gevallen worden de etymologische wortels via het Latijnse ‘sophia’, betekenend ‘wijsheid’,30 gevonden in het Griekse woord ‘sophía’. Dit Griekse woord heeft opnieuw betekenissen betrekking hebbend op wijsheid.31 Het woord ‘etymosofie’ kan dan in principe begrepen worden als ‘de waarheid over wijsheid’ of, zoals we in lijn met de eerdere voorgestelde betekenis van ‘etymologie’ zullen voorstellen, ‘de wijsheid van (wortel)woorden’.

Sophia

In een eerdere paragraaf werd lógos beschouwd in zijn plaats tussen noús en phúsis waarbij noús correspondeert met het hogere of abstracte denken van de Geheime Wijsheid-Leer en lógos met het lagere of concrete denken. Waar dan past in dit beeld sophía? Sophía nu betreft wijsheid, zoals we hebben gezien. En wijsheid wordt in de geheime wijsheid-leer als deel van het liefde-wijsheid aspect een plaats gegeven op het niveau van de ziel, juist boven het hogere denken. Liefde-wijsheid betreft buddhi of intuïtie.32 Sophía als intuïtie moet dan geplaatst worden juist boven noús als het hogere denken, welk opnieuw geplaatst is juist boven lógos als het lagere denken. Intuïtie wordt overgebracht (of behoort overgebracht te worden) door het abstracte denken aan het concrete denken welk deze in expressie brengt via het fysieke lichaam (als spraak of daden). Etymosofie kan in deze lijn dan ook begrepen worden als ‘de intuïtie van (wortel)woorden’.

Platonisme and Aristotelianisme

In de vorige paragrafen werden lógos en sophía beschouwd. Over lógos werd gemeld dat hoewel deze primair beschouwd moet worden als de (lagere mentale) beweging naar expressie er ook vaak over gedacht wordt als een woord of een verbale expressie. Dit is waarschijnlijk zo door de beweging van Platonistisch denken naar Aristotelisch denken. In Plato’s filosofie van karakteristieken werd het gedacht dat de karakteristieken van dingen onafhankelijk van die dingen bestaan.33 Een concreet mooi ding bijvoorbeeld is mooi omdat het participeert in het abstracte denken van mooiheid.34 Plato’s opvolger Aristoteles echter ontdeed zichzelf en vele anderen van Plato’s idee van de onafhankelijke abstracte karakteristieken en beweerde dat deze alleen bestaan bij de gratie van meerdere concrete dingen, hebbend vergelijkbare karakteristieken.35, 36 Zulk een beweging betekent voor het woord ‘lógos’ dat zijn betekenis van expliceerder van noús beëindigd wordt en zijn betekenis van concreet woord gevestigd wordt.37 Hier beweren we niet dat Plato zelf ‘lógos’ vestigde in zijn betekenis van ‘expliceerder van noús’ en Aristoteles deze vestigde in zijn betekenis van ‘concreet woord’, echter we beschouwen dat Platonistisch en Aristotelisch denken in zijn algemeenheid dit deden.

Gnosticisme

In de vorige paragraaf werd het naar voren gebracht hoe de betekenis van ‘lógos’ zich verplaatste van zijn primaire Platonistische betekenis van ‘explicatie van noús’ naar zijn secundaire Aristotelische betekenis van ‘conreet woord’. Christelijk Platonistische Gnostici echter zouden opnieuw zijn betekenis verheffen, zelfs naar een hoger niveau dan deze ooit werd toegeschreven onder Grieks Platonisme. Want in Het Nieuwe Testament, welk origineel geschreven werd in het Grieks,38 wordt het woord ‘lógos’ (in het Nederlands vertaald met ‘woord’ (en in het Engels met ‘word’)) gebruikt om te refereren aan Jezus Christus.39 Het is Sint Johannes die bijvoorbeeld leert dat lógos in het begin was, dat het met God was en dat het God was,40 en ook dat de lógos vlees werd gemaakt en onder ons leefde.41

Interessant nu speelt in Gnosticisme Sophía (vaak gepersonifieerd en aldus geschreven met een hoofdletter) ook een belangrijke rol. Want in één betekenis wordt ze beschouwd als de bruid van Christus.42 Als zodanig correspondeert sophía als Sophía met de Heilige Geest van de Triniteit, precies zoals lógos als de Christus correspondeert met de Zoon van de Triniteit.43 Nu wordt in de geheime wijsheid-leer de mannelijke en vrouwelijke dualiteit beschouwd als een reflectie van de grote dualiteit van geest en materie.44 Om meer precies te zijn kan het gezegd worden dat de mannelijke pool tot de vrouwelijke pool staat zoals ieder hoger principe staat tot ieder lager principe. Dus in Gnostisch Christelijk denken staat lógos hoger dan sophía. En met lógos geïdentificeerd met Christus, welk de intuïtie betreft,45 moet Sophía in Gnosticisme geïdentificeerd worden met het onderliggende principe van abstract denken.

