Arvindus

Tijdloze wijsheid

De draden

Inleiding

In de tijdloze wijsheid wordt melding gemaakt van zekere draden in de mens. Deze contemplatie heeft deze draden als zijn onderwerp.

Laten we, alvorens de specifieke draden in overweging te nemen, eerst een blik werpen op het concept van draden in zijn algemeenheid. 'Wat is een draad?' vragen we onszelf hier af. Aangezien in de tijdloze wijsheid het woord 'draad' verwisselbaar wordt gebruikt met het woord 'kanaal'1, 2 kan een draad als zodanig begrepen worden. Een draad is een kanaal. En wat hij kanaliseert is energie of kracht,3 een draad ook begrijpbaar makend als een lijn van energie of kracht.4 Nu maakt de tijdloze wijsheid niet alleen melding van lijnen van energie of kracht, maar ook van centra van energie of kracht.5 Met de draden als deze centra verbindend en energie en kracht tussen deze overbrengend kunnen draden aldus ook begrepen worden als lijnen van communicatie of lijnen van overbrenging.6

Hier moet vermeld worden dat symbolisch horizontale lijnen en verticale lijnen verbeeld kunnen worden. Verticale lijnen kunnen hier beschouwd worden als draden die centra op verschillende (sub)gebieden verbinden en horizontale lijnen als draden die centra op het zelfde (sub)gebied verbinden.7 We zullen onze meer specifieke beschouwing op de draden starten met de verticale.

De verticale draden

De 'verticale draden', zoals we ze boven genoemd hebben, kunnen het best uitgelegd worden door ze te behandelen in een chronologische schets van menselijke in- en evolutie.

De levensdraad

Zulk een schets over menselijke in- en evolutie start met de involutionaire boog waar geest neerdaalt in materie.8 Door deze nederdaling verenigen de grote dualiteiten van geest en materie. Dit is een kosmologische gebeurtenis welke gereflecteerd wordt in een mens in de nederdaling van de menselijke geest in het fysieke lichaam.9 Deze menselijke geest, ook 'monade' genaamd, betreft het levensbeginsel,10 en dit levensbeginsel verenigt zich met het menselijk lichaam in het hart.11 Het is deze lijn van de monade naar het hart welke de eerste verticale draad onder beschouwing betreft. Deze draad wordt '(eigenlijke) levensdraad' of '(eigenlijke) sutratma' genoemd.12 Op dit punt van onze chronologische schets moeten we niet denken aan de mens en het menselijk lichaam zoals ze nu zijn. Eigenlijk zijn ze op dit punt helemaal niet menselijk. Het enige dat de nederdaling van geest in materie initieel mogelijk heeft gemaakt is het tot aanzijn komen van levende vormen, van levensvormen.

De bewustzijnsdraad

Zoals nu is gethematiseerd in een eerdere contemplatie brengt de nederdaling van geest in materie, de eenwording van geest en materie, een derde gegeven voort, namelijk dat van bewustzijn (zijnde het beginsel van de ziel).13 Levende wezens hebben een bepaald bewustzijn. Dit bewustzijn echter is niet statisch. Het beweegt naar een dominantie van materie over geest op de involutionaire boog en naar een dominantie van geest over materie op de evolutionaire boog.14 Initieel nu is het bewustzijn van de levende wezens niet het zelfbewustzijn van een mens. Menselijk bewustzijn wordt beschouwd als coherent of gecoördineerd bewustzijn terwijl dat van submenselijke wezens beschouwd wordt als incoherent of ongecoördineerd.15 Submenselijke wezens hebben aldus geen individuele ziel, zoals mensen, maar hebben een zogenaamde 'groepsziel'.16 Wanneer deze groepsziel de materie van de lichamen van de submenselijke wezens ontwikkeld heeft tot een bepaalde graad van verfijndheid dan individualiseert de groepsziel en komen de individuele menselijke zielen tot aanzijn.17 Met deze individualisatie wordt een tweede draad, de bewustzijnsdraad, verankerd van de menselijke ziel in het menselijk lichaam, in dit geval in het hoofd.18

De scheppingsdraad

De boven genoemde individualisatie waar een menselijke ziel tot aanzijn komt vindt plaats wanneer het laagste gebied van de ziel (hoger of abstract denken) zich verenigt met het hoogste gebied van de persoonlijkheid (lager of concreet denken). Dit is een microkosmische reflectie van het verschijnen van bewustzijn in de macrokosmische vereniging van geest met materie.19 En aldus zullen in mensen ook een involutionaire en evolutionaire boog gevonden worden. Vanuit ons chronologisch perspectief kan de levensdraad, zich in het hart verankerend, en de bewustzijnsdraad, zich in het hoofd verankerend, gezien worden als involutionair omdat deze draden, zogezegd, naar beneden geworpen worden vanuit de monade en de ziel naar het lichaam en de persoonlijkheid. De situatie is echter anders in het geval van de scheppingsdraad. De mens bestaat uit monade, ziel en persoonlijkheid, maar de persoonlijkheid bestaat ook uit een drievoud, namelijk die van het fysieke samen met het etherische, het astrale en het mentale lichaam.20 De scheppingsdraad nu wordt geweven tussen deze drie lichamen door de persoonlijkheid zelf. Hij wordt geweven tussen het fysieke en etherische, het etherische en het astrale, en het astrale en het mentale lichaam.21 Deze scheppingsdraad, wanneer voldoende geconstrueerd, wordt verankerd in de keel.22 Vanuit het perspectief van de drievoudige persoonlijkheid kan deze draad beschouwd worden als geweven op de evolutionaire boog aangezien deze omhoog geconstrueerd wordt vanuit het fysieke naar het mentale lichaam. Echter vanuit het perspectief van de drievoudige mens, bestaande uit monade, ziel en persoonlijkheid, kan het weven van de scheppingsdraad gezien worden als een periode van evenwicht omdat geen waarneembare beweging plaats vindt tussen de drie voorgenoemde beginselen. Het weven van de scheppingsdraad is eigenlijk een periode van omkering en van heroriëntatie waarin het bewustzijn beweegt van gericht zijnde naar materie naar gericht zijnde naar geest.

