ARVINDUS

Contemplationam

Omgaan met Relativisme

OMGAAN MET RELATIVISME

Het word ‘relativisme’ is een filosofische term die gebruikt wordt om een beweging of denkschool te indiceren die in principe de relativiteit en non-absoluutheid van waarheid leert.1 Dit in tegenstelling tot wat filosofisch ‘absolutisme’ genoemd kan worden, welk het idee van een absolute waarheid leert.

De woorden ‘absoluut’ en ‘relatief’ werden [als de Engelse termen ‘absolute’ en ‘relative’] alreeds gecontempleerd in ‘The Absolute Absolute’ waar gevonden werd dat absoluutheid etymosofisch begrepen kan worden als een onthechting, een perfectie (in kwaliteit en graad), een onafhankelijkheid en een ongeconditioneerdheid, en relativiteit als een volledig gecompleteerde referentie of een volledig gecompleteerd terug gebracht worden (dit via de etymologische relaties tussen ‘relativiteit’ en ‘relatie’).2 Maar aangezien relativiteit tegengesteld is aan absoluutheid kan die eerste ook begrepen worden als een hechten, een imperfectie (in kwaliteit en graad), een afhankelijkheid en een geconditioneerdheid. Dus volgens een relativist is waarheid relatief en dus gerefereerd, gerelateerd, gehecht, imperfect, afhankelijk en geconditioneerd. Al deze beschrijvingen impliceren het bestaan van een andere waarheid, naast de geopperde relatieve waarheid. Want iedere relatieve waarheid is geconditioneerd door, afhankelijk van, gehecht aan, gerelateerd aan en gerefereerd aan een andere relatieve waarheid. Hieruit volgt dat relativisme leert dat er meerdere (relatieve) waarheden zijn, in tegenstelling tot absolutisme welk het bestaan van slechts één (absolute) waarheid overweegt.

Maar waarheid wordt in zijn algemeenheid begrepen als “conformiteit met feitelijkheid” of “overeenstemmend met realiteit”.3 Nu zijn realiteiten en feitelijkheden absoluut in de zin dat ze onafhankelijk zijn.4, 5 Of iets werkelijk is is niet afhankelijk van wat dan ook. Dus iedere realiteit is een absolute realiteit. En in overeenstemming met deze realiteit staat waarheid. Dus ook voor waarheid geldt dat als iets waar is dan is het absoluut waar. Relativisme ontkent realiteit en waarheid en poneert in plaats daarvan pseudorealiteiten en pseudowaarheden. De termen ‘relatieve realiteit’ en ‘relatieve waarheid’ zijn beide een contradictie in termen. De absolutist is begaan met wat waar en reëel is en de relativist is begaan met wat waar en reëel schijnt te zijn.

Dit heeft implicaties voor de posities van absolutisten en relativisten. Want waar de absolutist kan onderscheiden tussen ware en onware beweringen daar moet de relativist voor alle beweringen een onafhankelijke waarheidswaarde ontkennen (zoals bijvoorbeeld Protagoras (c. 490-c. 420 v.C.) doet wanneer hij beweert dat de mens de maat is van alle dingen).6 Dit lijkt de positie van de relativist in problemen te brengen. Want wanneer voor alle beweringen geldt dat ze geen waarheidswaarde hebben dan heeft de bewering dat alle beweringen geen waarheidswaarde hebben ook geen waarheidswaarde. Wanneer men beweert dat alle beweringen relatief zijn dan moet die exacte bewering door de maker van de bewering ook als relatief genomen worden (zoals Socrates (470/469-399 v.C.) duidelijk maakt).7

De relativist kan zijn positie verdedigen door te beweren (een beetje zoals Thrasymachus (c. 459-c. 400 v.C.))8 dat communicatie op zichzelf niet gaat om waarheid te vinden maar om discussies te winnen. Maar wanneer de relativist relativisme op zulk een manier verdedigt zal hij nog steeds argumenteren dat de ene bewering beter zal zijn dan de andere, misschien niet in het licht van waarheid maar nog steeds in het licht van winnen, aldus relativisme ontkennend (zoals Thrasymachus op een bepaalde manier aan Socrates bekent).9

Bovenstaande bevindingen kunnen aangegeven worden aan de relativisten, maar dit is niet de beste manier om met hen om te gaan. Om de betere manier te indiceren moeten hier eerst een paar voorbereidende woorden worden gegeven. Laten we het gegeven herhalen dat de relativist niet begaan is met waarheid. In communicatie is hij er niet op uit om waarheid uit te zoeken, zoals de absolutist, maar is hij er alleen op uit om discussies te winnen. Zoals nu gethematiseerd werd in ‘Competitive and Cooperative Communication’ [in het Nederlands ‘Competitieve en Coöperatieve Communicatie’] kan men winnen door te winnen of door de gelabelde concurrent te laten verliezen.10 En het zal duidelijk zijn dat dat laatste het doel zal zijn van de relativist. De relativist kan door zijn relativistische positie geen bewering doen welke hijzelf als waar beschouwt. Hij kan alleen de veronderstelde waarheidswaarde van de bewering van een ander ondermijnen. Anders gezegd; de relativist kan geen waardevolle these poneren maar kan alleen thesen devalueren door antithesen te poneren. 