Geheime Wijsheid-Leer

Boven werden de concepties van Platonisme, Aristotelianisme en Gnosticisme geplaatst binnen de divisies van de Geheime Wijsheid-Leer. De laatste echter heeft zijn eigen gebruik van de voorgenoemde termen. Laten we het gebruik van de term ‘Christus’ eerst beschouwen. Deze term kan refereren aan zowel een principe als aan een functie binnen de spirituele Hiërarchie.46 Christus als een principe nu refereert aan het drievoudige zielenprincipe in zijn algemeenheid47 en in het bijzonder aan het zielenprincipe van de intuïtie of buddhi.48 Deze intuïtie wordt beschouwd als een tweevoud, namelijk dat van liefde en van wijsheid, samengenomen als liefde-wijsheid.49 En in de spirituele Hiërarchie is het de Boeddha die in Zijn functie de energie van wijsheid belichaamt en de Christus die in Zijn functie de energie van liefde belichaamt.50 Van bovenstaande kan gededuceerd worden dat in de geheime wijsheid-leer de Christus in zijn functie de energie van lógos belichaamt en de Boeddha die van sophía. Het wordt niet geheel duidelijk welk van de twee hoger geplaatst moet worden. Het tijdperk van wijsheid van de Boeddha bereidde de komst van het tijdperk van liefde van de Christus voor,51 wat op de boog van evolutie52 betekent dat de Christus hoger geplaatst wordt dan de Boeddha. Tegelijkertijd echter wordt de Boeddha gezegd te functioneren als een bemiddelaar tussen Shamballa (corresponderend met de boven de intuïtie geplaatste spirituele wil)53, 54 en de Hiërarchie,55 waarvan Christus het hoofd is.56 Maar dan worden elders beiden opnieuw geplaatst op hetzelfde niveau als bemiddelend tussen Shamballa en de Hiërarchie.57 En waar op de ene plaats wijsheid genoemd wordt zichzelf uit te drukken door liefde58 daar wordt op een andere plaats liefde genoemd zichzelf uit te drukken door wijsheid.59 Aldus blijft het onduidelijk of in de geheime wijsheid-leer wijsheid geplaatst moet worden boven liefde, liefde boven wijsheid, of beide op hetzelfde niveau. We zullen hier de laatste optie verkiezen.

Hier moet het gemeld worden dat lógos als liefde en sophía als wijsheid in de geheime wijsheid-leer geïnduceerd worden en niet als zodanig geëxpliceerd in de geheime wijsheid-leer zelf. Het woord ‘Logos’ (met een hoofdletter) wordt daar echter gebruikt om de entiteit die een zonnestelsel (solaire Logos) of planeetselsel (planetaire Logos) inwoont te indiceren, vergelijkbaar met een menselijke entiteit die een menselijk lichaam inwoont.60 Planetaire Logoi nu worden gevonden op het monadisch gebied (zijnde het tweede kosmisch fysieke gebied) en solaire Logoi op het logoïsche gebied (zijnde het eerste kosmisch fysieke gebied).61 En aangezien een solair oorzakelijk lichaam gevonden wordt op het kosmisch mentale gebied en een menselijk oorzakelijk lichaam op het mentale gebied62 kan het geïnduceerd worden volgens de Wet van Analogie63 dat volgens de Geheime Wijsheid-Leer een menselijke logos gezocht moet worden op het eerste (of misschien tweede) fysieke gebied64 (zijnde dat van de eerste of tweede ether).65 Omdat deze laatste beschouwing op lógos nu meer expliciet is in de geheime wijsheid-leer dan de eerdere beschouwing (waar lógos geïnduceerd werd liefde te betreffen) zullen we lógos nemen als te plaatsen op het gebied van de eerste of tweede ether van het fysieke gebied.

De term ‘sophía’ (of misschien ‘Sophia’) wordt niet gevonden in de speciale terminologie van de Geheime Wijsheid-Leer. Er worden alleen indicaties gegeven over hoe zijn gebruik bij Gnostici en Grieken begrepen moet worden. Maar bovenop onze eigen uitleg over hoe de termen ‘lógos’ en ‘sophía’ gebruikt worden bij de Gnostici en Grieken en bovenop onze induceringen van hoe ze worden gebruikt in de geheime wijsheid-leer zullen we niet thematiseren hoe de Geheime Wijsheid-Leer het gebruik van deze termen bij de Gnostici en Grieken indiceert. Dat is hier niet nodig.

Laten we onze bevindingen tabuleren in een kort overzicht in figuur 3.

  Platonisme Aristotelianisme Gnosticisme Geheime Wijsheid-Leer
Lógos Concreet Denken Fysiek Lichaam Intuïtie 1e of 2e Ether van het Fysiek Lichaam
Sophía Intuïtie   Abstract Denken Intuïtie

Figuur 3.

In figuur 3 zien we dat lógos geplaatst is op het gebied van het concreet denken door Platonisme, op het gebied van het fysiek lichaam bij Aristotelianisme en de Geheime Wijsheid-Leer en op het gebied van de intuïtie door Gnosticisme. Sophía is geplaatst op het gebied van de intuïtie bij Platonisme en de Geheime Wijsheid-Leer en op het niveau van het abstract denken bij Gnosticisme. Met de persoonlijkheid nu bestaande uit concreet denken, emotie en fysicaliteit en de ziel bestaande uit spirituele wil, intuïtie en abstract denken66 kan het gezegd worden dat in de voorgenoemde concepties lógos drie keer voorkomt op het persoonlijkheidsgebied en één keer op het zielengebied, en ook dat sophía drie keer voorkomt op het zielengebied.