De antahkarana

Wanneer de scheppingsdraad is geweven wordt de persoonlijkheid gecoördineerd of geïntegreerd,23, 24 en zijn aandacht wordt dan omhoog gericht, in eerste instantie naar de ziel.25 Daar echter moet een kloof worden overbrugd. Op de involutionaire boog heeft de ziel de kloof met de persoonlijkheid overbrugd via de bewustzijnsdraad, maar nu moet de persoonlijkheid zelf deze overbruggen. Deze draad die gebouwd wordt door de persoonlijkheid en die de persoonlijkheid met de ziel verbindt wordt technisch de 'antahkarana' genoemd, (of 'antaskarana', ook bekend als de 'regenboogbrug').26, 27, 28 Deze brug wordt gebouwd tussen het lagere of concrete denken van de persoonlijkheid en het hogere of abstracte denken van de ziel,29 en als zodanig wordt hij beschouwd als een extensie van de scheppingsdraad.30 Hij bestaat echter niet alleen uit deze extensie. De antahkarana is drievoudig en de brug tussen het lagere en hogere denken sluit de bovengenoemde levensdraad en bewustzijnsdraad in.31 Deze laatste echter gaan niet via de egoïsche lotus, zoals de (extensie van de) scheppingsdraad dat wel doet.32, 33 In het door de egoïsche lotus gaan zijn de bladen van deze lotus (kennis, liefde en opoffering)34 mediërend. De antahkarana verbindt het atmisch permanent atoom via de opofferingsbladen met het fysieke permanente atoom in de egoïsche lotus, het buddhische permanente atoom via de liefdesbladen met het astrale permanent atoom in de egoïsche lotus en het manasische permanent atoom via de kennisbladen met de mentale eenheid in de egoïsche lotus.35 Neem er notie van dat dit deel van de antahkarana een drievoudige divisie van de extensie van de scheppingsdraad betreft binnenin de egoïsche lotus. Dus we hebben de antahkarana als drievoud bestaande uit de levensdraad, de bewustzijnsdraad en de (extensie van de) scheppingsdraad en als een zesvoud wanneer binnenin de egoïsche lotus de extensie van de scheppingsdraad beschouwd wordt in zijn drievoud.

Nu in plaats van drievoudig of zesvoudig wordt de antahkarana soms ook beschouwd als duaal van aard, bestaande enkel uit de bewustzijns- en de (extensie van de) scheppingsdraad, hoewel dit toegegeven wordt een minder nauwkeurige zienswijze te zijn.36 In deze zienswijze kan de term 'antahkarana' gebruikt synoniem gebruikt worden met de term 'bewustzijnsdraad'.37 In dit geval wordt bewustzijn niet slechts beschouwd in zijn involutionaire beweging van ziel naar persoonlijkheid maar ook in een evolutionaire beweging van persoonlijkheid naar ziel.

Tot zover werd de antahkarana enkel beschouwd als de brug tussen de persoonlijkheid en de ziel, maar deze brug betreft enkel de helft van de antahkarana38 ('eigenlijke antahkarana' genoemd wordend), want de term kan ook van toepassing zijn op de gehele brug tussen de persoonlijkheid en de monade39 (waarbij uiteindelijk bij de vernietiging van de egoïsche lotus of het oorzakelijk lichaam de ziel overgeslagen wordt en een directe monade-persoonlijkheid relatie gevestigd wordt).40, 41

Deze kijk op de draden in het geval wanneer het oorzakelijk lichaam vernietigd is kan dan ook een alternatieve kijk geven op de sutratma. In dit geval wordt de sutratma niet synoniem genomen met de levensdraad maar genomen als duaal, bestaande uit de levensdraad en een draad die bewustzijn belichaamt.42 Deze laatste draad kan misschien bedacht worden als een extensie van de bewustzijnsdraad tussen de zielverzadigde persoonlijkheid en de monade, zoals de scheppingsdraad van de antahkarana (tussen persoonlijkheid en ziel) bedacht werd als een extensie van de scheppingsdraad van de persoonlijkheid. Neem er notie van dat na de vernietiging van het oorzakelijk lichaam de persoonlijkheid op het fysieke gebied volledig zieldoordrongen is, dat geen onderscheid tussen de twee gemaakt moet worden,43 en dat de monade nu direct werkt door de persoonlijkheid zonder een mediërende ziel.44 Omdat het onderscheid tussen ziel en persoonlijkheid weggevallen is na de vernietiging van het oorzakelijk lichaam maakt de monade geen gebruik van de (extensie van) de scheppingsdraad.45 Dus net als de (extensie van de) scheppingsdraad gefuseerd is met de bewustzijnsdraad in de loop van de evolutie,46 zo zal de (extensie van de) bewustzijnsdraad waarschijnlijk ook gefuseerd worden met de levensdraad.

Figuratie

Het kan zijn dat voor sommigen de verheldering van de verticale draden wat complex is geworden. Daarom zal het bovenstaande verhaal een overzicht gegeven worden in een beknopt figuur. In figuur 1 (aan het einde van deze contemplatie) zien we rechthoeken, pijlen en lijnen, allemaal met drie kleuren toegepast. Het gebruik van de kleuren is in lijn met de manier waarop deze gebruikt zijn in de eerdere contemplatie 'Ageless Wisdom, Triplicities in Man' [in het Nederlands 'Tijdloze wijsheid, Tricpliciteiten in de mens'].47 Het blauw representeert de monadische gegevens, het roze de ziel gegevens en het geel de persoonlijkheid gegevens. De rechthoeken representeren beginselen (of een pseudobeginsel in geval van het grofstoffelijk lichaam48 of een non-beginsel in geval van het oorzakelijk lichaam49). De blauwe rechthoek 1 representeert de monade, de drie roze rechthoeken 2, 3 en 4 representeren de drie zielenbeginselen van atma, buddhi en hoger manas en de vier gele rechthoeken 6, 7, 8 en 9 representeren de persoonlijkheidsbeginselen van het lager manas, het astrale en het etherisch lichaam, met de laagste van deze vier het pseudobeginsel van het fysieke lichaam representerend. Rechthoek 5 representeert het oorzakelijk lichaam, welk evenmin een beginsel is. Deze rechthoek is wit gekleurd omdat het oorzakelijk lichaam niet enkel gerelateerd kan worden aan de ziel ofwel de persoonlijkheid. De monade wordt gesymboliseerd met één rechthoek, zijn eenheid aanduidend. De persoonlijkheid wordt gesymboliseerd met vier gescheiden rechthoeken, zijn verscheidenheid aanduidend. En de ziel wordt gesymboliseerd met drie ongescheiden rechthoeken, zijn eenheid in verscheidenheid aanduidend. De verschillende lijnen of draden zijn gekleurd in blauw, roze of geel, hun uiteindelijke oorzaak aanduidend, zijnde de monade, de ziel ofwel de persoonlijkheid. Iedere draad (of deel van een draad) heeft ook een pijl, aanduidend of de desbetreffende draad beschouwd moet worden als involutionair of evolutionair. De draden zijn gecodeerd met letters van a tot en met o. Sommige draden hebben gecombineerde kleuren en de pijlen van deze draden zijn ook gecombineerd. Dit duidt aan dat een integratie of fusie tussen verschillende draden heeft plaatsgevonden.

