ARVINDUS

Contemplationam

Transseksualisme en Transgenderisme

TRANSSEKSUALISME EN TRANSGENDERISME

Transseksualisme en transgenderisme zijn gevoelige onderwerpen. Dit heeft enerzijds te maken met de afkeurende en soms zelfs vijandige reacties die deze kunnen oproepen en anderzijds met de sterk beschermende reactie op zulke afkeuringen en vijandigheden. Ondanks de mogelijke gevoeligheid van deze onderwerpen zullen transseksualisme en transgenderisme echter hier gecontempleerd worden waarbij er noch sprake zal zijn van vijandigheid, noch van bescherming. De onderwerpen worden contemplatief benaderd.

Etymosofie

Transseksualisme wordt begrepen als ‘de staat of conditie van transseksueel zijn, gemanifesteerd in een overweldigend verlangen om tot de tegengestelde sekse te behoren’.1 Het woord ‘transseksualisme’ is afgeleid van het woord ‘transseksueel’ dat begrepen wordt als ‘het hebben van fysieke karakteristieken van de ene sekse en de psychische karakteristieken van de andere’.2 Transseksualisme moet niet verward worden met transseksualiteit zoals seksualisme niet moet verward worden met seksualiteit. Seksualisme heeft betrekking op het hebben van geslachtskenmerken3 terwijl seksualiteit betrekking heeft op de beleving van seks,4 waarbij seks betrekking heeft op ‘handelingen en gevoelens die te maken hebben met lichamelijke opwinding en vrijen’.5 Het woord ‘transseksualisme’ bestaat uit het voorvoegsel ‘trans’ en het woord 'seksualisme’. ‘Trans’ betekent in zijn algemeenheid ‘voorbij aan’6 en stamt via het Latijnse voorzetsel ‘trans’7 dat dezelfde betekenis kent,8 van het Sanskriet woord ‘tirah’ of ‘tiras’9 wat vergelijkbare betekenissen draagt10 en ook de wortel is van het Duitse ‘durch’, het Engelse ‘through’ en het Nederlandse ‘door’11. De Sanskriet wortel van ‘tiras’ wordt geacht ‘trī’ te zijn, wat ook weer vergelijkbare betekenissen draagt. Het woord ‘seksualisme’, stammend van ‘seks’, werd eerder etymosofisch gecontempleerd en stamt uiteindelijk van het proto-Indo-Europese woord ‘sek’, wat refereert aan een scheiding.12 Transseksualisme kan dan begrepen worden als het voorbij gaan aan het eigen gescheiden geslacht.

In bovenstaande beschouwing moet seksualisme niet verward worden met genderisme. Ofschoon ‘gender’ ook wordt gebruikt als synoniem voor ‘sekse’13 heeft in consensus seksualisme primair betrekking op de fysieke geslachten terwijl genderisme veeleer betrekking heeft op de psychosociale waardentoekenningen daaraan.14, 15 Het woord ‘gender’ stamt via het Latijnse ‘genus’, dat een subdivisie of soort aanduidt,16 van het Griekse ‘génos’,17 dat hetzelfde betekent18. De uiteindelijke Griekse wortel wordt gevonden in het woord ‘gen’ dat ‘produceren’ betekent.19 Ofschoon, zeker gezien de etymosofische verwantschap met het woord ‘gen’,20 het woord ‘gender’ oorspronkelijk vooral betrekking lijkt te hebben op het fysieke onderscheid tussen man en vrouw wordt het tegenwoordig niettemin gebruikt voor referentie aan het psychsociale onderscheid tussen die twee, en dit vooral ter onderscheiding van het dominant in gebruik geraakte woord ‘sekse’. Dus zoals we transseksualisme kwamen te begrijpen als ‘de manifestatie van een overweldigend verlangen om tot de tegengestelde sekse te behoren’ daar komen we nu transgenderisme dus te begrijpen als ‘de manifestatie van een overweldigend verlangen om tot het tegengestelde gender te behoren’.

