ARVINDUS

Contemplationam

Materialisme in de Alfa-, Bèta-, en Gammawetenschappen

MATERIALISME IN DE ALFA-, BÈTA-, EN GAMMAWETENSCHAPPEN

Alfa-, Bèta-, en Gammawetenschappen

In Nederland wordt een onderscheid gemaakt tussen alfawetenschappen en bètawetenschappen. Onder invloed van onder meer de Duitse filosoof Wilhelm Dilthey (1833-1911) worden ook wel de benamingen van ‘geesteswetenschappen’ en ‘natuurwetenschappen’ toegekend.

De termen ‘geesteswetenschappen’ en ‘natuurwetenschappen’ drukken een radicale dualiteit uit wanneer ‘geest’ en ‘natuur’ begrepen worden zoals in eerdere contemplaties. Daar namelijk wordt ‘natuur’ etymosofisch gerelateerd aan ‘materie’1 en worden materie en geest beschouwd als primaire dualiteit.2 Ofschoon nu de academische indeling van deze wetenschappen minder strikt dualistisch is dan de semantiek van de benamingen doet vermoeden kan wel een zekere polariteit ontwaard worden. De geesteswetenschappen namelijk bestaan grofweg uit de theologie, de filosofie en de letteren en de natuurwetenschappen uit de natuurkunde, de scheikunde, de aardwetenschappen en de astronomie. In deze indeling zien we etymosofisch bijvoorbeeld de volgende dualiteiten tegenover elkaar geplaatst staan; de theologie als hemelwetenschap tegenover de aardwetenschappen en de filosofie als metafysica tegenover de natuurkunde als fysica. In zijn algemeenheid is het veilig om te stellen dat de geesteswetenschappen de geest en de natuurwetenschappen de natuur thematiseren en als onderwerp van onderzoek hebben.

Nu worden in Nederland behalve alfawetenschappen en bètawetenschappen ook nog gammawetenschappen gekend. Deze worden ook wel ‘sociale wetenschappen’ genoemd. Deze wetenschappen bestaan uit de gedragswetenschappen en de maatschappijwetenschappen. Het kan gesteld worden dat de sociale wetenschappen een tussenpositie innemen tussen de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen. Want waar de alfawetenschappen zich bezig houden met absolute abstractheden als geest, God en metafysica, en waar de bètawetenschappen zich bezig houden met volstrekte concreetheden in de natuur, op de aarde en in de fysica, daar houden de gammawetenschappen zich bezig met processen van concretisering en abstrahering via socialiteit, gedrag en maatschappij. Immers concreet menselijk gedrag wordt geabstraheerd in vormgeving van de maatschappij, en de maatschappij in abstractie concretiseert menselijk gedrag. Dit is een vorm van sociale normering die volgens een eerdere contemplatie uiteindelijk moet leiden tot een geestelijk morele verheffing van de materiele natuurlijkheid.3

Nu kan in de boven omschreven tripliciteit, bestaande uit een dualiteit en een bemiddelend beginsel, een weerspiegeling herkend worden van de grote tripliciteit bestaande uit de dualiteit van geest en materie met als bemiddelend beginsel bewustzijn.4 Het kan dan ook wel gesteld worden dat gammawetenschappen zich eigenlijk met bewustzijn bezig houden. We krijgen dan een overzicht als in figuur 1. Deze figuur moet dan wel in zijn algemeenheid begrepen worden. De abstractheid(-heden), concreetheden en bemiddelende onderwerpen van de alfa-, bèta- en gammawetenschappen kunnen sterk variëren, en er zijn onderwerpen welke zich op raakvlakken van verschillende hoofdwetenschappen bevinden. Echter als leidraad om de onderlinge verschillen te begrijpen kunnen bovenstaande omschrijving en het resulterende figuur 1 goed dienst doen. Het figuur ziet er uit als volgt.

Alfawetenschappen Gammawetenschappen Bètawetenschappen
Geest Socialiteit Natuur
God en metafysica Gedrag en maatschappij Aarde en fysica
Abstractheid(-heden) Abstrahering en concretisering Concreetheden
Moraliteit Normaliteit Naturaliteit
Geest Bewustzijn Materie

Figuur 1.