Wat kan aldus gelezen worden van deze figuur? Laten we met hulp van dit figuur de in de vorige subparagrafen geschetste lijnen van involutie en evolutie in relatie tot de draden illustreren. Het eerste wat we dan zien is de (eigenlijke) levensdraad (blauwe lijnen a-f) neerwaarts lopend (blauwe pijlen a-f) van de monade (blauwe rechthoek 1) naar het fysieke lichaam (gele rechthoek 9) van de persoonlijkheid (gele rechthoeken 6-9). Deze nederdaling van geest in materie brengt het zielenbeginsel in aanzijn. Van de geïndividualiseerde ziel (roze rechthoeken 2-4) loopt de bewustzijnsdraad (roze lijnen g-k) ook neerwaarts (roze pijlen g-k) naar het fysieke lichaam. Dan wordt de scheppingsdraad (gele lijnen m-o) opwaarts geweven (gele pijlen m-o) binnenin de persoonlijkheid (gele rechthoeken 6-9) zelf tussen het fysieke lichaam (gele rechthoek 9), het etherische lichaam (gele rechthoek 8), het astrale lichaam (gele rechthoek 7) en het (lager) mentale lichaam (gele rechthoek 6). Dan wordt een extensie van de scheppingsdraad (gele lijnen g, l) geweven van het lager mentale naar het oorzakelijk lichaam (witte rechthoek 5), omhoog naar het hoger mentale (roze rechthoek 4) van de ziel. Aldus wordt de eerste helft van de antahkarana (zijnde de eigenlijke antahkarana) (blauwe, roze en gele lijnen b-c, g-h, l) geconstrueerd. Wanneer het oorzakelijk lichaam vernietigd of getranscendeerd wordt, wordt de extensie van de scheppingsdraad geïntegreerd in de bewustzijnsdraad (roze en gele lijn en pijl g). De ziel fuseert met de persoonlijkheid en de eerste helft van de antahkarana valt weg. De monade controleert nu direct de zieldoordrongen persoonlijkheid zonder een mediërende ziel via de tweede helft van de antahkarana (blauw, roze en gele lijn en pijl a) welk ook beschouwd kan worden als de levensdraad met de geïntegreerde bewustzijnsdraad met de geïntegreerde scheppingsdraak. De weergave van de geïntegreerde kleuren van deze lijn kan ook bijdragen aan het begrip van waarom de antahkarana ook 'regenboogbrug' wordt genoemd.

Afsluiting

Om deze paragraaf over de verticale draden af te sluiten moet een opmerking gemaakt worden betreffende de interpretatie van bovenstaande, nogal analytische, beschrijvingen. In het notie nemen van deze beschrijvingen moet in gedachte gehouden worden dat hoewel de draden geanalyseerd worden in hun afzonderlijke delen ze in werkelijkheid één geheel vormen.50 Ook moet het niet vergeten worden dat deze draden symbolisch gecontempleerd worden. In werkelijkheid zijn ze geen energiedraden maar essentieel toestanden van gewaarzijn.51, 52 Met deze afsluiting zullen we nu verder gaan naar een beschouwing op de horizontale draden.

De horizontale draden

In de bovenstaande paragraaf werden drie draden genoemd als zijnde de antahkarana constituerend, namelijk de levensdraad of sutratma, de bewustzijnsdraad en de scheppingsdraad. Deze draden werden in deze contemplatie genoemd verticaal te zijn, betekenend dat ze centra verbinden op verschillende (sub)gebieden. Deze drie draden worden nu gereflecteerd op het fysieke gebied (welk bestaat of grove en subtiele of etherische fysieke materie),53 en worden 'ida', 'pingala' en 'sushumna' genoemd.54 Omdat deze draden centra verbinden op hetzelfde (sub)gebied worden ze in deze contemplatie symbolisch beschouwd als horizontale draden. In de mens zijn ze gelocaliseerd in de ruggengraat.55 Dus hoewel deze draden in de mens verticaal geplaatst zijn in zijn ruggengraat zijn ze symbolisch horizontaal omdat ze centra verbinden op hetzelfde gebied. Hier wordt echter geen referentie gemaakt aan de grofstoffelijke ruggengraat die onder beschouwing is in reguliere (medische) wetenschappen maar aan zijn esoterische en etherische tegendeel.56, 57 De centra welke ze verbinden zijn dan ook gelocaliseerd in het etherische lichaam en deze betreffen de zeven centra van de tijdloze wijsheid.58 Deze centra zijn in principe kruispunten van energie59 welk getransporteerd wordt door de fijnere kanalen genaamd 'nadi's'.60 Het geheel van het etherische lichaam is opgemaakt uit deze nadi's.61 Aldus zijn de drie voorgenoemde draden via de centra welke ze verbonden nauw gerelateerd aan de distributie van energie via de nadi's doorheen het etherische lichaam.62

Nu werden boven de zeven (hoofd)centra van het menselijk etherische lichaam genoemd, echter enkel vijf van deze zijn gelocaliseerd op de ruggengraat,63 want de andere twee worden gevonden in het hoofd. Aldus wordt er een kloof in connectiviteit gelaten tussen het hoofdcentrum (welke de hoogste is van de twee hoofdcentra) en het keelcentrum (welk het hoogste is van de centra op de ruggengraat). In de loop van de evolutie moet deze kloof overbrugd worden om de vervolmaakte mens tot stand te brengen en het overbruggen van deze kloof is een reflectie van het overbruggen door de antahkarana.64 En zoals de kloof die de antahkarana moet overbruggen bestaat uit twee gaten (die tussen de persoonlijkheid en de ziel en die tussen de ziel en de monade) zo bestaat de kloof tussen de ruggengraat en het hoofdcentrum uit een kloof tussen het keelcentrum en het alta major centrum en tussen het alta major centrum en het hoofdcentrum.65