Nu moet transseksualisme niet verward worden met androgynisme. Die laatste duidt in het hedendaagse taalgebruik immers slechts een fysieke tweeslachtigheid aan.21 Het duidt een integratie van de twee geslachten aan, waar transseksualisme een voorbij gaan aan de scheiding van die twee aanduidt. De term ‘androgynisme’ stamt via het Latijnse ‘androgynus’ van het Griekse ‘androgynos’ dat is samengesteld uit de woorden ‘ándro’, dat ‘man’ betekent, en ‘gyné’, dat ‘vrouw’ betekent.22 Als synoniem voor ‘androgynisme’ wordt ook wel de term ‘hermafroditisme’ gebruikt.23 Deze term vindt zijn bron via het Latijnse ‘hermaphrodītus’ in het Griekse ‘ermafrodītos’,24 wat in de Griekse mythologie de naam is van de zoon van Hermes en Aphrodite die vergroeide met de nymf Salmacis en zo tweeslachtig werd.25 Ermafrodītos is dus een mythologische god en omdat mythologische goden veelal archetypische algemeenheden vertegenwoordigen kan gesteld worden dat de term ‘hermafroditisme’ veeleer een algemene tweeslachtigheid aanduidt dan ‘androgynisme’ dat concreter refereert aan een fysieke tweeslachtigheid. Aldus zullen we ‘androgynisme’ toepassen op fysieke integratie van de twee seksen en ‘hermafroditisme’ op fysieke en psychosociale integratie van de twee seksen en genders. 'Hermafroditisme' toepassen op enkel die laatste zou teveel in conflict raken met het alledaagse gebruik van dat woord en het woord speelt geen sleutelrol in deze contemplatie.

Wat terminologie betreft draagt de academische psychologie ook nog aardig bij aan de verwarring van termen. Iets wat zij zelf ook erkennen.26 De dekkende term die de academische psychologie gebruikt is ‘genderdysforie’.27 Het woord ‘gender’ wordt hierbij ook door hen gebruikt als psychosociale referentie ter onderscheiding van de fysieke referentie van het woord ‘sekse’.28 Het woord ‘dysforie’ draagt de betekenis van ‘ongemak’ en is afkomstig van het Griekse ‘dysphoría’29 dat hetzelfde betekent.30 ‘Genderdysforie’ heeft dan betrekking op een ongemak met het eigen gender.31 Het begrip ‘dysforie’ kan natuurlijk ook betrekking hebben op de sekse wanneer iemand ongemak heeft met de eigen sekse, in welk geval gesproken kan worden van ‘seksedysforie’. Ook hier zien we een enorme discrepantie tussen de veelgebruikte term ‘transseksualisme’ en de academisch psychologische term ‘genderdysforie’.

Laten we voor we verder gaan met deze contemplatie de definities ter verduidelijking nog even op een rij zetten in figuur 1.

Seks Handelingen en gevoelens die te maken hebben met lichamelijke opwinding en vrijen
Seksualiteit De beleving van seks
Seksualisme Betrekking hebbend op de fysieke geslachten
Genderisme Betrekking hebbend op de psychosociale waardentoekenningen aan de fysieke geslachten
Transseksualisme De manifestatie van een overweldigend verlangen om tot de tegengestelde (fysieke) sekse te behoren
Transgenderisme De manifestatie van een overweldigend verlangen om tot het tegengestelde (psychosociale) gender te behoren
Androgynisme Integratie van de twee (fysieke) seksen
Hermafroditisme Integratie van de twee (fysieke en psychosociale) seksen en genders
Seksedysforie Een ongemak met de eigen (fysieke) sekse
Genderdysforie Een ongemak met het eigen (psychosociale) gender

Figuur 1.