Onderzoeksmethoden

Zoals we boven hebben gezien bestaat er een zekere dualiteit in wetenschappen, namelijk die van de alfa- en de bètawetenschappen. Deze wetenschappen zijn elkaars tegenpolen omdat de alfawetenschappen de geest als onderwerp van onderzoek hebben en de bètawetenschappen de natuur. Het zal duidelijk zijn dat vanwege de radicale verschillen in onderzoeksonderwerpen de methoden ook radicaal van elkaar zullen verschillen. Met materie als onderzoeksonderwerp zullen de bètawetenschappen zich voornamelijk verlaten op zintuiglijke waarneming. Met de geest als onderzoeksonderwerp kunnen de alfawetenschappen zich echter niet verlaten op zintuiglijke waarneming en zullen aldus veeleer (veronderstelde) intuïtieve waarneming toepassen. Verder moet, om het verschil in onderzoeksmethodes goed te kunnen begrijpen, ingezien worden dat geest als metafysicaliteit correspondeert met eenheid en natuur als fysicaliteit met veelheid.5 De alfawetenschappen hebben dan ook de eenheid als absolute abstractheid als onderzoeksonderwerp en de bètawetenschappen de veelheid als volstrekte concreetheid. Kortom; de bètawetenschappen onderzoeken de fysicale veelheid middels zintuiglijke waarneming en de alfawetenschappen onderzoeken de metafysicale eenheid middels intuïtieve waarneming.

Ondanks bovenstaande radicale verschillen is het zo dat beide wetenschappen ook iets gemeen hebben met elkaar. Beide drukken hun bevindingen namelijk uit in talige proposities en beide bedienen zich van de logica. Hierbij zal het duidelijk zijn dat de alfawetenschappen in het toepassen van logica zullen starten vanuit één primaire propositie en dat de bètawetenschappen zullen starten vanuit vele subsidiaire proposities. En als vanuit die startposities logica toegepast gaat worden kunnen de alfawetenschappen niet anders dan deduceren en de bètawetenschappen niet anders dan induceren.

De logische structuur vanuit de bètawetenschappen ziet er bijvoorbeeld uit als volgt: Assumpties (verkregen uit zintuiglijke waarneming): Aa, Ab, Ac (a heeft attribuut A, b heeft attribuut A, c heeft attribuut A). Conclusie: ∀xAx (voor alle x-en geldt dat ze attribuut A hebben). Vanuit de alfawetenschappen is de logische structuur omgekeerd: Assumptie (verkregen uit intuïtieve waarneming): ∀xAx. Conclusies: Aa, Ab, Ac.

Voor de gammawetenschappen geldt dat zij in hun onderzoeken zowel gebruik kunnen maken van zintuiglijke als van intuïtieve waarnemingen en dat zij eveneens logisch zowel kunnen induceren als deduceren. Radicaal zou gesteld kunnen worden dat het de taak is van de alfawetenschappen om vanuit intuïtieve waarnemingen proposities te poneren, van de bètawetenschappen om vanuit zintuiglijke waarnemingen proposities te poneren, en van de gammawetenschappen om proposities vanuit de alfawetenschappen te deduceren en proposities vanuit de bètawetenschappen te induceren. We krijgen dan een overzicht als in figuur 2. We zien daar hoe de alfawetenschappen middels intuïtieve waarneming komen tot de formulering van abstracte proposities, de bètawetenschappen middels zintuiglijke waarneming komen tot de formulering van concrete proposities en hoe de gammawetenschappen middels deductie en inductie als logische waarneming van voorgenoemde proposities komen tot formulering van de eigen midden proposities.

Alfawetenschappen Gammawetenschappen Bètawetenschappen
Intuïtieve waarneming Logische waarneming (deductie en inductie) Zintuiglijke waarneming
Formulering van abstracte proposities Formulering van midden proposities Formulering van concrete proposities

Figuur 2.