Deze overbruggende antahkarana (bestaande uit de levensdraad, de bewustzijnsdraad en de (extensie van de) scheppingsdraad wordt horizontaal, zogezegd, gereflecteerd als het drievoudige kanaal van de ida, de pingala en de sushumna,66 waarbij de ida de positieve reflectie is van de sutratma of levensdraad, de pingala de negatieve reflectie van de scheppingsdraad en de sushumna de balancerende reflectie van de bewustzijnsdraad (in lijn met de geest zijnde positief, de persoonlijkheid negatief en de ziel balancerend).67, 68 Het kan gededuceerd worden van de tijdloze wijsheid dat het balanceren van de ida en pingala samenvalt met het bouwen van de volledige antahkarana. Want zoals de monade alleen direct de persoonlijkheid kan controleren wanneer de antahkarana volledig is geconstrueerd, zo is dit het geval wanneer de ida en pingala volledig gebalanceerd zijn. De sushumna (als één enkele integratie van de drie kanalen)69 wordt dan het kanaal in het etherische lichaam waardoor de drie vuren van de monade, de ziel en de persoonlijkheid kunnen nederdalen en oprijzen en met elkaar kunnen vermengen.70, 71 Dus hoewel vanuit het horizontale perspectief de sushumna beschouwd kan worden als een reflectie van de bewustzijnsdraad, de ida van de levensdraad en de pingala van de scheppingsdraad, is vanuit het verticale perspectief de sushumna de geleider van de monadische energie, de ida van de zielenenergie en de pingala van de persoonlijkheidskracht.72 In figuur 2 wordt een getabuleerd overzicht hiervan gegeven. Verwarring zal ontstaan wanneer het onderscheid van de horizontale draden als reflecties en als geleiders niet in het oog wordt gehouden.

Zijnde geleiders van de monadische en zielenenergie en persoonlijkheidskracht zijn de draden ook ontvankelijk voor drie van de hoofdcentra, namelijk die van hoofd, hart en zonnevlecht. De sushumna is ontvankelijk voor het hoofdcentrum.73 De ida kan geïnduceerd worden ontvankelijk te zijn voor het hart centrum (aangezien de ida de geleider is van zielenenergie en het hartcentrum het centrum is van liefde en bewustzijn).74 En de pingala kan dan geïnduceerd worden ontvankelijk te zijn voor het zonnevlechtcentrum (aangezien de pingala de geleider is van persoonlijkheidskracht en het zonnevlechtcentrum het centrum is van begeerte en (mediërend in) fysieke belevendiging en creativiteit.75

Al het bovenstaande is nauw gerelateerd aan het doen ontwaken en oprijzen van de kundalini. Wanneer de antahkarana wordt gebouwd worden de ida en pingala gebalanceerd en geïntegreerd in het ene sushumna kanaal, en wanneer de tweevoudige kloof tussen het keel- en hoofdcentrum overbrugd wordt dan kan de kunalini ontwaakt worden en oprijzen. Dit onderwerp van de kundalini zal echter bewaard worden om behandeld te worden in een andere contemplatie. Hier wordt er alleen melding van gemaakt vanwege zijn nauwe relatie met de draden.

Figuratie

In figuur 3 zijn de horizontale draden symbolisch weergegeven. We zien opnieuw rechthoeken, pijlen en lijnen, met de bekende drie kleuren toegepast. Het blauw representeert de monadische gegevens, het roze de ziel gegevens en het geel de persoonlijkheid gegevens. De zeven grote rechthoeken representeren in deze figuur de hoofdcentra en de kleine rechthoek het bijcentrum onder beschouwing. De blauwe rechthoek 1 representeert het hoofdcentrum, rechthoek 2 het ajna centrum, rechthoek 3 het (bij) alta major centrum, rechthoek 4 het keelcentrum, de roze rechthoek 5 het hartcentrum, de gele rechthoek 6 het zonnevlechtcentrum, rechthoek 7 het heiligbeencentrum en rechthoek 8 het centrum aan de basis van de ruggengraat. Neem er notie van dat het de rechthoek die het zonnevlechtcentrum representeert is die geel gekleurd is en niet de rechthoek die het centrum aan de basis van de ruggengraat representeert. Dit laatste centrum heeft zijn belang waar het het oprijzen van de kundalini of het vuur van materie betreft76, 77 maar is, volgens de informatie gegeven in de tijdloze wijsheid, niet het centrum waarvoor de pingala als geleider van persoonlijkheidskracht ontvankelijk is. De verschillende lijnen of draden zijn gekleurd in blauw, roze of geel, aanduidend van welke verticale draad ze een reflectie zijn. De blauwe lijnen zijn een reflectie van de levensdraad, de roze van de bewustzijnsdraad en de gele van de scheppingsdraad. De pijlen op de lijnen duiden aan voor welke energie of kracht de draden kanalen zijn. Blauwe pijlen duiden aan dat de draad een kanaal voor manische energie is, roze voor zielenenergie en gele voor persoonlijkheidskracht. De richting van de pijlen toont in welke richting de energie en kracht beschouwd wordt te stromen. De draden zijn gecodeerd met letters van a tot en met o. Sommige draden hebben gecombineerde kleuren en de pijlen van deze draden zijn ook gecombineerd. Dit duidt een noodzakelijk integratie of fusie tussen verschillende draden aan.