Fysiek, psyche, sociaal

Over bovenstaande definities moet het volgende worden opgemerkt. Op de eerste plaats moet het duidelijk gesteld worden dat de ongemakken die zich voordoen bij zowel genderdysforie als seksedysforie (of bij transgenderisme en transseksualisme) psychosociale ongemakken zijn. Beide dysforieën betreffen ongemakken die zich voordoen bij het manifesteren van overweldigende verlangens. Seksedysforie of transseksualisme betreft dus geen fysiek ongemak. Verder moet worden opgemerkt dat waar wordt gesproken over psychosociale ongemakken deze kunnen worden onderverdeeld in psychische ongemakken en sociale ongemakken. Sociale ongemakken hebben vooral te maken met waardentoekenningen door de maatschappij terwijl psychische ongemakken vooral te maken hebben met waardentoekenningen door het individu zelf dat ongemak ondervindt. Er kan gesteld worden dat een transseksualist psychisch ongemak voelt bij de eigen fysieke sekse terwijl een transgenderist psychisch ongemak voelt bij het eigen sociale gender. Dit geeft een overzicht als in onderstaande figuur.

Transseksualisme Transgenderisme
Sekse Gender
Fysiek Psyche Sociaal

Figuur 2.

In deze figuur 2 zien we hoe het ongemak over de sekse bij transseksualisme zich uitstrekt vanuit het fysieke gebied tot in de psyche en hoe het ongemak over het gender bij transgenderisme zich uitstrekt vanuit het sociale gebied tot in de psyche. Transgenderisme herdefiniëren we dan als ‘de manifestatie van een overweldigend verlangen om tot het tegengestelde (sociale) gender te behoren’ en genderdysforie herdefiniëren we dan als ‘een ongemak met het eigen (sociale) gender’, waarbij we in beide definities enkel de term ‘psychosociale’ hebben vervangen door ‘sociale’.

Nu is voorgenoemde psyche dus beïnvloedbaar door de fysieke en sociale domeinen maar deze heeft tegelijkertijd een zekere zelfstandigheid. De beïnvloeding door het fysieke, of het lichamelijke, domein vindt zijn weg naar de psyche via de instincten, de emoties en het denken, welke de referenten zijn van de academische psychologie wanneer deze over ‘psyche’ spreekt. Beïnvloeding door het sociale domein vindt abstract gezegd plaats door communicatie van de algemene psychische toestand van het sociale domein waarvan het desbetreffende individu deel uit maakt, of iets concreter gezegd door communicatie van de psychische gesteldheden van de omringende individuen. De zelfstandigheid ontleent de psyche aan het bewustzijnsprincipe dat in zijn zelfstandigheid tot op heden nog nauwelijks onderwerp van onderzoek is van de academische psychologie en sociologie. Een individu kan bijvoorbeeld psychisch beïnvloed worden door de instinctieve drang naar seksuele uitdrukking die op geheel eigen wijze de emoties en vervolgens het denken met betrekking tot seksualiteit beïnvloedt. En dat individu kan bijvoorbeeld ook op geheel eigen wijze psychisch beïnvloed worden door de communicatie van afkeuring door zijn omgeving over zijn voor zijn sekse of gender afwijkende gedrag. De mate van bewustzijn in de psyche zal daarbij bepalend zijn in hoeverre het desbetreffende individu zich laat beïnvloeden door deze twee factoren. Dat de psyche een zekere zelfstandigheid heeft ten aanzien van het fysieke lichaam en de sociale omgeving toont zich juist heel goed in het hier besproken transseksualisme en transgenderisme. Immers in transseksualisme wordt door de psyche afstand genomen van de eigen fysieke sekse en in transgenderisme wordt door de psyche afstand genomen van de omringende sociale gendernormering.

Dit allemaal beschouwd hebbende zal het duidelijk zijn dat er drie mogelijke niveaus van interventie zijn om transseksualistische en transgenderistische ongemakken weg te nemen. Het eerste hier te benoemen niveau is dat van de sociale omgeving. Door sociale gendernormeringen te verruimen of te veranderen (bij voorkeur die eerste) kan afkeurende communicatie door de maatschappij over van de sekse afwijkende gedragingen worden omgezet naar goedkeurende communicatie, wat met name bij de transgenderist veel sociaal ongemak kan wegnemen. Op het moment is er veel aandacht voor verruiming en verandering van gendernormeringen. Dit strekt zich uit van (discussies over) het stimuleren van de carrièregerichtheid van vrouwen tot sekseneutrale registraties op identiteitsbewijzen.