Verdere Definities

Boven werden ‘lógos’ en ‘sophía’ gethematiseerd zoals ze gebruikt worden in Platonisme, Aristotelianisme, Gnosticisme en de Geheime Wijsheid-Leer. En de vraag kan rijzen wat onze bevindingen daar ons kunnen vertellen over etymologie en etymosofie. Laten we om deze vraag te beantwoorden eerst lógos beschouwen. Het werd bevonden dat in de voorgenoemde concepten lógos één keer geplaatst is op het zielengebied van de intuïtie, één keer op het persoonlijkheidsgebied van het concreet denken, en twee keer op het persoonlijkheidsgebied van één van de fysieke subgebieden. Dit beschouwd is het interessant om te zien dat lógos zichzelf uitstrekt over het domein van taal en dat het correspondeert met drie van de hoofdelementen van taal. Op het zielengebied  wordt de wereld van betekenis gevonden67 dus daar zien we lógos corresponderen met de semantiek van taal. Op het gebied van het concreet denken wordt logica gevonden, dus daar correspondeert lógos met de syntaxis van taal. En op het fysieke gebied correspondeert lógos dan met de fonetiek van taal. Lógos aldus begrepen betreft het geheel van talige expressies.

Dit is anders bij sophía. Sophía wordt door voorgenoemde concepten alleen geplaatst op het zielengebied van het abstract denken en het zielengebied van de intuïtie. Deze plaatsingen zijn van belang wanneer we hun relatie beschouwen tot de wereld van symbool, die van betekenis en die van significantie. Uit beweringen gemaakt in de geheime wijsheid-leer kan het gededuceerd worden dat de wereld van symbool correspondeert met de wereld van de drievoudige persoonlijkheid, dat de wereld van betekenis correspondeert met het begrijpen van het abstract denken plus de intentie van de intuïtie en dat aldus de wereld van significantie, behorend tot de spirituele triade of ziel,68 correspondeert met de spirituele wil.69 Dus krijgen we een overzicht als in figuur 4.

Principe Lógos / Sophía Wereld
Ziel Spirituele Wil   Wereld van Significantie
Intuïtie Sophía Wereld van Betekenis
Abstract Denken Lógos Sophía
Persoonlijkheid Concreet Denken Lógos Wereld van Symbool
Emotie  
Fysiek Lichaam Lógos

Figuur 4.

Wat kan dan afgelezen worden uit dit figuur 4 betreffende sophía en lógos? We zien dat sophía de hele wereld van betekenis beslaat. De wereld van significantie rakend kan het gededuceerd worden dat sophía significantie tot betekenis brengt. Lógos zien we het laagste en het hoogste gebied van de wereld van symbool beslaan en ook het laagste gebied van de wereld van betekenis, en hieruit kan gededuceerd worden dat lógos betekenis in concrete manifestatie brengt. Dus om kort te herhalen; sophía brengt significantie tot betekenis en lógos brengt betekenis in manifestatie.

Wat betekent bovenstaande dan voor etymologie en etymosofie? Etymologie als een veld van onderzoek, in zijn naam etymologisch het woord ‘lógos’ bevattend, kan volgens al het bovenstaande begrepen en gedefinieerd worden als ‘het onderzoek van de betekenis (semantiek), logica (syntaxis) en expressie (fonetiek) van woorden (etymons)’. En etymosofie kan dan begrepen en gedefinieerd worden als ‘het onderzoek van de significantie en betekenis van woorden’.

Hier kan het opgemerkt worden dat etymologie en etymosofie dezelfde en verschillende velden van onderzoek hebben. Beide onderzoeken de betekenis of semantiek van woorden, maar waar etymologie de onderliggende syntaxis en fonetiek onderzoekt daar onderzoekt of contempleert etymosofie de bovenliggende significantie. In de huidige wetenschappelijke tijdsperiode70 nu erkennen de empirisch georiënteerde wetenschappen etymologie met zijn fysisch en logisch gebaseerd onderzoek maar niet etymosofie met zijn metafysisch en wijs gebaseerde contemplatie. In andere woorden erkent of accepteert etymologie (als een lid van de gevestigde empirische wetenschappen) etymosofie niet. De laatste echter accepteert de eerste wel. De fysisch gebaseerde wetenschappen van hedendaagse dagen ontkennen metafysisch gebaseerde wetenschappen, maar de metafysisch gebaseerde wetenschappen van de komende nieuwe tijd sluiten de fysisch gebaseerde wetenschappen in.71 Dit betekent dat etymologie etymosofische conclusies over de betekenis van woorden die gebaseerd zijn op hun significantie niet zal accepteren maar dat etymosofie etymologische conclusies over de betekenis van woorden die gebaseerd zijn op hun logica en expressie wel kan accepteren. En dit is waarom in de contemplaties van de auteur beide woorden ‘etymologie’ en ‘etymosofie’ gebruikt worden. Meestal worden de significanties van woorden uitgezocht, echter hierbij wordt vaak etymologie toegepast. Contemplaties (in het Engels) zoals bijvoorbeeld ‘An Elucidated Etymology of ‘Contemplation’’72 en ‘An Etymological Anthropology’73 kunnen een (Engelse) vorm van het word ‘etymologie’ in hun titel dragen maar ze zijn eigenlijk etymosofieën die gebruik maken van etymologie om te komen tot de significanties van het desbetreffende woord of concept onder contemplatie.