Wat zien we dan weergegeven in dit figuur 3? Laten we starten met de blauwe lijnen d-g. Blauw zijnde representeren deze lijnen de ida. Dat roze pijlen op ze zijn weergegeven toont dat de ida de geleider is van zielenenergie. De gele lijnen l-o representeren de pingala. Gele pijlen hebbend wordt hij getoond de geleider te zijn van persoonlijkheidskracht. En de roze lijnen h-k representeren dan de sushumna. Blauwe pijlen hebbend wordt hij getoond de geleider te zijn van monadische energie. Dat deze drie lijnen gescheiden van elkaar getoond worden betekent dat ze niet noodzakelijk gebalanceerd en geïntegreerd zijn. Al deze lijnen zijn verder weergegeven tussen rechthoek 8 en 4, tonend dat deze niet noodzakelijk geïntegreerde draden tussen het centrum aan de basis van de ruggengraat en het keelcentrum lopen. Tussen het keelcentrum (rechthoek 4) en het (bij) alta major centrum (rechthoek 3) wordt lijn c getrokken in de drie kleuren. Deze lijn representeert de eerste helft van de sushumna brug met ida en pingala noodzakelijk gebalanceerd en geïntegreerd. Deze noodzakelijke integratie wordt ook getoond met de blauwe pijl die de roze en gele pijlen bevat. De lijnen a-b tussen het alta major centrum (rechthoek 3) en het hoofdcentrum (rechthoek 1) representeren dan de tweede helft van de suhumna brug met ida en pingala noodzakelijk gebalanceerd en geïntegreerd. Deze lijnen hebben dezelfde pijlen als lijn c. De totaliteit van lijnen a-o representeert het gehele sushumna kanaal wanneer deze gebalanceerd is en geïntegreerd. Alle lijnen en pijlen zijn ingesloten.

Samenvatting

Deze contemplatie werd gestart met het benoemen van draden als verbinders van centra. Diegene centra verbindend op verschillende (sub)gebieden werden 'verticaal' genoemd en diegene centra verbindend op hetzelfde (sub)gebied werden 'horizontaal' genoemd. In de eerste paragraaf werden de verticale draden vermeld te bestaan uit de sutratma of levensdraad (gecentreerd in het hart), de bewustzijnsdraad (gecentreerd in het hoofd) en de scheppingsdraad (gecentreerd in de keel). Deze scheppingsdraad wordt in de loop van menselijke evolutie verlengd van het lager mentale gebied van de persoonlijkheid naar het hoger mentale gebied van de ziel. En deze verlenging samengenomen met de bewustzijnsdraad en de levensdraad tussen het lager mentale en de monade (geïntegreerd of niet) werd de 'antahkarana' genoemd. In figuur 1 werd een overzicht gegeven.

In de tweede paragraaf werden de horizontale draden beschouwd als zijnde geplaatst in het etherische lichaam waar de sushumna, de ida en de pingala reflecties zijn van de bewustzijnsdraad, de levensdraad en de scheppingsdraad (in die volgorde). Als geleiders echter geleiden ze de energie en kracht van de monade, de ziel en de persoonlijkheid (in die volgorde). Om de monadische energie te geleiden moeten de ida en pingala echter gebalanceerd zijn en geïntegreerd in de ene sushumna (die laatste dan gehouden voor een horizontale reflectie van de verticale antahkarana) waardoor ook de tweevoudige kloof tussen het keelcentrum en het hoofdcentrum (met het alta major bijcentrum mediërend) overbrugd wordt. De kundalini kan dan veilig ontwaakt worden en oprijzen. Figuur 3 gaf een overzicht.

Mogen de kloven binnenin onszelf aldus overbrugd worden.