Het tweede te noemen niveau is dat van de psyche. Door psychotherapieën aan te bieden wordt getracht om psychisch ongemak van transseksualisten en transgenderisten weg te nemen. Dit trekt op het moment niet de meeste aandacht in het publieke debat, maar voordat er fysiek wordt geïntervenieerd vinden standaard wel eerst psychodiagnostische gesprekken plaats, waarna in geval van transseksualisme kan worden besloten voor de weg van fysieke interventie of voor die van psychotherapeutische interventie.

Het derde hier te benoemen niveau is dan dat van de fysieke sekse. Door de vorderingen van de medische wetenschappen is het tegenwoordig mogelijk om hormoontherapieën met hormooninname en geslachtsveranderende operaties te ondergaan, wat met name ongemak bij de transseksualist geacht wordt weg te nemen. Omdat deze wetenschappen echter nog niet dusdanig gevorderd zijn dat geslachtsorganen volledig natuurgetrouw geïntegreerd kunnen worden met het fysieke lichaam zijn de resultaten nog niet altijd honderd procent bevredigend. Ook deze interventie staat op het moment volop in de aandacht.

Het is uiteraard van groot belang dat per geval voor de juiste interventie wordt gekozen. En die keuze moet gebaseerd zijn op waar de oorzaak van het probleem gevonden wordt. Immers zonder het wegnemen van de oorzaak zal deze altijd weer nieuwe problemen voort brengen. Wanneer de oorzaak van transgenderisme bijvoorbeeld gelegen is in een disfunctioneren op het sociale niveau dan zal daar moeten worden ingegrepen. Dit geldt zo ook voor transseksualisme en transgenderisme wanneer de oorzaken gelegen zijn in een psychisch disfunctioneren. En wanneer bij transseksualisme de oorzaken gelegen zijn in een fysiek disfunctioneren dan zal op dat gebied ingegrepen moeten worden. Echter waar er geen sprake van disfunctioneren is op een bepaald gebied dan is het niet raadzaam om daarin in te grijpen. Op functionerende gebieden kan worden ingegrepen om het functioneren aldaar te verbeteren en te verheffen, maar niet om problemen op te lossen waarvan de oorzaken op andere gebieden gelegen zijn. Ingrijpen op goed functionerende gebieden om problemen met elders gelegen oorzaken op te lossen zonder de intentie te hebben om het functioneren zelf te verheffen brengt grote risico’s op balansverstoringen met zich mee. Het gezegde dat niet iedere verandering een verbetering is gaat hier op.

Bovenstaande waarschuwing geldt voor alle gebieden van interventie, doch op sommige gebieden is de nood aan een waarschuwing meer geboden dan op andere gebieden. Op sociaal niveau doen zich nog steeds veel problemen voor met betrekking tot genderopvattingen, en hoewel niet iedere specifieke interventie daar even gewenst is kan het in zijn algemeenheid wel als deugddoend worden beschouwd dat hier wordt geïntervenieerd met als doel het wegnemen van de oorzaken en het oplossen van problemen van transgenderistische ongemakken.

Op fysiek niveau echter wordt voor het oplossen en wegnemen van transseksualistische problemen en ongemakken op het moment veel geïntervenieerd terwijl er geen enkele sprake is van een disfunctioneren van de geslachtsorganen. Er worden daar dan geen oorzaken van ongemakken weggenomen en de kans is zeer reëel aanwezig dat op een later tijdstip de niet weggenomen oorzaak zich elders op een andere manier zal openbaren. Tevens is een dergelijke ingreep fysiek ingrijpend en kan er een grote verstoring van de balans op dat gebied optreden.

De reden dat tegenwoordig zo vaak geopteerd wordt voor een fysiek ingrijpen bij transseksualisme heeft ironisch genoeg te maken met de angst voor een onterechte medicalisering van transseksualisme. Men is bang om als intolerant bestempeld te worden wanneer transseksualisme als psychische aandoening benoemd zou worden. Dit houdt verband met de, al dan niet terechte, verwantschap van transseksualisme met homoseksualiteit. In het kader van tolerantie is er maatschappelijk veel weerstand tegen het benoemen van homoseksualiteit als psychische aandoening. Omdat transseksualisme als ‘transgenderisme’ in één adem wordt genoemd met lesbianisme, homoseksualiteit en biseksualiteit (de bekende lhbt-groep) neigt men er toe om de dominante maatschappelijke opvattingen ten aanzien van homoseksualiteit ook toe te passen op transseksualisme. Dit is ondoordacht en ook ongewenst omdat elk een eigen benadering behoeft. Bij transseksualisme zou eigenlijk, om eerder genoemde redenen, meer aandacht geschonken moeten worden aan het psychische aspect en minder aan het fysieke.

