ARVINDUS

Contemplationam

Organisatie (en Organisie)

ORGANISATIE (EN ORGANISIE)

Het Nederlandse woord ‘organisatie’ kan [in lijn met het Engelse ‘organization’] in principe op twee manieren begrepen worden. Op de eerste manier refereert het aan de “actie van organiseren”1 en op de tweede manier refereert het aan een instituut.2 Het woord stamt [in lijn met zijn Engelse tegenhangers] via ‘organisme’ van het woord ‘orgaan’ dat etymologisch herleid kan worden tot het Griekse ‘órganon’,3 refererend aan een instrument of gereedschap.4 Uiteindelijk deelt het woord zijn etymologische wortel met ‘werk’ [in lijn met het Engelse 'work'] in het Indo-Europese ‘worg’.5 Voorgenoemde Griekse betekenis van ‘instrument’ is nog steeds levend in het huidige Nederlandse woord ‘orgaan’ [in lijn met het Engelse ‘organ’],6 en een organisatie kan dan begrepen worden als een instrumentalisering.

Nu wordt een instrument begrepen als “alles dat dient als of bijdraagt aan het bereiken van een doel; een middel”.7 Dus een organisatie dient een doel, is instrumenteel in het bereiken van een doel. Nu impliceert een doel het bestaan van een actualiteit die zich tot het doel verhoudt via een specifieke verandering of een transformatie. De toevoeging van ‘specifieke’ is belangrijk, want de actualiteit verandert altijd in nieuwe en verschillende actualiteiten, echter deze laatste zal niet altijd corresponderen met het desbetreffende doel, en dus moet de verandering specifiek zijn. Dat doel nu komt tot aanzijn via het voorzien van een specifieke mogelijkheid die beter wordt geacht dan de desbetreffende actualiteit en die dus bedoeld is om tot stand te worden gebracht. En voor dit tot stand brengen moet een specifiek transformatieproces plaatsvinden. Om nu dit specifieke transformatieproces te initiëren en dirigeren wordt een instrument toegepast. In een erg concreet voorbeeld kan een beeldhouwer een actuele rots zien en zijn verbetering als een standbeeld voorzien, waarna hij de verandering van de rots naar het standbeeld initieert en dirigeert met gebruik van een hamer en een beitel als instrumenten. En zo’n instrument kan een organisatie ook zijn. Een organisatie kan het gedirigeerde instrument zijn dat een actualiteit verandert in een voorzien doel.

Boven wordt een organisatie genoemd als een ‘gedirigeerd instrument’ en niet als een ‘dirigerend instrument’. Het is belangrijk om te onderscheiden tussen de dirigent en het gedirigeerde. Een dirigent is altijd een gecoördineerd, geïndividualiseerd bewustzijn, een mens,8 terwijl het gedirigeerde dat niet noodzakelijk, en in het geval van een organisatie nooit, is. Een organisatie komt tot aanzijn wanneer een dirigent een specifieke mogelijkheid voorziet die beter wordt geacht dan de actualiteit en die dus bedoeld is om tot stand te worden gebracht via het instellen van een organisatie. Bij het instellen van een organisatie wordt het voorziene doel vastgesteld door de formulering van de statuten. Het is in deze statuten dat de voorziene richting een relatieve permanentie wordt gegeven. Het door de dirigent instellen van een organisatie voor het bereiken van een voorzien doel kan dan ook vergeleken worden met het door een boogschutter afschieten van een pijl naar een doel. Wanneer de pijl eenmaal gedirigeerd en losgelaten is volgt deze zijn baan onafhankelijk van de boogschutter die zijn richting niet meer kan veranderen. Vergelijkbaar; wanneer een organisatie is gedirigeerd door de formulering van de statuten en zo ingesteld volgt deze zijn baan onafhankelijk van de dirigent.