Noten
  1. Alice A. Bailey, Esoteric Healing, A Treatise on the Seven Rays, Volume IV, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 628. "3. The nadis, that system of slightly denser etheric channels or tiny threads of force […]."
  2. Alice A. Bailey, Esoteric Psychology, Volume II, A Treatise on the Seven Rays, Volume II, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 151. "[…] unless there is a thread of light to act as a channel, […]"
  3. Esoteric Healing, p. 627. "[…] the line of force or the channel […]."
  4. Alice A. Bailey, Telepathy and the Etheric Vehicle, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 151. "[…] many lesser channels and lines of force or energy […]."
  5. Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 504. "1. Wheels or centres of energy.
    a. Centres of force."
  6. Esoteric Psychology, Volume II, p. 50. "[…] the main channel or line of communication […]."
  7. 'Ageless Wisdom, Man on the Planes', Index: 201212031.
  8. Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 1029. "a. The activity which produces involution, or the submergence in matter of Life or Spirit."
  9. 'Ageless Wisdom, Triplicities in Man', Index: 201308292.
  10. Ibidem.
  11. Alice A. Bailey, Education in the New Age, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 146. "a. The life thread comes directly from the monad or the ONE. This thread is anchored in the heart during incarnation. There is the seat of life.
  12. Alice A. Bailey, The Rays and the Initiations, A Treatise on the Seven Rays, Volume V, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 476. "a. Sutratma, the life thread."
  13. Nota 9.
  14. A Treatise on Cosmic Fire, p. 275. "a. The period of the domination of the form note is that of involution. […].
    d. The period of domination of the note of Spirit is that of the higher planes of evolution."
  15. Nota 7.
  16. A Treatise on Cosmic Fire, p. 1136. "It is useful to remember that in the three lower kingdoms, manifestation, or appearance on the physical plane, is ever group manifestation and not the appearance of separated units. Each group soul, as it is called, is divided into seven parts which appear in each of the seven races of a world period, and there is an interesting distinction between them and the units of the human kingdom."
  17. 'Ageless Wisdom, The Egoic Lotus', Index: 201305241, The Egoic Lotus as Cause of Individuality.
  18. Education in the New Age, p. 146. "b. The consciousness thread comes directly from the soul. It is anchored in the head. There is the seat of consciousness."
  19. Alice A. Bailey, Esoteric Psychology, Volume I, A Treatise on the Seven Rays, Volume II', in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 55. "1. The lower concrete mind, the mental body, the "chitta" or mind stuff.
    2. The higher spiritual or abstract mind.
    […]. The other, the higher aspect, is the principle of self-awareness, and when combined with the lower aspect produces the self-consciousness of the human being. When the lower aspect has informed and pervaded the forms in the subhuman kingdoms, and when it has worked upon those forms and their latent sentiency so as to produce adequate refinement and sentiency, the vibration becomes so potent that the higher is attracted and there is a fusion or at-one-ing. This is like a higher recapitulation of the initial union of spirit and matter which brought the world into being. A human soul is thus brought into existence and begins its long career. It is now a differentiated entity."
  20. Nota 9.
  21. Education in the New Age, p. 147. "The creative thread itself is triple in nature. It is slowly constructed down the ages by the man. As he becomes truly alive, from the standpoint of intelligent awareness and the desire fully to express himself, the process is materially hastened. These three self-created lesser threads which constitute the third thread of the antahkarana extend eventually:
    1. From the physical body to the etheric body, passing from the heart to the spleen, and thence to the body of prana, the vital or etheric body, unites with force from the egoic will petals.
    2. From the etheric body to the astral body. This thread passes from the solar plexus to the heart and from thence to the astral body, picking up the energy of the thread mentioned above, unites with force the love petals.
    3. From the astral body to the mental vehicle. This thread passes from the ajna centre to the head centre and from thence to the mind body, picking up the energy of the other two threads mentioned above, unites with the force from the knowledge petals."
  22. Ibidem, p. 146. "c. The thread of creative activity is initiated and constructed by the human being. It is anchored, when sufficiently constructed, in the throat. This thread is an extension or synthesis of the two basic threads."
  23. Esoteric Psychology, Volume II, p. 406. "Past Integrations.
    Between the animal body and the vital body.
    Between these two and the sensitive desire nature.
    Between these three and the lower concrete mind.
    Present Integrations.
    Between these four aspects thus producing a coordinated personality.
    Future Integration.
    Between the personality and the Soul."
  24. Ibidem, p. 263. "2. Personalities who are integrated, coordinated men and women, but who are not yet under the influence of the soul."
  25. Nota 23.
  26. Ibidem, p. 118. "2. The science of Antaskarana, or the science of the bridging which must take place between higher and lower mind."
  27. The Rays and the Initiations, p. 458-459. "But the consciousness thread extends only from soul to personality—from the involutionary sense. From the evolutionary angle (using a paradoxical phrase) there is only a very little conscious awareness existing between the soul and the personality, from the standpoint of the personality upon the evolutionary arc of the Path of Return. A man's whole effort is to become aware of the soul and to transmute his consciousness into that of the soul, whilst still preserving the consciousness of the personality. As the fusion of soul and personality is strengthened, the creative thread becomes increasingly active, and thus the three threads steadily fuse, blend, become dominant, and the aspirant is then ready to bridge the gap and unite the Spiritual Triad and the personality, through the medium of the soul. This involves a direct effort at divine creative work. The clue to understanding lies perhaps in the thought that hitherto the relation between soul and personality has been steadily carried forward, primarily by the soul, as it stimulated the personality to effort, vision and expansion. Now—at this stage—the integrated, rapidly developing personality becomes consciously active, and (in unison with the soul) starts building the antahkarana—a fusion of the three threads and a projection of them into the "higher wider reaches" of the mental plane, until the abstract mind and the lower concrete mind are related by the triple cable."
  28. Ibidem, p. 43. "This involves the construction of what is technically the antahkarana, the rainbow bridge."
  29. Alice A. Bailey, Letters on Occult Meditation, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 350. "Antahkarana. The path, or bridge, between higher and lower mind, serving as a medium of communication between the two. It is built by the aspirant himself in mental matter."
  30. The Rays and the Initiations, p. 454. "These three major threads which are in reality six, if the creative thread is differentiated into its component parts, form the antahkarana. They embody past and present experience and are so recognised by the aspirant. It is only upon the Path itself that the phrase "building the antahkarana" becomes accurate and appropriate. It is in this connection that confusion is apt to arise in the mind of the student. He forgets that it is a purely arbitrary distinction of the lower analysing mind to call this stream of energy the sutratma, and another stream of energy the consciousness thread and a third stream of energy the creative thread. They are essentially, all three of them together, the antahkarana in process of forming. It is equally arbitrary to call the bridge which the disciple builds from the lower mental plane—via the egoic, central vortex of force—the antahkarana. But for purposes of comprehending study and practical experience, we will define the antahkarana as the extension of the threefold thread (hitherto woven unconsciously, through life experimentation and the response of consciousness to environment) through the process of projecting consciously the triple blended energies of the personality as they are impulsed by the soul, across a gap in consciousness which has hitherto existed."
  31. Ibidem.
  32. 'Ageless Wisdom, The Egoic Lotus', Index: 201305241.
  33. The Rays and the Initiations, p. 471-472. "Only one thread of the threefold antahkarana passes through the egoic lotus. The other two threads relate themselves directly with the Triad, and hence eventually with the Monad, the source of the triadal life."
  34. Nota 31.
  35. Alice A. Bailey, Discipleship in the New Age, Volume I, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 764. "I. The Spiritual Triad, the custodian of monadic energy.
    The atmic permanent atom.
    The sacrifice petals.
    The antahkarana.
    The physical permanent atom within the egoic lotus.
    The head centre.
    II. The Spiritual Triad.
    The buddhic permanent atom.
    The love petals.
    The antahkarana.
    The astral permanent atom within the egoic lotus.
    The heart centre.
    III. The Spiritual Triad.
    The manasic permanent atom.
    The knowledge petals.
    The antahkarana.
    The mental unit.
    The throat centre."
  36. The Rays and the Initiations, p. 453. "Knowledge-force concerns the personality and the world of material values; wisdom-energy expresses itself through the consciousness thread and the creative thread, as they constitute in themselves a woven dual strand. They are (for the disciple) a fusion of the past (consciousness thread) and the present (the creative thread), and together they form what is usually called, upon the Path of Return, the Antahkarana. This is not entirely accurate."
  37. Education in the New Age, p. 26. "Students should train themselves to distinguish between the sutratma and the antahkarana, between the life thread and the thread of consciousness. One thread is the basis of immortality and the other the basis of continuity. Herein lies a fine distinction for the investigator. One thread (the sutratma) links and vivifies all forms into one functioning whole and embodies in itself the will and the purpose of the expressing entity, be it man, God or a crystal. The other thread (the antahkarana) embodies the response of the consciousness within the form to a steadily expanding range of contacts within the environing whole."
  38. Education in the New Age, p. 76. "b. Build the first half of the antahkarana, that between the personality and the soul."
  39. The Rays and the Initiations, p. 454. "Technically, and upon the Path of Discipleship, this bridge between the personality in its three aspects and the monad and its three aspects is called the antahkarana."
  40. Esoteric Healing, p. 518. "Second. The soul then prepares itself for the coming fourth initiation. This is basically a monadic experience and results—as you know—in the disappearance or destruction of the soul vehicle or causal body, and the establishment, therefore, of a direct relation between the monad on its own plane and the newly created personality, via the antahkarana."
  41. Ibidem, p. 216-217. "Later, as the disciple builds the antahkarana and thus establishes a direct channel of communication between the Monad and the personality, the lower mind becomes fused with the abstract mind or higher mind (the manasic principle, sublimated and purified), and gradually the soul is—to use a peculiar but sensitively expressing word—by-passed. […].Triplicity, from the angle of the three periodical vehicles—Monad, soul and personality—is resolved into duality, and the Monad (reflected in the Triad) can now work upon the lower planes through the medium of a definitely created personality or "point of tension" in the three worlds. It is to this that the rule applies when studied in terms of the individual initiate, whilst the life in which the soul is "by-passed" and its ring-pass-not is destroyed, is of such profound difficulty that it is called the life of crucifixion or of renunciation."