Interventie op het psychische gebied kan zowel voor transseksualisten als transgenderisten heel zinvol zijn, en vaak zelfs essentieel. Toch wordt hier in het publieke debat over transseksualisme en transgenderisme erg weinig over gesproken vanwege bovengenoemde angst voor intolerantie bij het medicaliseren van transseksualisme en (in mindere mate) transgenderisme. Dus blijft het vaak bij het thematiseren van interventies op de sociale en fysieke gebieden. Deze maatschappelijke aandacht heeft dan vervolgens ook zijn weerslag op de behandeling van voorgenoemde ongemakken waarin psychische interventie minder aandacht krijgt dan dat deze eigenlijk verdient.

Transcendentaalpsychologie

Vanwege zijn al dan niet terechte affiliatie met homoseksualiteit, waarvan een medicalisering maatschappelijk veelal wordt opgevat als intolerantie, neigt de maatschappij ertoe voorzichtig te zijn met het geven van aandacht aan psychische interventie in gevallen van transseksualisme en transgenderisme. In veel gevallen wordt daarmee interventie op niveaus waar problemen zich werkelijk voordoen en waar ze hun oorzaak hebben omzeild. Psychische interventie kent echter ook zijn eigen problemen. De grootste beperking van de hedendaagse psychologie is zijn beperkte dimensionaliteit. Deze reikt niet uit buiten de instincten, emoties en gedachten, en op zijn ruimst worden enkel lichamelijkheid en socialiteit als relaties mede in beschouwing genomen. Doch iedere gedachte aan transcendentie wordt vermeden. Dit is problematisch omdat daarmee oorzaken van en oplossingen voor problemen die met transcendentie te maken hebben niet in beschouwing worden genomen.

Transseksualisme en transgenderisme kunnen zowel transcendentgerelateerde als niet-transcendentgerelateerde oorzaken hebben. Transcendentgerelateerde oorzaken hebben te maken met de wetten die gehanteerd worden bij het tot lichamelijke geboorte komen van het transcendente menselijke gegeven. Het lichamelijk geboren worden van het transcendente menselijke gegeven heeft altijd redenen die de desbetreffende lichamelijkheid zelf overstijgen. Lichamelijke geboortes staan in het teken van verruiming van het transcendente gegeven, staan in het teken van bewustzijnsverruiming. Lichamelijke geboorte bij een specifieke familie in een specifiek lichaam, en daarmee ook met een specifieke sekse, hebben daar een plaats in. Een ziel die als transcendent menselijk gegeven incarnerend lichamelijk tot geboorte komt als man of als vrouw heeft daar vaak een bijzondere reden voor. Als bijvoorbeeld een serie incarnaties als vrouw heeft plaatsgevonden dan kan het voor het uitbalanceren van het incarnerende bewustzijn van waarde zijn om daaropvolgend als man te incarneren. Tegelijkertijd kan zo’n incarnatie dan echter aanleiding zijn tot transseksualisme en / of transgenderisme. Het bewustzijn neemt ergens in het diepe de herinneringen en ervaringen uit de serie vrouwelijke incarnaties mee en de mannelijke sekse en het mannelijke gender kunnen dan aanvoelen al niet passend. Deze herinneringen hebben vanuit het suprapsychische niveau dan een weg gevonden naar de psyche waar ze zich op een bepaalde manier manifesteren.