Significantie

In etymosofie wordt de significantie van een woord gecontempleerd. In wetenschappen van taal nu zijn alle onderzoekers bekend met termen zoals ‘fonetiek’, ‘syntaxis’ en ‘semantiek’. Maar wat betekent de term ‘significantie’ in relatie tot woorden? In zijn algemeenheid kan het gezegd worden dat iets wat significant is een doel dient. Dit lijkt bevestigd te worden in de geheime wijsheid-leer. Daar wordt niet alleen de wereld van significantie gerelateerd aan atma of de spirituele wil (zoals eerder genoemd), maar ook aan dienst (met zijn tegendeel van opoffering) en doel.74, 75 Dus wat significantie heeft dient een doel. Wat nu significantie heeft significeert. En het kan gezegd worden dat wat het significeert het doel dat het dient betreft. Woorden hebben niet alleen fonetiek, syntaxis, semantiek en significantie maar ook bedoeling. Ze rijzen op vanuit de wereld van symbool doorheen de wereld van betekenis en de wereld van significantie in een wereld van bedoeling.76 Nu kan het gezegd worden dat het het doel van alle woorden is om uitgedrukt te worden op de juiste tijd en plaats.77 Als zodanig heeft ieder woord dezelfde bedoeling dat in zijn uitwerking echter iedere keer verschillend is. Wanneer nu een woord juist uitgedrukt wordt draagt het een significantie. Het is belangrijk hier om te zien dat de bedoeling en de significantie van een woord niet geïnduceerd worden van beneden door kunstmatig opgeblazen semantiek, geslepen toegepaste syntaxis of overdreven uitgedrukte fonetiek. Maar in tegendeel wordt de semantiek van een woord verhoogd, zijn syntaxis harmonieus geconstrueerd en zijn fonetiek krachtig uitgedrukt door de significantie die een woord verkreeg door voorgebracht te worden op de juiste tijd en plaats. Wat etymosofie nu vooral doet is contempleren vanaf de significantie van woorden waardoor ze meer doelmatig uitgedrukt kunnen worden.

Twee Concepties van Etymosofie

Laten we een voorbeeld geven van wat in de vorige paragraaf geëxpliceerd werd. De contemplatie ‘Een Toegelichte Etymologie van ‘Contemplatie’’ (origineel: ‘An Elucidated Etymology of ‘Contemplation’’) is bedoeld om behalve een etymologie ook een etymosofie te zijn. Eerst wordt de impliciete significantie van het woord ‘contemplatie’ voorontvangen. Deze conceptie wordt omlaag gebracht naar een impliciete betekenis. Die betekenis op de achtergrond houdend wordt dan etymologie gebruikt om van de fonetiek van ‘contemplatie’ naar een explicatie van de tot dan impliciete voorontvangen betekenis te werken. Dit wordt eerst gedaan door de fonetiek van ‘contemplatie terug naar de Latijnse wortelwoorden ‘con’ en ‘templum’ te traceren. Dan worden de betekenissen van deze originelen uitgelegd en teruggebracht naar het woord van vertrek, zijnde ‘contemplatie’ in dit geval. Aldus komen we van de gevestigde betekenis van “de actie van aanschouwen”79 tot de verrijkte en meer significante betekenis van ‘de gezamenlijke actie van de mens en zijn innerlijke goden waarbij de eerste aanschouwt hoe de laatste de elementen beweegt die in de tempel van zijn hart zijn gebracht’.80 Etymologie zou alleen de fonetiek van ‘contemplatie’ volgen naar ‘con’ en ‘templum’ en de gevestigde en expliciete betekenis van ‘contemplatie’ aanduiden in de betekenis van de voorgaanden. Dit is evident verschillend van etymosofie die start vanuit een voorontvangen impliciete betekenis waardoor etymologie gebruikt en gericht kan worden voor zijn explicatie.

Al het bovenstaande kan een overzicht gegeven worden zoals in figuur 5.

  Significantie  
Etymosofie ˅
Implicatie
˅
˄
 
˄
Semantiek Etymologie
  ˅
 
˅
˄
Explicatie
˄
Syntaxis
˅
 
˅
˄
Explicatie
˄
Fonetiek

Figuur 5.

Boven zien we het verschil tussen etymosofie en etymologie afgebeeld in een strikte betekenis. Etymosofie doet niets meer dan semantiek van woorden impliceren vanuit hun significantie. En etymologie expliceert fonetiek van woorden naar hun syntaxis en deze naar hun semantiek. In een minder strikte betekenis zien we echter hoe de geïmpliceerde semantiek doorwerkt naar beneden tot geïmpliceerde syntaxis en fonetiek waardoor het hele proces van etymologie geleid wordt door etymosofie. En in deze minder strikte betekenis kan het geheel van dit proces beschouwd worden als etymosofie. We zien dit gesymboliseerd in figuur 6 waar etymologie vervat is in etymosofoie.

     
Etymosofie
˅
˄
Etymologie
 
     

Figuur 6.

Omwille van duidelijkheid zullen we in deze contemplatie vasthouden aan de strikte betekenis van etymosofie.

Betreffende de implicatie van etymosofie en de explicatie van etymologie moet het duidelijk gesteld worden dat deze implicatie en explicatie referentie hebben aan de vorm en niet de inhoud. In inhoud expliceert etymosofie omdat het werkt van boven naar beneden en impliceert etymologie omdat het werkt van beneden naar boven. Echter in vorm kan het gezegd worden dat etymosofie impliceert omdat het wijsheid gebaseerd is en dat etymologie expliceert omdat het logica gebaseerd is. Aan deze vormen en niet inhouden hebben de woorden ‘implicatie’ en ‘explicatie’ referentie in deze paragraaf.