  42. Ibidem, p. 449-450. "The life thread, the silver cord or the sutratma is, as far as man is concerned, dual in nature. The life thread proper, which is one of the two threads which constitute the sutratma, is anchored in the heart, whilst the other thread, which embodies the principle of consciousness, is anchored in the head."
  43. Ibidem, p. 461. "The personality has by this time completely absorbed the soul, or to put it perhaps more accurately, both soul and personality have been fused and blended into one instrument for the use of the One Life."
  44. The Rays and the Initiations, p. 475. "Students would do well to learn that this process of building the antahkarana is one of the means whereby man, the trinity, becomes a duality. When the task is completed and the antahkarana is definitely built—thus producing perfect alignment between the Monad and its expression upon the physical plane—the body of the soul (the causal body) is completely and finally destroyed by the fire of the Monad, pouring down the antahkarana. There is then complete reciprocity between the Monad and the fully conscious soul on the physical plane. The "divine intermediary" is no longer required. […].This is the final and far-reaching result of the building of the bridge which is, in reality, the establishing of a line of light between Monad and personality as a full expression of the soul—between spirit and matter, between Father and Mother."
  45. Esoteric Healing, p. 151-153. "3. The Throat Centre. […]. It is not related to any of the divine aspects by the antahkarana because that thread which links monad and personality directly (and finally independently of the soul) simply anchors the monadic expression of life in the head, at the head centre."
  46. The Rays and the Initiations, p. 474-475. "2. These two threads are, for the disciple, a fusion of past knowledge (the consciousness thread) and the present (the creative thread)."
  47. Nota 9.
  48. Esoteric Healing, p. 613. "To sum up: the physical body is not a principle; […]."
  49. Nota 32.
  50. Nota 30.
  51. Alice A. Bailey, Discipleship in the New Age, Volume II, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 193. "The symbology of the antahkarana tends badly to complicate the grasp of its real nature. May I remind you that, just as the soul is not a twelve-petalled lotus floating around in mental substance, but is in reality a vortex of force or twelve energies held together by the will of the spiritual entity (the Monad on its own plane), so the antahkarana is not a series of energy threads, slowly woven by the soul-infused personality, and met by corresponding threads projected by the Spiritual Triad, but is in reality a state of awareness."
  52. The Rays and the Initiations, p. 471. "Students would do well to consider the building of the antahkarana as an extension in consciousness."
  53. Nota 7.
  54. Esoteric Healing, p. 183. "6. The spinal column (from the angle of the esoteric sciences) houses a threefold thread. This is the externalisation of the antahkarana, composed of the antahkarana proper, the sutratma or life thread, and the creative thread. This threefold thread within the spinal column is therefore composed of three threads of energy which have channeled for themselves in the substance of the interior of the column a "threefold way of approach and of withdrawal." These are called in the Hindu terminology: the ida, the pingala and the sushumna paths, and they together form the path of life for the individual man and are awakened into activity sequentially and according to ray type and the point of evolution."
  55. Nota 53.
  56. A Treatise on Cosmic Fire, p. 134. "We must remember here that we are dealing with the etheric counterpart of the spine, and not with the bony structure which we call the spine or spinal column. This is a fact not sufficiently recognised by those who treat of the matter. Too much emphasis has been laid on the three spinal channels that compose the threefold spinal cord."
  57. Esoteric Healing, p. 201. "The spinal column (esoterically, the ida, pingala and sushumna channels), […]."
  58. Telepathy and the Etheric Vehicle, p. 146. "It must always be remembered that the seven centres are not within the dense physical body. They exist only in etheric matter and in the etheric so-called aura, outside the physical body."
  59. Esoteric Healing, p. 72. "The etheric body is a body composed entirely of lines of force and of points where these lines of force cross each other and thus form (in crossing) centres of energy. Where many such lines of force cross each other, you have a larger centre of energy, and where great streams of energy meet and cross, as they do in the head and up the spine, you have seven major centres."
  60. Telepathy and the Etheric Vehicle, p. 145. "Within the physical body, the network of the etheric body is to be found permeating every single part. It is peculiarly associated at this time with the nervous system, which is fed, nourished, controlled and galvanised by its etheric counterpart. This counterpart is present in millions of tiny streams or lines of energy, to which the Eastern occultist has given the name "nadis." These nadis are the carriers of energy."
  61. Nota 59.
  62. Esoteric Psychology, Volume II, p. 594-595. "Simultaneously with this appearance of duality in the "nadis", the disciple finds himself able to use the two channels—ida and pingala—which are found up the spinal column, one on each side of the central channel. There can now be the free flow of force up and down these two "pathways of the forces" and thus out into the "nadis", utilising the area around any of the major centres as distributing areas and thus galvanising, at will, any part of the mechanism into activity, or the whole mechanism into coordinated action. The disciple has now reached the point in his development where the etheric web, which separates all the centres up the spine from each other, has been burned away by the fires of life. The "sushumna" or central channel can be slowly utilised. This parallels the period wherein there is the free flow of soul force through the central channel in the "nadis". Eventually this central channel comes into full activity."
  63. Alice A. Bailey, The Light of the Soul, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 205-206. "3. Correct use and development of the five centres up the spine (base of spine, sacral centre, solar plexus, heart and throat centres), each of which is found in the etheric body […]."
  64. A Treatise on Cosmic Fire, p. 1159-1160. "Between the triple energy of the spinal column and the alta major centre, there is a hiatus, just as there exists that which must be bridged between the triple lower man and the egoic body, or between the mental unit on the fourth subplane of the mental plane and the solar Angel on the third subplane. Though we are told that the permanent atomic triad is enclosed in the causal periphery, nevertheless, from the standpoint of consciousness there is that which must be bridged. Again, between the alta major centre and the supreme head centre, exists another gulf—a correspondence to the gulf found between the plane of the Ego and the lowest point of the Triad, the manasic permanent atom."
  65. Ibidem.
  66. Esoteric Healing, p. 183. "6. The spinal column (from the angle of the esoteric sciences) houses a threefold thread. This is the externalisation of the antahkarana, composed of the antahkarana proper, the sutratma or life thread, and the creative thread. This threefold thread within the spinal column is therefore composed of three threads of energy which have channeled for themselves in the substance of the interior of the column a "threefold way of approach and of withdrawal." These are called in the Hindu terminology: the ida, the pingala and the sushumna paths, and they together form the path of life for the individual man and are awakened into activity sequentially and according to ray type and the point of evolution. The sushumna path is not used correctly and safely until the antahkarana has been built and the Monad and Personality are thereby related, even if it is only by the most tenuous thread. Then the Monad, the Father, the will aspect, can reach the personality in a direct manner, and can arouse the basic centre, and with it blend, unify and raise the three fires."
  67. Alice A. Bailey, A Treatise on White Magic, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001, p. 95-96. "The ancient yoga of Atlantean days (which has come down to us in the necessarily fragmentary teaching of the yoga of the centres) conveys to us the information that the reflection of the sutratma in the human organism is called the spinal cord, and expresses itself in three nerve channels. These three are called ida, pingala, and the central channel, the sushumna. When the negative and positive forces of the body, which express themselves via the ida and pingala nerve routes, are equilibrized, the forces can ascend and descend by the central channel to and from the brain, passing through the centres up the spine without hindrance. When this is the case we have perfected soul expression in the physical man.
    This is in reality a correspondence to the sutratma as it links the physical man and the soul, for the sutratma in its turn expresses the positive energy of spirit, the negative energy of matter, and the equilibrized energy of the soul—the attainment of equilibrium being the present objective of humanity. During the period of the later initiations, the positive use of the spiritual energy supersedes the equilibrized use of soul force, but that is a later stage with which the aspirant need not as yet trouble himself."
  68. Discipleship in the New Age, Volume II, p. 686.
      Spirit Positive
    "I. Soul Balancing
      Personality Negative"
  69. A Treatise on Cosmic Fire, p. 139. "When this is accomplished the threefold channel becomes one channel."
  70. Nota 65, 66.
  71. Esoteric Healing, p. 187. "I do not indicate which channel is responsive to which centre, except in the case of the sushumna channel which is responsive only to the energy of the head centre and the directing will, centred in the 1000-petalled lotus."
  72. Ibidem, p. 184. "
    Note 73
    "
  73. Nota 71.
  74. Esoteric Healing, p. 187. "The three channels up the spine are responsive in their totality to the three major centres:
    a. To the solar plexus centre, providing thus the impulse of desire and feeding the physical life and the creative urge.
    b. To the heart centre, providing the impulse to love and to conscious contact with ever widening areas of divine expression.
    c. To the head centre, providing the dynamic impulse of the will to live."
  75. Ibidem.
  76. A Treatise on Cosmic Fire, p. 183. "a. Kundalini lies at the base of the spine, […]."
  77. Ibidem, p. 184. "Kundalini is likewise the fire or force of matter, […]."
Bibliografie
  • 'Ageless Wisdom, Man on the Planes', Index: 201212031.
  • 'Ageless Wisdom, The Egoic Lotus', Index: 201305241.
  • 'Ageless Wisdom, Triplicities in Man', Index: 201308292.
  • Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, A Treatise on White Magic, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Discipleship in the New Age, Volume I, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Discipleship in the New Age, Volume II, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Education in the New Age, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Esoteric Healing, A Treatise on the Seven Rays, Volume IV, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Esoteric Psychology, Volume I, A Treatise on the Seven Rays, Volume I, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Esoteric Psychology, Volume II, A Treatise on the Seven Rays, Volume II, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Letters on Occult Meditation, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, Telepathy and the Etheric Vehicle, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, The Light of the Soul, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
  • Alice A. Bailey, The Rays and the Initiations, A Treatise on the Seven Rays, Volume V, in: Twenty-Four Books of Esoteric Philosophy, (CD-ROM, Release 3), Lucis Trust, London / New York, 2001.
Appendix
Figuur 1: De verticale draden