Boven werd een transcendentgerelateerde oorzaak van transseksualisme en transgenderisme beschreven. Deze twee kunnen echter ook niet-transcendentgerelateerde oorzaken hebben. Mensen kunnen bijvoorbeeld psychisch bevangen en gefascineerd raken door zaken die zich in de wereld voordoen. Blootstelling aan beelden van en verhalen over transseksualisme en transgenderisme kan beïnvloedbare mensen tot een zekere nabootsing brengen die zover gaat als identificatie. Dit is vergelijkbaar met de agnost die in zulk een mate bevangen wordt door islamitische leerstellingen en culturen dat hij zich bekeert en zichzelf als moslim gaat zien. In zulke gevallen is de oorzaak van transseksualisme en transgenderisme psychosociaal en niet transcendentgerelateerd.

Verrijkt met bovenstaande inzichten kan opnieuw gekeken worden naar de mogelijkheden van interventie. Vanuit het perspectief van de transcendentie zal het duidelijk zijn dat interventie altijd gericht moet zijn op het ondersteunen, of op zijn minst het niet belemmeren, van incarnatie-overstijgende bewustzijnsverruiming en bewustzijnsveredeling. Het verfijnen en veredelen van de lichamelijkheid hangt daar ook mee samen.32 Interventies op fysiek niveau middels geslachtsveranderende operaties en hormoontherapieën dragen niet bij aan het verfijnen en veredelen van het lichaam en het bewustzijn en kunnen vanuit het ruimere perspectief zelfs belemmerend zijn. Deze worden dus zeker niet aangeraden. Interventies in het sociale domein daarentegen kunnen wel bijdragen aan een algemene bewustzijnsverruiming wanneer ze gericht zijn op het neutraliseren van genderrollen. Met ‘neutraliseren van genderrollen’ wordt bedoeld het primair stellen van het menszijn van individuen en het naar een secundaire plaats dirigeren van de aard van hun sekse. Er moet hier wel benadrukt worden dat het hier gaat om het neutraliseren van genderrollen en niet van sekserollen die heel specifiek en niet uitwisselbaar kunnen zijn. Ook interventies in de individuele psyche kunnen uitstekend bijdragen aan bewustzijnsverruiming en -veredeling. Ook hierbij is het belangrijk om de nadruk te leggen op het primair stellen van het menszijn van het individu en het naar een secundaire plaats dirigeren van de aard van de specifieke sekse. Er zijn immers slechts weinig zaken in het leven waarvoor een individu man of vrouw moet zijn. Voor de meeste dingen is het genoeg om mens te zijn. Dit gegeven tot doorvoeld inzicht te brengen bij transseksualisten en transgenderisten kan van grote waarde zijn bij het wegnemen van de ongemakken met de eigen sekse en / of het eigen gender.

Bovengenoemde interventie in de psyche waarbij de nadruk wordt gelegd op het primaire menszijn en het secundaire geslachtelijk zijn van het individu zal gemakkelijker zijn binnen de transcendentaalpsychologie van de nieuwe tijd dan binnen de hedendaagse reductionistische psychologie. Die laatste reduceert het menszijn immers uiteindelijk tot zijn lichamelijkheid met zijn breinprocessen. Een lichamelijkheid die bijna altijd inherent seksualistisch gedifferentieerd is (met uitzondering van enkele androgynistische gevallen). Transcendentaalpsychologie neemt echter ook het sekseneutrale transcendentale deel van de menselijke constitutie in overweging en is daarmee geschikter bij het tot stand brengen van sekseneutrale inzichten in het menszijn.