Andere Logieën en Sofieën

Boven hebben we etymologie en etymosofie beschouwd. Dit hebben we gedeeltelijk gedaan door de achtervoegsels ‘logie’ en ‘sofie’ los te koppelen en hun oorsprongen, gebruiken en betekenissen te contempleren. Deze achtervoegsels echter komen niet alleen voor in de woorden ‘etymologie’ en ‘etymosofie’. Vooral ‘logie’ wordt veel gebruikt om een of andere wetenschap te indiceren.81 Hier kunnen we denken aan woorden zoals bijvoorbeeld ‘antropologie’, ‘theologie’, ‘astrologie’, en ‘psychologie’. Volgens onze gevonden definities van etymologie kan antropologie dan bijvoorbeeld begrepen worden als de explicatie van de mens (met ‘antropo’ het Griekse woord voor ‘mens’ representerend),82 de rationaliteit over de mens of als het onderzoek naar de betekenissen, logica’s en expressies van de mens.

Het achtervoegsel ‘sofie’ nu wordt volgens het woordenboek ook gebruikt om de een of andere wetenschap te indiceren.83 Deze wetenschappen zijn gewoonlijk echter niet gevestigde en academisch erkende wetenschappen van hedendaagse materialistisch georiënteerde tijden. Deze zijn meer wetenschappen bedoeld van het nieuwe spiritualistisch georiënteerde tijdperk.84 Hier kunnen we denken in lijn met ons voorbeeld aan de antroposofie van Rudolf Steiner85 en de theosofie van Helena Petrovna Blavatsky.86 En in lijn met onze gevonden definities van etymosofie kan antroposofie dan bijvoorbeeld begrepen worden als de wijsheid over de mens, de intuïtie over de mens of als de contemplatie van de betekenissen en significanties van de mens. Dus we zien dat de materialistische wetenschappen van hedendaagse tijden van antropologie en theologie hun tegenhanger vinden in de spiritualistische wetenschappen van het nieuwe tijdperk van antroposofie en theosofie. En we kunnen verwachten dat dit uitbreidt. Het gebruik van het woord ‘etymosofie’ in onze contemplaties is slechts een fragment van die verwachte uitbreiding. We kunnen bijvoorbeeld het rijzen van astrosofie en psychosofie verwachten. Het is niet zeker dat deze wetenschappen van het nieuwe tijdperk deze namen zullen dragen, maar gegeven onze contemplatie tot dusver is het ook zeker niet onwaarschijnlijk.

Onder de paren van logieën en sofieën is er ook een uitzonderlijk paar, namelijk dat van filologie en filosofie. Omdat dit paar speciale aandacht behoeft zal het hier niet aangeraakt worden en overgelaten worden om gecontempleerd te worden in een aparte contemplatie.

Samenvatting

In verschillende contemplaties worden de woorden ‘etymologie’ en ‘etymosofie’ gebruikt. Om een mogelijke verwarring te verhelderen werd de huidige contemplatie ondernomen. Eerst werd etymologie gecontempleerd, en dit zelf langs etymologische lijnen. Het werd bevonden dat het woord ‘etymologie’ stamt van het Griekse ‘ẻtumología’ en dat zoals de laatste bestaat uit het Griekse ‘ếtumon’ en ‘lógos’ de eerste bestaat uit ‘etymo(n)’ en ‘logie’. Tegen gevestigde etymologie in werd het voorgesteld om etymologie niet te definiëren als ‘de waarheid over (wortel)woorden’ maar als ‘de explicatie van (wortel)woorden’. In de daaropvolgende paragraaf werd ‘lógos’ gecontempleerd als de wortel van ‘logica’, de eerste definiërend als ‘de ratio en de logica die expressies van een verborgen idee onderligt en structureert’. Aldus werd etymologie geherdefinieerd als ‘de rationaliteit van (wortel)woorden’. Daarna werd onze aandacht verlegd naar etymosofie. Met ‘sofie’ zijnde geworteld in het Griekse ‘sophía’ betekenend ‘wijsheid’ werd etymosofie gedefinieerd als ‘de wijsheid van (wortel)woorden’. En waar het achtervoegsel ‘logie’ gerelateerd werd aan de ratio daar werd het achtervoegsel ‘sofie’ gerelateerd aan de intuïtie. Dit maakte etymosofie ook begrijpbaar als ‘de intuïtie van (wortel)woorden’. De originele Griekse ‘lógos’ en ‘sophía’ werden daarna beschouwd in de plaatsen die ze gegeven worden in Platonisme, Aristotelianisme, Gnosticisme en de Geheime Wijsheid-Leer. Het werd bevonden dat in Platonisme lógos aan het concreet denken relateert en sophía aan de intuïtie, dat in Aristotelianisme lógos van doen heeft met het fysieke lichaam, dat in Gnosticisme lógos relateert aan de intuïtie en sophía aan het abstract denken en dat in de geheime wijsheid-leer lógos relateert aan de eerste of tweede ether van het fysieke lichaam en sophía aan de intuïtie. Vanaf daar werden verdere definities gegeven. Etymologie werd verder gedefinieerd als ‘het onderzoek van de betekenis (semantiek), logica (syntaxis) en expressie (fonetiek) van woorden (etymons)’ en etymosofie als ‘de contemplatie van de significantie en betekenis van woorden’. Deze significantie van woorden werd verder bevonden geworteld te zijn in de bedoeling van woorden. Daarna werd toegelicht dat etymosofie, werkend van boven naar beneden, etymologie kan sturen, werkend van beneden naar boven, maar de laatste niet de eerste. Aldus werden een strikte betekenis en een losse betekenis van etymosofie genoemd. Etymosofie in zijn strikte betekenis wordt apart gehouden van etymologie maar in zijn losse betekenis omvat etymosofie etymologie. Uiteindelijk werden andere logieën en sofieën beschouwd en het werd geconcludeerd dat logieën materialistisch georiënteerde wetenschappen van het hedendaagse tijdperk betreffen en dat sofieën de spiritualistisch georiënteerde wetenschappen van het nieuwe tijdperk betreffen. Aldus kan het volgende overzicht gegeven worden van de verschillen tussen etymologie en etymosofie.