1: Monade.
2: Atma.
3: Buddhi.
4: Hoger manas.
2-4: Ziel.
5: Oorzakelijk lichaam.
6: Lager manas.
7: Astraal lichaam.
8: Etherisch lichaam.
9: Fysiek lichaam.
6-9: Persoonlijkheid.

a-f: (Eigenlijke) levensdraad.
g-k: Bewustzijnsdraad.
m-o: Scheppingsdraad.
l: Extensie van scheppingsdraad.
b-c, g-h, l: (Eigenlijke) antahkarana
(eerste helft).
g: Bewustzijnsdraad met (extensie van)
scheppingsdraad geïntegreerd.
a: Levensdraad met bewustzijnsdraad
geïntegreerd met (extensie van)
scheppingsdraad geïntegreerd.
a-c, g-h, l: Antahkarana.

The Vertical Threads

Figuur 1.

Figuur 2: De verticale draden en hun horizontale reflecties en geleiders
Beginsel Monade Ziel Persoonlijkheid
Verticale draad Levensdraad of sutratma Bewustzijnsdraad (Extensie van) scheppingsdraad
Horizontale draad als reflectie Ida Sushumna Pingala
Horizontale draad als geleider Sushumna Ida Pingala

Figuur 2.

Figuur 3: De horizontale draden

1: Hoofdcentrum.
2: Ajna centrum.
3: Alta major centrum.
4: Keelcentrum.
5: Hartcentrum.
6: Zonnevlechtcentrum.
7: Heiligbeencentrum.
8. Centrum aan de basis
van de ruggengraat.

d-g: Ida.
h-k: (Eigenlijke) sushumna.
l-o: Pingala.
a-o: Sushumna met ida en pingala
geïntegreerd.
a-c: Sushumnabrug met ida en pingala
noodzakelijk geïntegreerd.
c: Eerste helft van sushumnabrug met
ida en pingala noodzakelijk geïntegreerd.
a-b: Tweede helft van sushumnabrug met
ida en pingala noodzakelijk geïntegreerd.

The Horizontal Threads

Figuur 3.