Een manier nu om met zulk destructief en waardenloos relativisme om te gaan kan gevonden worden in de filosofie van Hegel (1770-1831). Hegels gehele filosofie bestaat uit de telkens terugkerende momenten van ‘an sich’, ‘für sich’ en ‘an und für sich’,11 of in het Nederlands ‘op zich’, voor zich’ en ‘op en voor zich’. Deze momenten worden vaak vertaald naar de concepten van ‘these’, ‘antithese’ en ‘synthese’. Op het eerste moment van de ‘op zich’ these wordt een gegeven geponeerd als op zichzelf staand, zijnde aldus gekarakteriseerd door absoluutheid. In het tweede moment van de ‘voor zich’ antithese wordt dit gegeven geplaatst tegenover een gerelateerd tegengestelde en wordt daarmee gekarakteriseerd door relativiteit. Echter in het derde moment van de ‘op en voor zich’ synthese worden beide tegengestelden samengenomen. Dit derde moment echter is niet alleen een synthese maar ook opnieuw een these en wordt aldus opnieuw gekarakteriseerd door absoluutheid (alleen nu verrijkt door de voorgaande relativiteit).

En dit is de beste manier om om te gaan met relativisme. Wanneer relativisme bevochten wordt zal dit behouden blijven in het moment van ‘voor zich’. Dus wanneer een absolutistische bewering ondermijnd wordt door een relativist met een tegenbewering moet de laatste met de eerste bewering gesynthetiseerd worden in een nieuwe absolutistische bewering. Zo zal de communicatie geen verliezers kennen en zal waarheid zegevieren.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, relativism.
  2. ‘The Absolute Absolute’, Index: 201012051.
  3. Oxford English Dictionary, truth, n.
  4. Reduction (and Pseudo-Reduction)', Index: 201004221, Reality and Appearance.
  5. ‘Subjectivity, Objectivity and Conjectivity’, Index: 201507281, Conclusion.
  6. Protagoras, cited by Socrates, in: Plato, ‘Theaetetus’, translated by M.J. Levett, revised by Myles Burnyeat, in: Complete Works, edited by John M. Cooper and D. S. Hutchinson, Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997, 152 / p. 169. “Man is the measure of all things: of the things which are, that they are, and of the things which are not, that they are not.”
  7. Socrates in: Ibidem, 171 b, c / p. 190. “But Protagoras again admits this judgment to be true, according to his written doctrine? […]. It will be disputed, then, by everyone, beginning with Protagoras –or rather, it will be admitted by him, when he grants to the person who contradicts him that he judges truly– when he does that, even Protagoras himself will be granting that neither a dog nor the 'man in the street' is the measure of anything at all which he has not learned.”
  8. Thrasymachus, cited by Socrates, in: Plato, ‘Republic’, translated by G.M.A. Grube, revised by C.D.C. Reeve, in: Complete Works, edited by John M. Cooper and D. S. Hutchinson, Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997, Book I, 338 e / p. 983. “This, then, is what I say justice is, the same in all cities, the advantage of the established rule. Since the established rule is surely stronger, anyone who reasons correctly will conclude that the just is the same everywhere, namely, the advantage of the stronger.”
  9. Thrasymachus, cited by Socrates, in: Ibidem, 341 / p. 985. Bold emphasis added. “A ruler, insofar as he is a ruler, never makes errors and unerringly decrees what is best for himself, [...].”
  10. ‘Competitive and Cooperative Communication’, Index: 201508031.
  11. ‘Academic Philosophy, The Subjective Spirit Summarized in Its Generality’, Index: 200806261.
Bibliografie
  • ‘Academic Philosophy, The Subjective Spirit Summarized in Its Generality’, Index: 200806261.
  • ‘Competitive and Cooperative Communication’, Index: 201508031.
  • Reduction (and Pseudo-Reduction)', Index: 201004221.
  • ‘Subjectivity, Objectivity and Conjectivity’, Index: 201507281.
  • ‘The Absolute Absolute’, Index: 201012051.
  • Plato, ‘Republic’, translated by G.M.A. Grube, revised by C.D.C. Reeve, in: Complete Works, edited by John M. Cooper and D. S. Hutchinson, Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997.
  • Plato, ‘Theaetetus’, translated by M.J. Levett, revised by Myles Burnyeat, in: Complete Works, edited by John M. Cooper and D. S. Hutchinson, Hackett Publishing Company, Indianapolis / Cambridge, 1997
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.