Etymologie Etymosofie
Logica Wijsheid
Explicatie (vorm) Implicatie (vorm)
Implicatie (inhoud) Explicatie (inhoud)
Rationaliteit Intuïtie
Onderzoek Contemplatie
Fonetiek / Syntaxis / Semantiek Significantie / Semantiek
Beneden naar Boven Boven naar Beneden
Materialistisch Spiritualistisch
Hedendaags Nieuw

Figuur 7.

Op basis van figuur 7 kunnen we dan concluderen met de volgende, voor de huidige contemplatie, omvattende definities: ‘Etymologie is het hedendaagse materialistisch georiënteerde logische en rationele onderzoek van de vormelijk expliciete fonetiek, syntaxis en semantiek van woorden, inhoudelijk implicerend door te werken van beneden naar boven’ en ‘etymosofie is de nieuwe spiritualistisch georiënteerde wijze en intuïtieve contemplatie van de vormelijk impliciete significantie en semantiek van woorden, inhoudelijk explicerend door te werken van boven naar beneden’.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, etymology.
  2. Ibidem.
  3. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 624.
  4. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 704.
  5. Oxford English Dictionary, etymologe, v.
  6. John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005, p. 199.
  7. Van Dale Groot etymologisch woordenboek, De herkomst van onze woorden, Van Dale Uitgevers, 1997, Utrecht / Antwerpen, p. 271.
  8. G.W.H. Lampe, A Patristic Greek Lexicon, Oxford University Press, London, 1961, p. 807.
  9. Zie noot 6.
  10. Oxford English Dictionary, -logy.
  11. A Greek-English Lexicon, p. 790.
  12. Oxford English Dictionary, logic, n.
  13. John Harrison, Handbook of Practical Logic and Automated Reasoning, Cambridge University Press, Cambridge / et alibi, 2009, p. 4.
  14. Word Origins, p. 413-414.
  15. Christopher Stead, ‘Logos’ in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (software), Version 1.0, Routledge, 1998, §1.
  16. A Greek-English Lexicon, p. 482.
  17. Ibidem, p. 817.
  18. Ibidem, p. 1183, 1180-1181.
  19. John E. Sisko, ‘Nous’ in: Encyclopedia of Philosophy, Volume 6, edited by Donald M. Borchert, Thomson Gale, Detroit / et alibi, 2006, p. 666.
  20. A.A. Long, ‘Nous’ in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (software), Version 1.0, Routledge, 1998.
  21. A Greek-English Lexicon, p. 1964.
  22. Helena P. Blavatsky, ‘Theosophical Glossary’, in: Theosophical Classics, (CD ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, p. 234. “Nous. (Gr.). A Platonic term for the Higher Mind or Soul.”
  23. ‘Secret Wisdom Teaching, Triplicities in Man’, Index: 201308292.
  24. Zie noot 22.
  25. Zie noot 23.
  26. ‘Theosophical Glossary, p. 190. “Logos (Gr.). The manifested deity with every nation and people; the outward expression, or the effect of the cause which is ever concealed. Thus, speech is the Logos of thought; hence it is aptly translated by the “Verbum” and “Word” in its metaphysical sense.”
  27. Oxford English Dictionary, Sophy1.
  28. Ibidem, sophy3.
  29. Ibidem, sophy2.
  30. Oxford Latin Dictionary, p. 1792.
  31. A Greek-English Lexicon, p. 1621-1622.
  32. Alice A. Bailey, ‘Initiation, Human and Solar’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Chart - The Constitution of Man.
    "II. The Ego, Higher Self, or Individuality.
    This aspect is potentially
    1. Spiritual Will Atma
    2. Intuition Buddhi, Love-wisdom, the Christ principle.
    3. Higher or abstract Mind Higher Manas.”
  33. Malcolm Schofield, ‘Plato’ in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (software), Version 1.0, Routledge, 1998.
  34. Socrates, cited by Phaedo, in: Plato, ‘Phaedo’, translated by G.M.A. Grube, in: Plato, Complete Works, edited by John M. Cooper and D. S. Hutchinson, Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997, 100e / p. 86. “This is the safe answer for me or anyone else to give, namely, that it is through Beauty that beautiful things are made beautiful.”
  35. Aristotle, ‘Metaphysica’, in: The Works of Aristotle, Volume VIII, edited by W. D. Ross, Oxford University Press, London / et alibi, 1928, Book Z, Ch. 10, sec. 1036b, 20. “And so to reduce all things thus to Forms and to eliminate the matter is useless labour; for some things surely are a particular form in a particular matter, or particular things in a particular state.”
  36. Aristotle, ‘De Anima’, translated by J. A. Smith in: The Works of Aristotle, Volume III, edited by W. D. Ross, Oxford University Press, London / et alibi, 1931, Book III, Ch. 8, sec. 432a, 1. “Since according to common agreement there is nothing outside and separate in existence from sensible spatial magnitudes, the objects of thought are in the sensible forms, viz. both the abstract objects and all the states and affections of sensible things.”
  37. Zie ook: ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Index: 201103091, Scientific Period, Aristotle.
  38. The Cambridge History of the Bible, Volume 1, From the Beginnings to Jerome, edited by P.R. Ackroyd and C.F. Evans, Cambridge University Press, Cambridge / et alibi, 1993, p. 7.
  39. The Gnostic Bible, edited by Willis Barnstone and Marvin Meyer, Shambhala, Boston / London, 2003, p. 70.
  40. ‘The New Testament of our Lord and Saviour Jesus Christ’ in: The Holy Bible, Index 20140811, The Gospel according to Saint John, Ch. 1, verse 1. “In the beginning was the Word, and the Word was with God, and the Word was God.”
  41. Ibidem, verse 14. “And the Word was made flesh, and dwelt among us, (and we beheld his glory, the glory as of the only begotten of the Father,) full of grace and truth.”