Samenvatting

Er werd voorgenomen om de onderwerpen van transseksualisme en transgenderisme ondanks de mogelijke gevoeligheden te contempleren. Gestart werd met een etymosofie van de termen. Transseksualisme betreft de manifestatie van een overweldigend verlangen om tot de tegengestelde (fysieke) sekse te behoren of als seksedysforie een ongemak met de eigen (fysieke) sekse, en transgenderisme betreft de manifestatie van een overweldigend verlangen om tot het tegengestelde (sociale) gender te behoren of als genderdysforie een ongemak met het eigen (sociale) gender. Vervolgens werden de fysieke, de psychische en de sociale niveaus van de thema’s verkend. Op alle drie de gebieden vinden er tegenwoordig interventies plaats om psychisch verlangen en ongemak weg te nemen. Hierbij wordt echter niet altijd geïntervenieerd op de gebieden waar de oorzaken en het disfunctioneren zijn gelegen. De huidige interventies op fysiek gebied werden afgeraden, die op sociaal gebied werden verwelkomd en voor die op het psychisch gebied werd meer aandacht gevraagd. Hierbij werd de voorkeur kenbaar gemaakt voor een nieuwetijds transcendentaalpsychologie boven de hedendaagse reductionistische psychologie. Een transcendentaalpsychologie zal namelijk beter in staat zijn om, vanuit zijn visie op de mens als zijnde primair seksloos, het individu tot ingevoeld inzicht te brengen dat het in zijn bestaan primair draait om mens te zijn en slechts secundair om man of vrouw te zijn.

Noten
  1. Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009, transsexualism.
  2. Ibidem, transsexual, A, 1.
  3. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, zoeksoftware, versie 2.0, Van Dale Lexicografie bv, Utrecht / Antwerpen, 2002, seksualisme.
  4. Ibidem, seksualiteit.
  5. Ibidem, seks.
  6. Oxford English Dictionary, trans-, prefix.
  7. Ibidem.
  8. Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968, p. 1961.
  9. Ibidem.
  10. Monier Williams, A Sanskrit-English Dictionary, Etymologically and Philologically Arranged, With Special Reference to Greek, Latin, Gothic, German, Anglo-Saxon, and Other Cognate Indo-European Languages, The Clarendon Press, Oxford, 1862, p. 374.
  11. Ibidem.
  12. ‘Contemplationam, Sex: Unity Cut into Duality’, Index: 201001091.
  13. Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, gender, 1.
  14. Ibidem, 2.
  15. Oxford English Dictionary, gender, n., 3, b.
  16. Oxford Latin Dictionary, p. 760.
  17. Oxford English Dictionary, gender, n.
  18. Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996, p. 344.
  19. Zie noot 19.
  20. Oxford English Dictionary, gene1.
  21. Ibidem, androgyne, n., 1.
  22. Ibidem. androgyne, n.
  23. Zie noot 23.
  24. Oxford English Dictionary, hermaphroditism.
  25. Mike Dixon-Kennedy, Encyclopedia of Greco-Roman Mythology, ABC-CLIO, Santa Barbara, 1998, p. 160.
  26. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, American Psychiatric Association, Washington / London, 2013, p. 451. “The area of sex and gender is highly controversial and has led to a proliferation of terms whose meanings vary over time and within and between disciplines.”
  27. Ibidem.
  28. Ibidem.
  29. Oxford English Dictionary, dysphoria.
  30. A Greek-English Lexicon, p. 462.
  31. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, p. 451.“Gender dysphoria as a general descriptive term refers to an individual's affective/ cognitive discontent with the assigned gender but is more specifically defined when used as a diagnostic category.”
  32. ‘Contemplationam, Seks en Liefde’, Index: 201906191
Bibliografie
  • ‘Contemplationam, Seks en Liefde’, Index: 201906191.
  • ‘Contemplationam, Sex: Unity Cut into Duality’, Index: 201001091.
  • Mike Dixon-Kennedy, Encyclopedia of Greco-Roman Mythology, ABC-CLIO, Santa Barbara, 1998.
  • Henry George Liddell, and Robert Scott, A Greek-English Lexicon, Oxford University Press, Oxford, 1996.
  • Monier Williams, A Sanskrit-English Dictionary, Etymologically and Philologically Arranged, With Special Reference to Greek, Latin, Gothic, German, Anglo-Saxon, and Other Cognate Indo-European Languages, The Clarendon Press, Oxford, 1862.
  • Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, American Psychiatric Association, Washington / London, 2013.
  • Oxford English Dictionary, Second Edition on CD-ROM (v. 4.0), Oxford University Press, 2009.
  • Oxford Latin Dictionary, Oxford University Press, London, 1968.
  • Van Dale Groot Woordenboek Hedendaags Nederlands, zoeksoftware, versie 2.0, Van Dale Lexicografie bv, Utrecht / Antwerpen, 2002.