Nu kan tegengeworpen worden dat na ingesteld te zijn een organisatie nog steeds geleid wordt door mensen, maar dit is principieel en in zijn algemeenheid niet waar. Mensen die binnen een organisatie werken leiden de organisatie niet, maar de organisatie leidt hen. De acties van organisatieleden worden hoofdzakelijk gedirigeerd door de organisatiestatuten en niet door hen zelf.

Het kan begrepen worden dat in het licht van juiste actie9 bovenstaande situatie nogal problematisch kan zijn. Juiste actie komt voort uit een verlicht bewustzijn,10 wat op zijn minst de aanwezigheid veronderstelt van gecoördineerd, individueel bewustzijn. Zo’n aanwezigheid leidt inderdaad niet noodzakelijk tot juiste actie, maar het is niettemin voorwaardelijk. En zo’n aanwezigheid heeft een organisatie niet. Een organisatie maakt gecoördineerd individueel bewustzijn ondergeschikt aan zijn statuten en is als een hamer met beitel die de controle hebben genomen over de beeldhouder in plaats van andersom. Het kan gezegd worden dat wanneer een organisatie wordt ingesteld deze zelf het doel is geworden in plaats van het doel waarvoor deze origineel werd ingesteld. Organisatieleden werken voor de vervulling van de statuten in plaats van voor het bereiken van het initiële doel. Dit geldt vooral voor oudere en gekristalliseerde organisaties waar de originele oprichter niet meer aanwezig is.

Een alternatief voor bovenstaande kan een volledige hiërarchische rangschikking zijn van individuele bewustzijns waar verantwoordelijkheden voor keuzes niet in steen worden gebeiteld maar worden gedelegeerd naar de desbetreffende passende bewustzijns. In dit model staan de meer geëvolueerde en verlichte bewustzijns bovenaan de hiërarchische ladder met de minder geëvolueerde en verlichte bewustzijns daaronder,11, 12 en ieder zal zijn eigen, bij zijn bewustzijn passende, verantwoordelijkheden gegeven worden. Op deze manier wordt de ‘organisie’, een neologisme gebruikt om het huidige model te onderscheiden van dat van organisaties, een externalisatie van de aard en de relaties van subjectiviteiten. Het zal echter duidelijk zijn dat dit alternatieve model alleen kan werken met de juiste inschatting van bewustzijns en dat nepotisme daarin geen plaats kan hebben. En voor het vermijden van een dergelijk nepotisme kunnen organisatiestatuten inderdaad een doel dienen. Maar alleen zolang de verlichte visie voor de juiste inschatting van bewustzijns ontbreekt.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, Organization, 1, a, 2, a.
  2. Webster’s New Dictionary of Synonyms, Merriam Webster, Springfield, 1984, p. 582.
  3. John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005, p. 360,
  4. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 1245.
  5. Zie noot 3.
  6. Oxford English Dictionary, organ, n.1, II, III.
  7. Ibidem, instrument, n, 1, a.
  8. ‘Secret Wisdom Teaching, Man on the Planes’, Index: 201212031, The Planes, Consciousness and Entities.
  9. ‘An Interpretation of the Bhagavadgītā, Chapter IV, Śloka 18’, Index: 201407251.
  10. ‘Spirituality, Ethics and Sense Giving’, Index: 200206122..
  11. ‘Secret Wisdom Teaching, Classifications of Humanity’, Index: 201404081.
  12. ‘Exoteric Classes and Esoteric Divisions of Humanity’, Index: 201406281..
Bibliografie
  • ‘An Interpretation of the Bhagavadgītā, Chapter IV, Śloka 18’, Index: 201407251.
  • ‘Exoteric Classes and Esoteric Divisions of Humanity’, Index: 201406281.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, Classifications of Humanity’, Index: 201404081.
  • ‘Secret Wisdom Teaching, Man on the Planes’, Index: 201212031.
  • ‘Spirituality, Ethics and Sense Giving’, Index: 200206122.
  • John Ayto, Word Origins, The Hidden Histories of English Words from A to Z, A & C Black, London, 2005.
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Webster’s New Dictionary of Synonyms, Merriam Webster, Springfield, 1984..