  42. Stephan A. Hoeller, Gnosticism, New Light on the Ancient Tradition of Inner Knowing, Quest Books, Wheaton / Chennai, 2002, p. 44.
  43. Helena P. Blavatsky, ‘The Secret Doctrine, Volume I’, in: Theosophical Classics, (CD ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002, p. 618. “And so it was with the early Christians whose Holy Spirit was feminine, as Sophia was with the Gnostics.”
  44. ‘Sex: Human Reproduction, Mystic Enlightenment and Cosmic Creation’, Index: 201003081, Cosmic Creation.
  45. Zie noot 32.
  46. Benjamin Creme, The Reappearance of the Christ and the Masters of Wisdom, Tara Center, Los Angeles, 1980, p. 66. “This is the Christ Consciousness, the Christ Principle. It is the evolutionary energy, per se, the energy of consciousness itself. […].The One we call the Christ, the One who holds the Office of the Christ, the Head of Hierarchy, embodies that energy, anchors it in the world.”
  47. Alice A. Bailey, ‘The Light of the Soul’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Book III, Sl. 26.
    “1. The personal physical man body intelligent form.
    2. The ego or Christ soul love.
    3. The monad Spirit life or power.”
  48. Zie noot 32.
  49. Zie noot 32.
  50. Alice A. Bailey, ‘The Rays and the Initiations’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Part One, Rule Ten. “Forget not that Christ represents the energy of love and the Buddha that of wisdom.”
  51. Alice A. Bailey, ‘Education in the New Age’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Ch. II, The Process of Unfoldment. “The Buddha culminated the "age of knowledge."  The Christ began the "age of love."”
  52. ‘Secret Wisdom Teaching, Cycles’, Index: 201403131.
  53. Zie noot 23.
  54. Alice A. Bailey, ‘The Externalisation of the Hierarchy’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Four, The Externalisation of the Ashrams.
    “SHAMBALLA HIERARCHY HUMANITY
    Synthesis Unity Separation
    Will Purpose Plan
    Life Soul Appearance
    Spirit Consciousness Substance"
  55. Ibidem, Section Three, The New World Religion. “2. The Festival of Wesak. This is the festival of the Buddha, the spiritual Intermediary between the highest spiritual centre, Shamballa, and the Hierarchy. The Buddha is the Expression of the Wisdom of God, the Embodiment of Light, and the Indicator of the divine Purpose.”
  56. ‘The Rays and the Initiations’, Appendix, Five Great Spiritual Events, 5. “2. An invocatory appeal to the Christ, the Head of the Hierarchy, to reappear.”
  57. Alice A. Bailey, ‘Discipleship in the New Age, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Three, Discipleship and its End, Part VII.
    “Shamballa
    *
    The Buddha * * The Christ
    *
    The Hierarchy
    *
    Humanity"
  58. Alice A. Bailey, ‘Discipleship in the New Age, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Two, To: B.S.D., June 1936. “Wisdom, expressing itself intelligently through love.”
  59. Alice A. Bailey, ‘Letters on Occult Meditation’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Letter VII, Methods of approach and effects obtained. “2. Love demonstrating through wisdom.”
  60. Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘Esoteric Astrology, A Treatise on the Seven Rays, Volume III’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Appendix, Energies Originating Within the Solar System.
    The Solar System
    Entity manifesting.—The solar Logos.
    Body of manifestation.—The solar system.
    […].
    The Planet
    Entity manifesting.—A planetary Logos.
    Body of manifestation.—A planet.
    […].
    The Human Being
    Entity manifesting.—The Thinker, a Dhyan Chohan.
    Body of manifestation.—Physical body.”
  61. Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘A Treatise on Cosmic Fire’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section Two, Division B, I, 1, a, Chart V.Chart V, Evolution of a Solar Logos.
  62. Ibidem.
  63. ‘Secret Wisdom Teaching, Man on the Planes’, Index: 201212031, The Law of Correspondences and the Occult Method.
  64. ‘A Treatise on Cosmic Fire’, Section Two, Introductory Questions, IX, f. “[…]; above all the analogy between the cosmic physical planes and the solar physical planes must be pondered upon.”
  65. Zie noot 60.
  66. Zie noot 23.
  67. ‘The Rays and the Initiations’, Part One, Rule Fourteen. “I would ask you also to bear in mind that the world of symbols is that of the personal life, of the phenomenal world as that phrase covers the three worlds of human evolution; the world of meaning is the world in which the soul lives and moves with intention and understanding; the world of significance is the world of the Spiritual Triad, which only confers its freedom fully after the third initiation.”
  68. ‘The Light of the Soul’, Book I, Sl. 5. “1. The mental permanent atom, the lowest aspect of the spiritual Triad or of the soul,”
  69. Zie noot 67.
  70. ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Scientific Period.
  71. ‘Education in the New Age’, Chapter III, The Aquarian Age. “Three major sciences will eventually dominate the field of education in the new age.  They will not negate the activities of modern science but will integrate them into a wider subjective whole.”
  72. ‘An Elucidated Etymology of ‘Contemplation’’, Index: 201107281.
  73. ‘An Etymological Anthropology’, Index: 201203081.