Materialisme

Boven werd vermeld dat de radicale taak is van de gammawetenschappen om in hun onderzoeken gebruik kunnen maken van de zintuiglijke en intuïtieve bevindingen van de andere wetenschappen door middel van zowel inductie als deductie. Heden ten dage is het echter zo dat zij voornamelijk gebruik maken van zintuiglijke bevindingen en dat zij voornamelijk induceren. Ofschoon we op de rand staan van een kanteling naar geestelijke oriëntaties6 leven we heden ten dage nog in een tijd waarin materialistische oriëntaties de boventoon voeren.7 En dit brengt met zich mee dat de methoden van de bètawetenschappen dominant zijn.

Dat de methoden van de bètawetenschappen dominant zijn in de bètawetenschappen zelf spreekt voor zich en is weinig zorgwekkend. Waar materialisme zich echter dominant laat gelden in de gammawetenschappen of zelfs de alfawetenschappen ontstaan er problemen. En dit is heden het geval. Omdat we op de rand staan van een nieuw tijdperk waar de oriëntaties geestelijker zullen zijn is er een verschuiving van aandacht gaande van de bètawetenschappen naar de alfawetenschappen via de gammawetenschappen. Echter omdat materialisme heden ten dage nog dominant is wordt voorgenoemde aandacht gekenmerkt door materialisme met zijn onderzoeksmethoden.

In de gammawetenschappen laat boven omschreven materialistische aandacht zich kennen in dominant materialistische onderzoeksmethoden en opvattingen met betrekking tot bewustzijn en socialiteit. Bewustzijn wordt daar bijvoorbeeld volledig gereduceerd tot en verklaard vanuit stoffelijke hersenactiviteit. En socialiteit wordt er meestal verklaard vanuit een materialistische evolutietheorie. De toegepaste onderzoeksmethode bestaat dominant uit zintuiglijke waarneming en inductie van de daardoor verzamelde data. Het moge duidelijk zijn dat deze materialistische dominantie het onderzoek van de gammawetenschappen, die toch een middenpositie in de wetenschappen innemen, danig uit balans brengt.

De invloed van het materialisme heeft zich echter niet beperkt tot de gammawetenschappen maar heeft zich ook uitgestrekt tot in de alfawetenschappen. Omdat materialisme een geestelijke pool ontkent zijn de alfawetenschappen om hun bestaan te rechtvaardigen gaan putten uit de datapool van de gammawetenschappen. Intuïtieve waarneming is naar de achtergrond geraakt en omdat de methode van zintuiglijke waarneming niet toepasbaar is in de alfawetenschappen zijn die laatste zich vooral gaan bedienen van logische acties die eigenlijk in de gammawetenschappen thuis horen. Dit is te zien in de opkomst van de analytische filosofie. Maar ook binnen de continentale filosofie zien we een verschuiving richting de gammawetenschappen in de opkomst van de fenomenologie. Een ander voorbeeld is de ethiek die tegenwoordig in mindere mate draait om moraliteit maar veeleer handelt over normaliteit. Anders gezegd heeft er een ontgeestelijking binnen de alfawetenschappen plaats gevonden.

Goddank echter staan we aan de vooravond van een ommekeer naar geestelijke oriëntaties die de alfa- en gammawetenschappen meer recht zullen doen.

Noten
  1. ‘An Etymosophy of ‘Father’ and ‘Mother’’, Index: 201501261.
  2. ‘Geheime Wijsheid Leer, Tripliciteiten in de Mens’, Index: 201308291.
  3. ‘Naturality, Normality and Morality’, Index: 201508101.
  4. Zie noot 2.
  5. ‘Een Opzet voor een Metafysicratisch Manifest’, Index: 201204031.
  6. ‘Secret Wisdom Teaching, The New Age’, Index: 201405031.
  7. ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Index: 201103091.
Bibliografie
  • ‘An Etymosophy of ‘Father’ and ‘Mother’’, Index: 201501261.
  • ‘A Small Sketch of the History of Western Spiritualistic and Materialistic Orientations’, Index: 201103091.
  • ‘Een Opzet voor een Metafysicratisch Manifest’, Index: 201204031.
  • ‘Geheime Wijsheid Leer, Tripliciteiten in de Mens’, Index: 201308291.
  • ‘Naturality, Normality and Morality’, Index: 201508101.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, The New Age’, Index: 201405031.