  74. Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘Esoteric Psychology, Volume II, A Treatise on the Seven Rays, Volume II’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Chapter I, II, 1, a. “b. Our service to other souls, through deliberate self-sacrificing purpose; […].”
  75. ‘The Rays and the Initiations’, Part Two, Section Two, The Significance of the Initiations, Initiation V, The Place that the Will plays in inducing Revelation. “The will ever implements the purpose.”
  76. Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘Esoteric Psychology, Volume I, A Treatise on the Seven Rays, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, Section One, Question 1. “For our purposes in this treatise, we must grasp the fact that the world of appearances is energised by and vibrating to the world of qualities or values, which world, in its turn, is energised by or vibrating to the world of purpose or of will.”
  77. Zie: ‘Competitive and Cooperative Communication’, Index: 201508031.
  78. Zie noot 72.
  79. Oxford English Dictionary, contemplation.
  80. Zie noot 72.
  81. Zie noot 10.
  82. Oxford English Dictionary, anthropo-.
  83. Zie noot 29.
  84. Zie: ‘Secret Wisdom Teaching, The New Age’, Index: 201405031.
  85. Encyclopædia Britannica, Ultimate Reference Suite, Version 2015, (software), Encyclopædia Britannica, 2015, Steiner, Rudolf.
  86. Ibidem, Blavatsky, Helena.
Bibliografie
  • ‘An Elucidated Etymology of ‘Contemplation’’, Index: 201107281.
  • ‘An Etymological Anthropology’, Index: 201203081.
  • ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Index: 201103091.
  • ‘Competitive and Cooperative Communication’, Index: 201508031.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, Cycles’, Index: 201403131.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, Man on the Planes’, Index: 201212031.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, The New Age’, Index: 201405031.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, Triplicities in Man’, Index: 201308292.
  • ‘Sex: Human Reproduction, Mystic Enlightenment and Cosmic Creation’, Index: 201003081.
  • ‘The New Testament of our Lord and Saviour Jesus Christ’ in: The Holy Bible, Index 20140811.
  • The Cambridge History of the Bible, Volume 1, From the Beginnings to Jerome, edited by P.R. Ackroyd and C.F. Evans, Cambridge University Press, Cambridge / et alibi, 1993.
  • Aristotle, ‘De Anima’, translated by J. A. Smith in: The Works of Aristotle, Volume III, edited by W. D. Ross, Oxford University Press, London / et alibi, 1931.
  • Aristotle, ‘Metaphysica’, in: The Works of Aristotle, Volume VIII, W. D. Ross (editor), Oxford University Press, London / et alibi, 1928.
  • John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005.
  • Alice A. Bailey, ‘A Treatise on Cosmic Fire’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Discipleship in the New Age, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Education in the New Age’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘Esoteric Astrology, A Treatise on the Seven Rays, Volume III’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘Esoteric Psychology, Volume I, A Treatise on the Seven Rays, Volume I’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Alice A. Bailey, ‘Esoteric Psychology, Volume II, A Treatise on the Seven Rays, Volume II’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Initiation, Human and Solar’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘Letters on Occult Meditation’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘The Externalisation of the Hierarchy’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘The Light of the Soul’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, ‘The Rays and the Initiations’, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001
  • The Gnostic Bible, edited by Willis Barnstone and Marvin Meyer, Shambhala, Boston / London, 2003.
  • Helena P. Blavatsky, ‘Theosophical Glossary’, in: Theosophical Classics, (CD ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002.
  • Helena P. Blavatsky, ‘The Secret Doctrine, Volume I’, in: Theosophical Classics, (CD ROM), Theosophical Publishing House, Manilla, 2002.
  • Benjamin Creme, The Reappearance of the Christ and the Masters of Wisdom, Tara Center, Los Angeles, 1980.
  • John Harrison, Handbook of Practical Logic and Automated Reasoning, Cambridge University Press, Cambridge / et alibi, 2009.
  • Stephan A. Hoeller, Gnosticism, New Light on the Ancient Tradition of Inner Knowing, Quest Books, Wheaton / Chennai, 2002.
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • A.A. Long, ‘Nous’ in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (software), Version 1.0, Routledge, 1998.
  • Plato, ‘Phaedo’, translated by G.M.A. Grube, in: Plato, Complete Works, edited by John M. Cooper and D. S. Hutchinson, Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997.
  • Malcolm Schofield, ‘Plato’ in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (software), Version 1.0, Routledge, 1998.
  • Christopher Stead, ‘Logos’ in: Edward Craig (general editor), Routledge Encyclopedia of Philosophy, (software), Version 1.0, Routledge, 1998.
  • Encyclopædia Britannica, Ultimate Reference Suite, Version 2015, (software), Encyclopædia Britannica, 2015.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.
  • Van Dale Groot etymologisch woordenboek, De herkomst van onze woorden, Van Dale Uitgevers, 1997, Utrecht / Antwerpen.